Cultuur

Interview

Interview

Theo Loevendie: ‘Ik heb een avontuurlijk leven geleid’

Interview Componist Theo Loevendie (86) heeft zijn memoires geschreven. „Ook als je alles tegenhebt, kun je iets geweldigs maken van je leven.”

Elke avond om elf uur steekt hij de straat over. Van zijn huis naar buurtcafé Welling, pal achter het Concertgebouw. Daar kletst hij met andere stamgasten, drinkt een paar glazen wijn. Om middernacht gaat hij naar huis, anders kan zijn vrouw niet slapen. Tenzij er interessante gesprekken zijn, dan mag hij blijven. En soms is hij ook zelf middenin een verhaal, want Loevendie vertelt graag – en sappig. Zoals over die keer dat hij als jongeman op reis was naar Turkije. Op de boot van Istanbul naar Marseille ontdekte hij een bloedmooie Turkse. Haar zussen en zij zagen hem wel zitten, zelfs toen hij de brutaliteit had haar na vijf dagen al ten huwelijk te vragen. De vader, beducht op een niet-moslim als schoonzoon, reageerde met meer aarzeling.

Goed dan, nog één glas wijn. Loevendie grinnikt. „Tot elf uur ’s avonds ben ik geheelonthouder. En na middernacht meestal ook weer.”

Hoe het afliep met de Turkse? Loevendie: „Oh! We zijn bijna 30 jaar gelukkig getrouwd geweest en kregen twee dochters. Een christen en moslim op één kussen, ja, dat kan dus wél. Het exotische trok me erg aan, en de Turkse cultuur ervoer ik als een warm bad. Ook in mijn muziek drong Turkije door.”

Componist Theo Loevendie is 86. Er was een tijd dat hij oud was, en ziek, en niet meer aan het componeren. Maar die periode ligt zeven jaar in het verleden. Voor zijn tachtigste verjaardag stelde zijn huidige echtgenote Joke een montere glossy samen met de veelzeggende titel Hij is een universele vogel!!! – een citaat van jazzdrummer John Engels, met wie Loevendie in de jaren zestig en zeventig improviseerde. Je ziet Loevendie als baby met blote billetjes op een schapenvel. Als tiener, met gnuifogen en stevige knuisten. Loevendies vader, chauffeur voor het Carlton Hotel, voor een elegante auto. Zijn moeder, te ernstig. En twee tantes van vaderskant, wufte variétédanseressen, die als The Love Sisters over de wereld trokken.

Wie de foto’s ziet, weet: hier vallen véél verhalen te vertellen. „Ik heb een avontuurlijk leven geleid”, beaamt Loevendie in zijn studeerkamer. De thee wordt geschonken uit een tuitkan, in glazen. „Mijn plan was dit jaar twee boeken te schrijven”, vertelt hij. „Eén theoretisch en analytisch werk over mijn muziek. En mijn memoires. Maar toen ik daaraan eenmaal begon, kon ik niet meer stoppen.”

In drie maanden schreef hij 300 pagina’s. „Ik bleek alle evenementen uit mijn verleden met betonpluggen in mijn herinnering te hebben vastgezet.” Een ghostwriter was niet nodig. Dat Loevendie behalve goede noten ook vaardig woorden schrijft, was bekend van zijn briefwisseling met schrijversvrienden Henk Bernlef en Remco Campert, in 2011 uitgegeven als CC, een correspondentie.

In drie maanden herbeleefde u 85 jaar herinneringen. Hoe was dat?

„Niet zo enerverend. Ik schreef op wat in me opkwam. Ik weet hoe onbetrouwbaar een geheugen kan zijn, en waar mogelijk heb ik feiten gecheckt. Maar die klopten dan precies.”

Wat was uw motief om uw memoires uit te geven?

„Als ik dat verwoord, klinkt het zo zwaar. Maar oké: omdat mijn levensverhaal aantoont dat je, ook als je alles tegenhebt, iets geweldigs kunt maken van je leven. Ik kom uit de Amsterdamse Kinkerbuurt, een arme en bekrompen volksbuurt. Zo’n jeugd brandmerkt je. Ik praatte plat en in mijn ondergoed zat het stempel van de steun. Mijn vader was alcoholist. Toen ik drie was, zijn mijn ouders gescheiden. Mijn moeder hertrouwde een marktkoopman, die alles wat ik deed stelselmatig afwees. Dat werd zo’n vanzelfsprekendheid dat hij op een gegeven moment riep: ‘Kijk, Theo drinkt water uit de kraan!’ Mijn broer herinnerde me er laatst aan dat ik zomers klarinet studeerde op het dak. Daar zat ik niemand in de weg.

„Over de familie van mijn echte vader werden verhalen verteld. Dat waren artiesten, ‘zigeuners’ die leefden op vloeren zonder kleed, andijvie aten zonder saus en een aap hadden die in je hoed sprong. Mijn broer en ik droomden daarvan. Maar het had me een hoop ellende gescheeld als ik dáár was opgegroeid, waar muziek in de bloedlijn zat. Ik kijk niet bitter terug op mijn jeugd hoor, ik ben meer een inclusiefdenker: alles krijgt zijn plek.”

Wanneer ontdekte u uw passie voor muziek?

„Die was er altijd. Al als kleuter was ik regelmatig zoek omdat ik achter een fanfare was aangelopen. Op school zat ik de hele dag met instrumenten te experimenteren. Tot mijn onderwijzer zei: ‘Dat noemen ze componeren, en degene die dat het beste kon, was J.S. Bach!’ Meester Können heette hij. Hij heeft me echt geholpen. Nam me mee naar orgelconcerten in de Westerkerk. Mijn muzikale ideeën begon ik op te schrijven.”

De proefdruk van Memoires van een componist ligt op zijn bureau. Per draaistoel zwiert Loevendie af en toe naar de Bechstein-piano die erachter staat, om wat voor te spelen of te pingelen als een vraag hem niet bovenmatig boeit. Het bureau is een schatkist van informatie. Aan de kast hangt een fluwelen colbert voor de concerten die hij bezoekt of geeft: alleen nog op piano want op zijn hoofdinstrumenten (sopraansax en klarinet) zou hij zijn door glaucoom geplaagde ogen blind blazen.

Loevendie is net klaar met zijn nieuwe compositie Reflex, een zes minuten durend „solostukje” voor Erik Bosgraaf, de blokfluitvirtuoos die hij leerde kennen toen deze in zijn meest recente opera Spinoza (2014) speelde. Uit die samenwerking kwam eerst Nachklang voort, een concert voor blokfluit en barokorkest dat Loevendie zelf omschrijft als een „echo uit mijn jeugd met Bach in een milieu zonder Bach”. Met dat stuk gaat Erik Bosgraaf deze week met Holland Baroque op tournee. Reflex is een extraatje en komt op een nog te verschijnen cd. Daarvoor wil Loevendie nog een derde werk componeren, zegt hij. „Een op improvisatie gestoeld werk. We gaan binnenkort bij elkaar zitten.”

Loevendie is de vleesgeworden cross-over, is wel gezegd. Na de lagere school duurde het nog tot zijn zeventiende voor hij „echt” een instrument leerde bespelen: de klarinet. Hij verdiende een tijdje zijn brood als jazzmusicus en studeerde toen, op aanraden van zijn vrouw, toch óók nog maar klarinet en compositie aan het conservatorium. Als musicus richtte hij zich vooral op jazz, als componist op klassiek. Ook omdat hij daarin meteen uitermate succesvol bleek – een succes dat sinds de late jaren zestig eigenlijk altijd is gebleven.

Hoe beziet u uw ontwikkeling als componist?

„Moeilijk… om dat over je eigen muziek te zeggen. Maar ik spiegel me graag aan componist Elliott Carter. Hij werd 104. Zijn muziek was me altijd iets te cerebraal, maar toen hij heel oud werd, veranderde dat. Ik denk dat dat voor mij ook geldt. Dat mijn muziek rustiger wordt, verstilder. Al blijft de vitaliteit karakteristiek. Hoop ik, tenminste.”

Over vitaliteit gesproken – hoe ziet een gemiddelde dag eruit?

„Eigenlijk zit ik altijd te componeren, onderbroken door cafébezoek voor wat aanspraak. Ik slaap ook graag en veel, zeker elf uur per etmaal inclusief twee dutjes. En verder doe ik gymoefeningen en studeer ik behoorlijk vlijtig piano, Bach of Scarlatti, beiden uitstekend voor de vingervlugheid. Mensen zeggen soms dat ik niet gedisciplineerd ben, maar ik ben zéér gedisciplineerd – alleen op een chaotische manier. ’s Nachts kijk ik soms nog even tv. Zien wie er nu weer president is.”

Dat klinkt minder geëngageerd dan u – en uw muziek – ooit was.

„Dat is zo. Als je oud wordt, ga je patronen zien. Na rechts komt vanzelf weer links.”

Heeft u muzikale toekomstplannen?

„Een orkestwerk, dát zou ik leuk vinden, liefst snel want ik heb niet het eeuwige leven. Maar dan moeten ze me vragen. Wat dat betreft ben ik praktisch en onromantisch. Ik leid niet de mensheid naar een beloofd land. Componist is een dienstbaar vak.”

De memoires van Theo Loevendie zullen verschijnen bij AUP. Première van nieuw werk ‘Reflex’ en ‘Nachklang’ door HB/Erik Bosgraaf: tournee vanaf 9/3 (hollandbaroque.nl) . CD: Ralph van Raat met 60 jaar pianomuziek van Loevendie.