Het Deense EU-model: wel de lusten, niet de lasten

EU-top: de verbouwing van Europa

De EU moet op de schop, maar hoe? Het Deense model lonkt: een beetje meedoen aan de EU, „zolang Brussel op afstand blijft.”

Een grenscontrolepost aan de Deense grens Foto iStock

‘Dit is een echte Deense idylle”, zegt makelaar Kasper Sommer. In de gerenoveerde boerderij opent hij de deur naar het terras met uitzicht op het fjord, nabij de Deense stad Roskilde. Een half miljoen euro is de vraagprijs. „Duitsers zouden er het dubbele voor neerleggen”, zegt Sommer. „Maar voor een buitenlander die in Denemarken niet in vaste loondienst is, is een huis kopen hier wettelijk bijna onmogelijk.”

Nadelig voor Sommer. „Buitenlandse kopers zouden de huizenprijs opstuwen, daar word ik als makelaar beter van.” Toch is hij blij met de beschermende wetgeving. „Het past bij onze mentaliteit: Denemarken is in de eerste plaats voor de Denen.”

Al sinds de EU-toetreding van Denemarken in 1973 wordt het Scandinavische land in Brussel gezien als lastpak. De Denen profiteren wel van de interne markt, maar bedongen in EU-verdragen tal van uitzonderingen, om hun soevereiniteit te bewaken. Denemarken heeft nog altijd de Deense kroon, zit niet in de douanevrije Schengen-zone en doet niet mee aan defensie- en politiesamenwerking en Europees migratiebeleid.

Een buitenbeentje dat nauwelijks serieus werd genomen aan de Europese vergadertafels. Maar nu de EU zelf in crisis verkeert, kantelt dat beeld. Misschien hadden die Denen met hun opt-outs wel gelijk?

Precies daarover, het Europa van de uitzonderingen, buigen de regeringsleiders zich vrijdag tijdens de EU-top in Brussel.

Kopgroepjes

Op steeds meer dossiers – van vluchtelingenaanpak tot sociaal beleid – loopt de EU vast. Dan maar verder gaan in ‘kopgroepjes’ met verschillende snelheden, is een optie. Niet langer wachten tot álle 27 het met elkaar eens zijn, maar in een kleine groep van eensgezinde landen alvast het voortouw nemen. Als land kies je waar je aan toe bent en aan meedoet.

„Plots beweegt de EU zich in Deense richting,” zegt een glunderende Jan Jørgensen van de liberale regeringspartij Venstre in Christiansborg, het statige parlementsgebouw in Kopenhagen. „Grootste voordeel van het Deense model is dat je tegen je leden zegt dat ze zich niet in elke situatie als 100 procent lid hoeven te gedragen. Daardoor voelt de EU niet langer aan als een knellend korset.”

De Brexit bleek het keerpunt, zegt Jørgensen. „Dat bracht het besef dat de EU zich niet moet bemoeien met zaken die nationaal moeten blijven.”

Een beetje meedoen aan de EU, zoals aan de interne markt, is prima, „zolang Brussel maar op afstand blijft,” zegt Kenneth Kristensen Berth van de Dansk Folkeparti, de Deense Volkspartij. Zittend bij de haard in het parlementsgebouw – tien stammen berkenhout liggen klaar voor een knapperend vuur – zet hij zelfverzekerd de eurokritische standpunten van zijn Volkspartij uiteen.

„Logisch dat steeds meer Europeanen dromen van een Deens model. De gestage machtsoverdracht aan Brussel heeft ze gefrustreerd. Nu kijken ze naar ons en denken: die Denen zijn zo gek nog niet.”

De controle moet terug naar de individuele lidstaten, vindt Kristensen. „Of Polen hier mogen werken, en met welke sociale rechten, daarover moet de Deense regering beslissen en niet Brussel.”

Onder druk van zijn partij, intussen de tweede van het land, kwam een wetsvoorstel tot stand om vluchtelingen die naar Denemarken komen hun juwelen en geld af te nemen om daarmee de asielopvang te bekostigen. Het bleef bij een voorstel, maar in het buitenland werd met afschuw gereageerd. Dit was een welvarend land, elk jaar in de top drie van de internationale geluksbarometers, onwaardig.

Schaamte

De schaamte onder veel Denen was groot. Maar de Volkspartij groeit.

Marlene Wind, professor politicologie en EU-expert aan de Universiteit van Kopenhagen: „De partij is geobsedeerd door het thema ‘eigen, Deense identiteit’.” En dat levert je aanhang op in deze egalitair ingestelde samenleving. Wie pro-Europa is, is elite en anti-Denemarken.”

Tryghed, geborgenheid, is volgens de Denen de succesformule van hun samenleving. „Het kost wat, we betalen enorm veel belasting, maar je krijgt er veel voor terug”, zegt Ib Christoffersen, voorzitter van de Roskilde Håndbold Klub.

In een immense sporthal in een buitenwijk van Roskilde wordt in tien zalen tegelijk getraind door jong en oud. De handbalclub draait alleen op vrijwilligers. „Wij Denen zijn niet voor niets de gelukkigste mensen op aarde”, lacht economiestudent Kristian Roos die de junioren begeleidt.

„Ik brak laatst tijdens een wedstrijd mijn rechterduim. Scans laten maken, verschillende dokters gezien, nooit één cent betaald. Gezondheidszorg en onderwijs zijn hier gratis. Wij zorgen hier goed voor elkaar.”

Deense geborgenheid

Maar de ‘Deense geborgenheid’ mag van clubvoorzitter Christoffersen niet leiden tot „het uitsluiten van de ander”. Hij bekritiseert de speciale positie van zijn land in de EU. „Wel de lusten, niet de lasten, dat werkt niet. We moeten juist nu de problemen in Europa samen oplossen. Als andere landen het Deense model overnemen loopt het fout.”

Toch is dat precies wat er gebeurt, zegt politicoloog Marlene Wind. „Zelfs Angela Merkel en François Hollande scharen zich nu achter het idee van het Europa van de kopgroepen en de uitzonderingen.” Ze vreest dat er op die manier een vrijblijvend Europa à la carte ontstaat „waar iedereen kiest wat hem of haar uitkomt, maar waar de samenhang verdwijnt.”

Wind:

„Op papier oogt dat Deense model beter dan in de praktijk. Neem de eurogroep. Niet iedereen zit er in. Maar de Deense kroon is wel volledig gekoppeld aan de euro. Als die euro-kopgroep vergadert, kijken wij Denen vanaf de zijlijn machteloos toe. Is dat het gedroomde toekomstmodel voor de EU?”

    • Tijn Sadée