De winnaar krijgt elf miljoen dollar

Redacteur Margot Poll grasduint door de binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

In een mooi uitgegeven bloemlezing met ‘vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen’ leidt dichter Anton Korteweg ons in Het oog van de dichter [1] rond door zijn denkbeeldige museum. Dichteres M. Vasalis bijvoorbeeld liet zich inspireren door Paul Gauguins Vahine no te tiare en Vestdijk door de Herculesbeelden van Carel Willink. Bij het portret van Agatha van Schoonhoven blijft de bezoeker langer staan. Ingmar Heytze schreef het gedicht Agatha met één van de mooiste dichtregels: Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege.

Met mythes uit de oudheid probeert journalist en dichter Marjoleine de Vos in het essay Afdalingen [2] verschenen ter gelegenheid van de Week van de Klassieken (9-19 maart), de dood anders te bezien. Alle klassieke verhalen over goden die sterfelijk en onsterfelijk zijn, mythische figuren die de onderwereld bezoeken en willen terugkeren naar aarde in plaats van te sterven, zeggen volgens De Vos iets over onze moeizame verhouding tot de dood.

Er is moed voor nodig om over je eigen dood na te denken en het is ook nog eens onbeschrijflijk eenzaam, ervaart de Australische schrijfster Cory Taylor (1955-2016) in Sterven, een levensverhaal [3]. In die eenzaamheid schreef zij een aangrijpend verhaal over de ongeneselijke vorm van kanker die haar treft. Het valt haar moeilijk dat er met artsen in het ziekenhuis niet over de dood valt te praten, laat staan over euthanasie, die in Australië verboden is. Taylor koos voor een heldere opzet: zij beantwoordt vragen over de dood die haar gesteld werden door kijkers voor het televisieprogramma You Can’t Ask That. Op de televisie krijg je de ruimte voor een beknopt antwoord, maar in haar boek neemt Taylor er de ruimte voor. Een verhelderend antwoord geeft zij op de vraag of zij ook een bucketlist had: „Ik heb geen bucketlist, want ik put troost uit mijn herinneringen aan de dingen die ik heb gedaan zonder te smachten naar de dingen die ik niet heb gedaan.” Een volgend deel uit het boek gaat over haar familie in Australië. Ze verontschuldigt zich dat ze de lezer daarmee lastig valt, maar aan het einde van het boek wordt duidelijk, waarom ze dat heeft gedaan.

De situatie in de vijf voormalige Sovjetstaten Turkmenistan, Kazachstan, Tadzjikistan, Kirgistan en Oezbekistan, is nauwelijks te begrijpen zonder hun geschiedenis te kennen. De vijf nu zelfstandige landen in Centraal-Azië kampen met etnische conflicten, stagnerende economieën en slecht functionerende democratieën. Maar, toen was er Sovjetistan [4] van Erika Fatland (1983). Deze Noorse journalist en antropoloog reist langs de Stan-landen en beschrijft wat zij ziet, hoort en onderzoekt – steeds met historische en politieke feiten ter verduidelijking van het onderwerp. In Oezbekistan is zij op haar hoede of de geheime politie haar niet volgt, in Kirgistan hoort zij van meisjes hoe zij ontvoerd zijn en met hun ontvoerder moesten trouwen. In Turkmenistan wordt Fatland in een kranteninterview opgevoerd als bewonderaar van het Turkmeense paardenras zonder dat zij ooit met iemand van de krant heeft gesproken. Dan volgt een prachtige scène over de paardenrace van het jaar in de stampvolle hippodroom van Asjchabad; de winnaar krijgt elf miljoen dollar. De president doet ook mee en net op het moment dat hij als eerste over de finish gaat, komt hij ten val en blijft roerloos in het zand liggen. Het applaus verstomt. Is de president dood?

Op donderdag 16 maart is Erika Fatland, die zeven talen spreekt, te gast in Spui25 in Amsterdam om met Pieter Waterdrinker te spreken over de voormalige Sovjet Unie. nrch.nl/5qpc
    • Margot Poll