Recensie

Design Museum in Londen: bijzondere combinatie van luxewoningen en museum

Design Museum Londen OMA heeft voor het Design Museum in Londen een ongewone combinatie van museum met ontworpen.

Design Museum in Londen. Foto Bernard Hulsman

Het is even opletten als je naar het nieuwe Design Museum gaat in het Holland Park in Londen. Wie de drie nieuwe door het Office for Metropolitan Architecture (OMA) ontworpen sjieke woondozen voor de steenrijken eerst eens goed wil bekijken voor hij het daarachter gelegen museum bezoekt, loopt grote kans dat hij wordt teruggefloten door een conciërge.

Een gated community vormen de dozen met bakken en inkepingen, waarvan de opbrengst is gebruikt voor de financiering van de verbouwing van het Institute of the Commonwealth tot het nieuwe onderkomen van het Design Museum. Weliswaar worden ze niet helemaal omringd door hekken en slagbomen, maar dat ze op voor onbevoegden verboden terrein staan, wordt je duidelijk gemaakt zodra je het opglipt. Dan komt er een bewaker uit een van de drie met kalksteen beklede gebouwen gespurt die je op beleefd Britse wijze beveelt een andere weg te nemen naar het museumgebouw.

De architecten van OMA – onder leiding van Reinier de Graaf – die de ongewone combinatie van museum met gated community hebben ontworpen, lieten de verbouwing van het Institute of Commonwealth grotendeels over aan de Britse minimalist John Pawson. Die heeft het door Robert Matthew ontworpen gebouw uit 1960 met zijn spectaculair welvende dak (een hyperbolische paraboloïde) eerst helemaal laten uithollen en er vervolgens verrassend weinig in terug laten bouwen.

Binnenplein

Na binnenkomst komt de bezoeker terecht in een grote, open rechthoekige ruimte met in het midden een buitengewoon brede trap, die, zoals in veel hedendaagse gebouwen, ook dienst doet als tribune.

Een deel van de begane grond wordt in beslag genomen door de museumwinkel, maar van de tentoonstellingsruimtes is vrijwel niets te zien. Die bevinden zich in de nieuw gebouwde, ondergrondse, witte ruimtes en boven, onder het tentachtige dak. Zo is de entree van het Design Museum een voor iedereen toegankelijk binnenplein geworden dat deels het verlies aan openbare stadsruimte compenseert dat Londen heeft geleden door de bouw van de naastgelegen gated community.

Rondom het rechthoekige binnenplein lopen op de eerste etages brede galerijen die toegang geven tot de bibliotheek, het restaurant, een atelier voor kinderen en kantoren. Pas op de bovenste etage van het gebouw wordt de vaste collectie van het Design Museum tentoongesteld .

Contrast

Zoals bijna al het werk van Pawson is de afwerking van de nieuwbouw met wanden en vloeren van eikenhout en marmer buitengewoon precies en smetteloos. Maar de steriliteit die veel van zijn interieurs eigen is, wordt dit keer voorkomen doordat hij het oorspronkelijke, robuuste dak niet alleen intact maar ook overal in het zicht heeft gelaten. Deels bestaat dit dak uit uitwaaierende balken waartussen nog altijd de oorspronkelijke, goedkope platen isolatiemateriaal zitten. Maar het mooiste contrast met de precisie van de nieuwbouw vormen de enorme, schijnbaar zwevende, gebogen dakdelen van ruw, ‘brutalistisch’ beton die het binnenplein op overwelven.

    • Bernard Hulsman