‘Bewijzenbank’ moet Syrische oorlogsmisdaden vastleggen

Haagse conferentie

Tot dusverre blijven veel oorlogsmisdaden in Syrië onbestraft. Een tribunaal is er niet, maar nu wordt wel een databank aangelegd.

Vrouwen lopen met een kind door een verwoeste buurt in de Noord-Syrische stad al-Bab. Foto Khalil Ashawi/Reuters

Een Syrië-tribunaal is het nog lang niet, maar een eerste stap op weg naar gerechtigheid wel. Zo’n 200 internationale experts kwamen donderdag op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag bijeen om gestalte te geven aan een zogenoemde ‘bewijzenbank’, die gegevens moet gaan verzamelen over oorlogsmisdaden in Syrië. Het is voor het eerst dat zo’n bewijzenbank wordt opgezet terwijl het betreffende conflict nog in volle gang is.

De eerste aanzet hiertoe werd eind vorig jaar door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties gegeven, toen 105 landen zich schaarden achter een resolutie om zo’n databank voor Syrische oorlogsmisdaden op te zetten. „Als de bewijzenbank goed werkt, kan dit de uiteindelijke vervolging bespoedigen”, aldus minister Koenders. „Ik ben er vrij zeker van – die belofte durf ik wel te doen – dat dit zal leiden tot vervolging.”

Sommige Syriërs zijn al langer, met groot gevaar voor eigen leven, bezig om bewijzen voor oorlogsmisdaden te vergaren. Koenders noemde in zijn openingstoespraak enkele frappante voorbeelden. Een agent van de militaire politie ontvluchtte Syrië met in zijn sokken verborgen flash drives, kleine harde schijven. Daarop stonden foto’s van 28.000 mensen die waren omgekomen in hechtenis.

Beplakt over zijn hele lichaam met documenten over instructies voor het gebruik van geweld van hoge functionarissen wist een ambtenaar zijn land te verlaten. Weer anderen passeerden twaalf Syrische controleposten om belangrijke, in bananenkratten verstopte bewijzen van misdaden naar het buitenland te smokkelen.

Koenders erkende dat veel andere Syriërs weinig vertrouwen meer hebben in de internationale gemeenschap. Maar volgens hem kan dit een manier zijn dat geschonden vertrouwen te herstellen.

Zelfs als de bewijzenbank goed op gang komt, zal het nog lang kunnen duren voor oorlogsmisdadigers daadwerkelijk worden vervolgd. Met name Rusland, dat een veto heeft in de Veiligheidsraad van de VN, zal niet gauw toestaan dat vertegenwoordigers van zijn bondgenoot Syrië voor de rechter kunnen worden gedaagd.

Maar Koenders putte moed uit het feit dat ook bij eerdere tribunalen politieke obstakels uiteindelijk geen beletsel bleken te vormen.

Sommige oorlogsmisdadigers zijn intussen zelf al Syrië ontvlucht en zouden door nationale openbare aanklagers kunnen worden vervolgd.

De bewijzenbank, formeel Internationaal, Onpartijdig en Onafhankelijk Mechanisme genaamd, zal informatie vergaren over oorlogsmisdaden van alle partijen. Het ‘mechanisme’ zal niet in Den Haag zetelen maar in Genève, onder de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens van de VN. De kosten van de bank in het eerste jaar zijn begroot op 13 miljoen euro. Nederland draagt 1 miljoen bij.

    • Floris van Straaten