Als Nederlandse act optreden op SXSW in Texas: wat levert dat op?

Festival

Tussen de duizenden bands en dj’s op festival SXSW in Austin, dat vrijdag begint, spelen achttien Nederlandse acts. Het is dé plek om jezelf te laten zien aan de industrie, en een nieuw publiek.

Een vrouw speelt met een interactieve muur aan op SXSW 2016. Foto Larry W. Smith/EPA

Muzikanten zijn net keukenverkopers. Als niemand weet wat je verkoopt, kan ook niemand het kopen, en daarom moet je soms in de etalage gaan staan. De beste etalage staat in Austin, Texas, tijdens het jaarlijkse festival South By Southwest (SXSW), waar platenlabels, boekingskantoren, managementfirmas, PR-bureaus, media en andere festivals vers bloed komen proeven.

Er spelen meer dan 2.000 acts op SXSW, uit 62 landen. Vanuit Nederland zijn achttien acts uitgenodigd voor het officiële programma van het festival. De Amsterdamse band St. Tropez staat voor het eerst op het festival. Hoewel, toen ze nog Go Back to the Zoo heetten stonden ze er ook al eens, in 2012. Ze hebben een tactiek om zo goed mogelijk hun naam te vestigen, legt bassist Lars Kroon uit: „We gaan nèt iets te kort spelen. Een half uur maximaal, en dan heel explosief. Absurd dat je zo ver reist voor zo’n korte show natuurlijk, maar we hopen dat iedereen denkt: ‘jammer dat jullie niet langer spelen’.”

Netwerk

Dat is spelen, maar SXSW is ook de plek om af te spreken met de juiste mensen in het vakgebied. Mensen die je op een buitenlands festival kunnen boeken, of aan een groter platenlabel kunnen helpen. Kroon: „Destijds met Go Back to the Zoo hadden we een management dat we betaalden om te netwerken, dus ik heb er niet zo’n zicht op wat dat heeft opgeleverd. Maar we hebben daarna wel op Exit Festival in Servië gespeeld, en in Rusland, en ik geloof dat de contacten daarvoor op SXSW gelegd waren.” Nu ze het zelf moeten doen probeert de band met zoveel mogelijk mensen af te spreken ter plekke. „Het is dé plek om met de juiste mensen een biertje te drinken, en hopelijk weten ze nog wie je bent als je later een mailtje stuurt.” Kroon lacht, „echt netwerken dus, haha. Het klinkt vreselijk als ik het zo zeg, maar we mogen natuurlijk niet klagen.”

Nu ze toch in de VS spelen, wil St. Tropez er meer optredens uitslepen. Ze hebben twee concerten in New York en in elk geval één in Los Angeles geregeld, en zijn op moment van spreken bezig met meer. Dat is erg kostbaar, zegt Kroon, zeker omdat ze juist door die optredens nu een veel duurder visum moeten kopen. Ze slapen zoveel mogelijk bij vrienden op de bank, en nemen zo min mogelijk mee - „Iedereen maximaal één gitaar. Meer niet.” De band krijgt wel wat subsidie, net als alle Nederlandse acts op SXSW, meestal alleen de reiskosten. Dat wordt betaald door het Fonds Podiumkunsten, dat samen met Buma Cultuur Nederlandse acts in de spotlights probeert te zetten. Ze organiseren onder de noemer ‘Dutch Impact’ ook showcasefeesten, waarbij bands zichzelf kunnen laten zien en waarvoor media en relevante partijen uit de muziekindustrie worden uitgenodigd. Dat doen ze op SXSW, maar ook op ILMC in Londen, Eurosonic/Noorderslag in Groningen, Reeperbahn Festival in Hamburg, Rencontres Musicales in Rennes, en nog een handvol (showcase-) festivals. Volgens Frank Helmink, directeur van Buma Cultuur, werkt dat goed. „Er zijn legio bands die de laatste jaren iets hebben gehad aan hun aanwezigheid en activiteit op diverse plekken wereldwijd. Een voorbeeld van vorig jaar is The Charm The Fury, die aan hun aanwezigheid en optreden tijdens de Global Rock Summit in Los Angeles een internationale deal met platenlabel Nuclear Blast hebben overgehouden.”

Gelijkgestemden

Contacten zijn belangrijk voor muzikanten, weet ook Casper Tielrooij. Hij is dj en een van de oprichters van Dekmantel, een bedrijf dat dancefeesten organiseert, platen uitbrengt en internationaal festivals organiseert - onlangs voor het eerst ook in Brazilië. In samenwerking met het Amsterdam Dance Event (ADE) geven Dekmantel, Appelsap en Red Light Radio verschillende shows op SXSW. „We hebben al langer contact met de jongen die aan de programmering werkt daar, via Buma Cultuur,” zegt Tielrooij. „Dat we daar staan is dus een beetje in samenwerking geregeld.”

Op het aankomende festival is puur netwerken minder belangrijk voor Tielrooij: „We willen twee heel bijzondere avonden neerzetten, waar mensen zelf kunnen proeven van wat voor bijzonders er gaande is in Nederland. Het is natuurlijk voor het grootste deel een bandjesfestival, en dance is relatief klein in de VS. Ik geloof daarom meer in de shows zelf, dan het netwerken. We zijn wel betrokken, we zitten ook nog in een panel daar, en zo zal er vast wel wat uitkomen. Maar we gaan daar niet met clubs en boekers afspreken.”

Toch hoopt Tielrooij wat ontmoetingen om te kunnen zetten in vervolgstappen voor Dekmantel. „Het is niet zo dat we in Noord-Amerika een groot festival willen opzetten en daar contacten voor zoeken, maar het is zeker een plek waar je veel mensen ontmoet die op onze avond afkomen. Dat zijn gelijkgestemde figuren met dezelfde interesses, in dezelfde scene. Dat is interessant want daar komen weer verbindingen uit waar je wat aan kunt hebben.”

    • Peter van der Ploeg