NRC checkt: ‘17,9 mld studieschuld aan overheid’

Dat stelt de studentenorganisatie ISO.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Aanleiding

Dinsdag maakte de studentenorganisatie Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) bekend dat alle studenten en oud-studenten nog 17,9 miljard euro moeten betalen aan de overheid.

Het cijfer 17,9 miljard is een extrapolatie door het ISO van de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Die meldde dat eind 2016 de totale studieschuld tot 17,6 miljard is gestegen. In een speciaal ontworpen studieschuldmeter trekt het ISO de stijgende lijn door tot op de dag van vandaag en zo ontstond het bedrag 17,9 miljard.

Waar is het op gebaseerd?

Er zit afgelopen vier jaar een stijgende lijn in de nationale studieschuld. Vanaf 2012 ging die met 46 procent omhoog, van 12 miljard tot 17,6 miljard euro, terwijl het aantal studenten in die jaren steeg van slechts 660.000 naar 700.000. Daar zitten ook veel buitenlandse studenten tussen die de afgelopen jaren voor de groei zorgden en die geen Nederlandse lening krijgen. Meer schuld per Nederlandse student dus.

En klopt het?

De stijging is niet geheel te wijten aan de afschaffing van de basisbeurs, want die had ook al plaats voordat dit gebeurde. Misschien dat studenten meer tempo moesten maken en minder tijd hadden voor een bijbaantje. In het jaar na de afschaffing van de basisbeurs (2015-2016) steeg het totale schuldbedrag met 12 procent tegenover een stijging van 10 procent één jaar eerder.

Er zijn diverse factoren die een rol spelen bij de berekening van de totale studieschuld. Lang niet iedereen hoeft de schuld al af te lossen. Eind 2015 moest 9,4 miljard euro worden afgelost door 676.000 debiteuren. Dat is een bedrag van 14.000 euro per debiteur, dat is in de regel een oud-student. Op bijna de helft van de nationale studieschuld hoeft dus nog niet te worden afgelost. Daar zitten veel studerenden tussen. Op sommige studieleningen hoeft zelfs nooit te worden afgelost bij gebrek aan inkomen van de debiteur.

Volgens woordvoerder Thea Jonkman van DUO is er nog veel onzeker over de ontwikkeling van de schuld. Wie niet op tijd afstudeert, moet de basisbeurs alsnog terugbetalen. De prestatiebeurs wordt dan een lening. De cijfers zijn onderling ook niet vergelijkbaar omdat het studiefinancieringsstelsel afgelopen tientallen jaren zo vaak is veranderd. Je had de basisbeurs, de tempobeurs, de prestatiebeurs en nu is er het nieuwe leenstelsel. In april, bij de studentenmonitor, worden de cijfers duidelijker.

Conclusie

Het cijfer 17.9 miljard is een extrapolatie van overheidscijfers over de ontwikkeling van de nationale studieschuld. Met een gemiddelde stijging van 10 procent is die berekening voorzichtig. Daar staat tegenover dat er nog veel onduidelijk is over de studieschulden. Zeker is de 17,6 miljard van eind 2016. Het verschil met 17,9 miljard, twee en een halve maand later, is niet erg groot. Het oordeel is grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt.

    • Maarten Huygen