Veilige favela’s? Dat was alleen voor de Spelen

Brazilië

Het prestigeproject om sloppenwijken in Rio de Janeiro te bevrijden van drugsgeweld, is windowdressing gebleken. Het doel: tijdelijke veiligheid creëren tijdens het WK en de Olympische Spelen. Nu zitten bij Joana Soares alweer nieuwe kogelgaten in de muur.

Buurtbewoners kijken toe hoe de paramilitaire politie een inval doet in de sloppenwijk Favela da Mare, Rio de Janeiro. Foto AFP

De ochtend dat Joana Soares (28) de deur dichttrok om haar zoontje naar voetbal te brengen, begon het schieten. Hard geknal en rondvliegende kogels, aan een stuk door. Vliegensvlug sleurde ze hem het huis weer in en zochten ze dekking achter een bank in de woonkamer.

Het was half november en het begin van een nieuwe bloedige drugsoorlog in de wijk Cidade de Deus, Stad van God. „Het is sindsdien een hel hier”, zegt Soares somber vanuit haar huis, waar de kogelgaten nog in de muur zitten. „De scholen zijn gesloten, crèches zijn dicht. Het is oorlog.”

De sloppenwijk werd bekend door de film City of God, over het keiharde leven van een groep jonge drugscriminelen.

Maar de afgelopen acht jaar heerste er rust in de wijk met ruim 30.000 inwoners. De Stad van God was een soort modelfavela geworden. Na een decennialange bende-oorlog tussen de drie grote drugskartels die Rio de Janeiro domineren, werd de wijk in 2009 als een van de eerste sloppenwijken gepacificeerd: drugsdealers werden verjaagd of opgepakt en een speciale politie-eenheid, de Unidade de Policía Pacificadora (UPP) werd er permanent gestationeerd.

Vredespolitie

De pacificatie, zoals de operatie die startte in 2008 ging heten, werd in verschillende sloppenwijken ingevoerd en moest Rio veiliger maken, met het oog op het WK-voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016. Het ambitieuze en kostbare project zou vertrouwen geven dat de sportevenementen hier veilig gehouden konden worden, ondanks het slechte imago van de stad.

De UPP-agenten werden speciaal getraind op sociale en menselijke vaardigheden en daardoor ook wel ‘vredespolitie’ genoemd: ze waren anders dan de gewelddadige en beruchte politie van Brazilië die verantwoordelijk is voor gemiddeld zes moorden per dag.

Ana Clara Ribeiro (54), een bejaardenverzorgster uit Cidade de Deus, was aangenaam verrast toen de eerste vredesagenten in haar wijk verschenen. „Ze waren vriendelijk en maakten praatjes met bewoners. Voor het eerst waren we niet doodsbang voor de politie”, zegt ze.

Het succes vertaalde zich ook in cijfers. Tussen 2008 en 2013 werden ruim negenduizend vredesagenten in belangrijke sloppenwijken gestationeerd. Het ging om strategische, gevaarlijke en zeer dichtbevolkte favela’s. Het aantal moorden nam snel af. „In 2008 kampte Rio nog met zo’n 3.800 moorden, vier jaar later was dit aantal gedaald met veertig procent”, zegt Robert Muggah, directeur van Igarapé, een onderzoeksinstituut en denktank voor publieke veiligheid. „En de sloppenwijken werden leefbaarder. Er kwamen meer winkels en restaurants. De waarde van de huizen steeg.”

Uit de lucht geschoten

Maar nu, een half jaar na de Olympische Spelen, brokkelt het UPP-project af en verstevigen drugskartels opnieuw hun macht. De grootste van Rio, het Comando Vermelho (CV, het Rode Commando), veroverde grote delen van Cidade de Deus en probeert ook omliggende wijken in handen te krijgen.

De dag dat Joana Soares met haar zoontje dekking zocht tegen de rondvliegende kogels, was er een vuurgevecht tussen kartelleden en UPP-agenten. Er vielen doden, een politiehelikopter werd uit de lucht geschoten en de gemartelde lijken van zeven bewoners werden gevonden. „Het Rode Commando is zwaar bewapend, ze kennen deze wijk beter dan wij en de bevolking helpt hen aan schuilplaatsen”, zegt politiecommandant Daniel Cunha Neves vanuit zijn werkkamer in Cidade de Deus. Hij geeft sinds kort leiding aan de 340 agenten die hier zijn gestationeerd. Zijn voorganger werd door het drugskartel doodgeschoten. „In de hele stad rukken de drugsbendes weer op. Zelfs in kleinere favela’s rondom de toeristische strandwijken Copacabana en Ipanema is het onrustig. Na de Olympische Spelen is de situatie verslechterd”, geeft Cunha Neves toe.

Verdwenen metselaar

Dat het kon misgaan met het veelbelovende en internationaal geprezen pacificatie-project, komt volgens Igarapé directeur Muggah doordat het drugsgeweld nooit echt werd opgelost, maar zich vooral verplaatste. De gevluchte criminelen nestelden zich in het noorden van de miljoenenstad en bereidden zich vanuit daar voor op terugkeer naar hun oude wijken.

Een ander probleem was dat de vredespolitie zich net zo corrupt en gewelddadig begon te gedragen als de reguliere politie. De meest schrijnende casus speelde zich af in 2013, toen metselaar Amarildo de Souza verdween. Hij zou volgens de politie banden hebben met drugsgangs. Het leidde tot landelijke protesten, de zaak groeide uit tot een symbool voor de vele onopgeloste verdwijningen in het land.

Hoewel Amarildo’s lijk nooit is gevonden, werd duidelijk dat UPP-agenten achter zijn verdwijning zaten. Het maakte een definitief eind aan het vertrouwen van de sloppenwijkbewoners in de vredespolitie. „We wisten: als de sportevenementen voorbij zijn, vertrekt de UPP en komen de bendes terug. Het project was vooral een camouflage om aan buitenlandse bezoekers te laten zien dat deze stad veilig is. Onze veiligheid was nooit prioriteit”, zegt bewoonster Ana Clara Ribeiro.

Gevangenismoorden

De drugshandel in Rio floreert nu meer dan ooit. Kartels buiten Rio proberen hiervan te profiteren, zoals Brazilië’s grootste drugskartel, het Primeiro Comando da Capital (PCC), het Eerste Stadscommando uit Sao Paulo. Zij willen een eigen afzetmarkt in Rio en dat veroorzaakt spanningen bij de lokale gangs. Daarbij is het Eerste Stadcommando sinds kort gebrouilleerd met het Rode Commando, met wie ze twintig jaar lang een bondgenootschap hadden.

Lees ook: In Brazilië zijn de bendes de baas

De recente gevangenismoorden waarbij meer dan honderd gevangenen zijn afgeslacht, houden hier ook verband mee: zelfs achter de tralies wordt de drugsoorlog uitgevochten. „We staan aan het begin van een nieuwe geweldsgolf, het hele land dreigt hierin te worden meegezogen. Door de economische crisis is er nauwelijks geld om dit te bestrijden, terwijl de drugsgangs bulken van het geld”, zegt Robert Muggah.

In de Stad van God is goed zichtbaar dat het Rode Commando de wijk weer domineert. Er hangt een desolate, onheilspellende sfeer. „Het is nu een spookstad”, zegt Lourdes Braz Vieira, die hier al 25 jaar een opvangtehuis voor oudere bewoners runt. De ingang van haar straat is gebarricadeerd met oud meubilair, bergen vuilnis en zware bakstenen. De bendeleden patrouilleren er en houden haar soms staande.

„Vroeger hadden ze respect voor de bewoners. Maar nu is alles keihard en vijandig. Dit is een onleefbare wijk geworden.”

    • Nina Jurna