Trump heeft ook voordeel bij onthullingen WikiLeaks

Lek over CIA-spionage

De laatste onthullingen over de CIA passen in het beeld dat Trump graag verspreidt: dat de dienst zijn werk niet doet en hem tegenwerkt.

Foto AP

Opnieuw is de Amerikaanse overheid in grote verlegenheid gebracht door een omvangrijk datalek. Klokkenluidersplatform WikiLeaks publiceerde dinsdag een verzameling documenten waaruit zou blijken dat de CIA in staat is burgers van nabij te bespioneren via de apparatuur die ze dagelijks gebruiken, zoals de telefoon en televisie. Voormalig CIA-directeur Michael Hayden sprak tegen de BBC van een „ongelofelijk schadelijk lek” dat „mijn land en de vrienden van mijn land minder veilig heeft gemaakt”.

De FBI en de CIA kondigden een onderzoek aan naar de bron van het lek.

Sinds soldaat Chelsea Manning in 2007 controversiële videobeelden van het Amerikaanse leger aan WikiLeaks bezorgde, en Edward Snowden in 2013 naar buiten trad met documenten waaruit bleek dat de NSA haar bevoegdheden tot het maximale uitbuitte, probeert de Amerikaanse overheid zich te weren tegen omvangrijke lekken. Een van de eerste dingen die Trump als president deed, was een decreet tekenen dat de overheid beter moest beschermen tegen hacks.

Woensdag zei het Witte Huis dat de president „extreem bezorgd” is over het CIA-lek. Maar voor hem en zijn entourage komt het nieuwe WikiLeaks-offensief ook gelegen.

Lees ook: WikiLeaks: CIA bespioneert burgers via tv’s en smartphones

Donald Trump verkeert in een voortdurende staat van onmin met de veiligheidsdiensten, omdat deze onderzoek doen naar de voor hem gunstige Russische hacks bij de Democratisce Partij tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagne, en naar contacten van Trumps naaste medewerkers met Russische functionarissen. Trump klaagde daarom veelvuldig over de vele lekken vanuit de kantoren van de veiligheidsdiensten, en vergeleek hun handelwijze zelfs met die van met nazi-Duitsland.

Nadat vorige week zijn minister van Justitie hierdoor in de problemen kwam, koos Trump afgelopen zaterdag voor een opzienbarend tegenoffensief door, zonder enig bewijs, zijn voorganger Barack Obama ervan te beschuldigen dat deze de telefoons in Trump Tower had afgeluisterd.

Trumps tweets volgden op vergelijkbare speculaties op conservatieve nieuwssite Breibart News – maar enig bewijs hebben Trump of het Witte Huis niet aangevoerd. En de diensten en Obama hebben alles ontkend. Obama wees Trump erop dat een president de macht helemaal niet heeft om een opdracht tot afluisteren te geven.

Dat de aandacht, slechts enige dagen later, weer geheel ligt bij de handelwijze en de lakse beveiliging van de CIA, past in het beeld dat Trump zijn achterban voorschotelt: dat de veiligheidsdiensten hun werk niet goed doen, en hem tegenwerken.

Behalve de timing is ook de route van het datalek opmerkelijk. Klokkenluidersplatform WikiLeaks werd groot door Amerikaanse overheidsgeheimen te publiceren, zoals diplomatieke ambtsberichten. Maar nu heeft het de verdenking op zich geladen een instrument te zijn van het Rusland van Vladimir Poetin, sinds het rond de Amerikaanse verkiezingen uitsluitend gelekte emails publiceerde die de Democraten en de campagne van Hillary Clinton schaadden – en die door de Russen gehackt zouden zijn. „Ik ben dol op WikiLeaks”, zei Trump tijdens zijn campagne. „Het is een goudmijn.”

De situatie duwt Trump in een spagaat. Hij lijkt de veiligheidsdiensten als zijn persoonlijke vijand te zien. Maar als zo’n grote bres wordt geslagen in het veiligheidsprotocol van de CIA, moet hij de belangen van de dienst ambtshalve ook verdedigen.

    • Maartje Somers