Tandsteen onthult neanderthalermenu

Oerdieet

Het dieet van de Neanderthaler was opportunistisch samengesteld. In België aten ze veel vlees, in Spanje veel plantaardig voedsel.

Het menu van Neanderthalers varieerde per regio. In België aten ze veel schapenvlees, in Spanje aten ze veel pijnboompitten. Illustratie Science Photo Library

Een neanderthaler die 36.000 jaar geleden in de Grot van Spy (België) leefde, at flink wat schapenvlees. Dat is op een onverwachte manier ontdekt: het DNA van de schapen zat in het tandsteen dat nu nog op zijn tanden zit.

Het is de eerste keer dat een DNA-analyse van oeroud tandsteen is uitgevoerd. Zelfs de mondbacteriën van de neanderthalers bleken zo uit het tandsteen de reconstrueren. Het onderzoek, geleid door DNA-specialisten uit Australië, is woensdag gepubliceerd in Nature.

De techniek geeft nieuwe informatie over het dieet van neanderthalers, die tot 30.000 jaar geleden in Europa leefden (in de laatste ijstijd). „Deze studie geeft enkele verrassende inzichten”, zegt neanderthaler-onderzoeker Robert Power die niet bij de publicatie betrokken was. Die schapen, bijvoorbeeld. „In de Grot van Spy zijn geen schapenbotten gevonden. We dachten dat wilde schapen alleen in bergachtige gebieden leefden.”

Uit het DNA in zijn tandsteen blijkt dat de Belgische neanderthaler (circa 36.000 jaar oud) zich vooral met vlees voedde: met schaap, maar ook met wolharige neushoorns die destijds op de koude steppe van West-Europa leefden. Twee neanderthalers die circa 49.000 jaar geleden in Spanje leefden, hadden juist een overwegend plantaardig dieet. In hun tandsteen zaten vooral resten van pijnboompitten, een mos en een soort paddestoel – misschien het waaiertje.

Neanderthalers waren dus niet overal jager-verzamelaars, concluderen Laura Weyrich, Alan Cooper en 29 vakgenoten van de University of Adelaide en allerlei Europese instituten. De Spaanse neanderthalers waren eerder ‘verzamelaars’ (forager-gatherers) die een plantendieet aanvulden met een beetje vlees. Er waren dus „regionale verschillen”.

Een stukje tandsteen (verharde tandplak) is de weerslag van jarenlang kauwen. Het is daarom al eerder gebruikt om te bepalen wat neanderthalers aten. De Britse archeoloog Karen Hardy analyseerde in 2012 het tandsteen van neanderthalers uit de Spaanse grot El Sidrón. Ze vond zetmeelkorrels, plantaardige eiwitten en andere organische stoffen – maar weinig dierlijke eiwitten. Deze neanderthalers waren niet de toegewijde mammoetjagers waarvoor ze vaak gehouden werden, concludeerde ze.

DNA levert veel exactere, en uitgebreidere informatie over het soort voedsel. Het is alleen technisch lastig om zulke minieme hoeveelheden beschadigd DNA te herkennen. Inmiddels kan het. Het onderzoeksteam (met onder anderen Hardy) analyseerde DNA uit tandsteen van twee neanderthalers uit El Sidrón, één uit Spy, en nog twee andere waarbij de analyse mislukte.

Archeoloog Robert Power, die in november aan de Universiteit Leiden promoveerde, onderzocht zelf tandsteen van neanderthalers in Zuid- en Oost-Europa. Ook hij toonde aan dat planten een substantieel deel uitmaakten van hun dieet. Maar de vele pijnboompitten die de bewoners van El Sidrón aten, verrassen hem. „Ze zijn voedzaam, maar het is veel werk om ze te verzamelen.”

De analyse heeft ook beperkingen, zegt Power. In zijn proefschrift liet hij zien dat lang niet al het voedsel in tandsteen terecht komt. „Als je er geen vlees in vindt, wil dat niet zeggen dat diegene helemaal geen vlees at.”

Ook vindt hij sommige conclusies van Weyrich en Cooper te ver gaan. Zij identificeerden DNA van populier in het tandsteen van één Spaanse neanderthaler, en concluderen dat het „zelfmedicatie” was: populier bevat salicylzuur, dat pijnstillend werkt. Maar populierenbast kan ook als normaal voedsel gegeten zijn, werpt Power tegen.

    • Hester van Santen