Opinie

    • Philip Huff

Onderzoek eerst je denkfout voordat je gaat stemmen

Met beelden en oneliners proberen politici u dezer dagen te beïnvloeden. Ze spreken daarmee een denksysteem aan dat impulsief en ondoordacht is, waarschuwt .

Jesse Klaver (GroenLinks) bij het debat De Student Kiest. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Om tot een politieke keuze te komen is het handig om te weten dat we op twee manieren denken: bij Denksysteem 1 versimpel je een vraag waardoor het antwoord logisch lijkt, maar dat niet altijd is; bij Systeem 2 wordt een beroep gedaan op je kennis en relativeringsvermogen.

In zijn boek Thinking, Fast and Slow legt de psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman uit dat het menselijk brein in twee systemen denkt: een eerste, meer intuïtief systeem, dat we bijvoorbeeld gebruiken om rustig auto te rijden en geluiden te plaatsen, en een tweede meer rationeel systeem dat nummers onthoudt en wasmachines in de aanbieding vergelijkt.

Het eerst denksysteem heeft de neiging complexe materie terug te brengen tot een behapbare vraag: ‘Gaat het goed met je?’ wordt door degene aan wie de vraag wordt gesteld teruggebracht tot: ‘Hoe voel ik me nu?’ Dan hoef je niet na te denken over het hele leven, maar is ‘Ja, (nu) goed!’ genoeg.

Wat ik van moslims vind?

Maar soms gaat het mis. Bijvoorbeeld bij de volgende vraag: een tennisracket en een tennisbal kosten samen 1,10 euro. Het racket is een euro duurder dan de bal. Hoe duur is de bal?

Het juiste antwoord is vijf eurocent. Rekenen maar na: 1,05 is een euro meer dan 5 cent en samen is het 1,10 euro. De valkuil is hier dat Systeem 1 te snel tevreden is met het antwoord. Deze valkuil treedt ook op bij andere, complexe vragen. Systeem 1 ‘vervangt’ de moeilijke vraag ‘Hoe gaat het?’ (Dus: met mijn werk, vrienden, familie, leefwereld, relatie, gezondheid) voor een eenvoudiger vraag ‘Hoe gaat het nu?’, en vaak gaat dat goed. Maar soms ook niet.

Neem bijvoorbeeld de vraag: ‘Hoe gaat het met Nederland?’ Die vraag wordt gemakkelijk teruggebracht naar de eigen belevingswereld? ‘Hoe vind ik dat het met Nederland gaat?’ Vul dat aan met het nostalgische gevoel dat het vroeger veel beter was dan nu, en een qua uiterlijk veranderd Nederland, en een eerste ‘probleem’ doemt op: de ‘moslims’. En door de afwezigheid van moslims in de persoonlijke levenssfeer (afgezet tegen hun aanwezigheid in het straatbeeld); en een oververtegenwoordiging van negatieve stereotypes in films en in series en in de media, en eenzelfde versimpeling omtrent oorzaken voor crimineel gedrag (sociale klasse en straatcultuur zijn veel belangrijker dan religie), zal Systeem 1 snel denken: daar zit een verband

Haatzaaierij (zeker door politici) draagt hieraan bij. Zo wordt de vraag over hoe het met Nederland gaat beantwoord door een andere vraag te beantwoorden – wat vind ik van moslims? Het vervangen van de ene, belangrijke vraag, voor de andere, begrijpelijke, maar niet zo relevante vraag, gebeurt bijna automatisch: ‘Wat vind ik van moslims?’

Wat de Systeem 1 denker dan vergeet is: wat vinden ‘zij’ van Nederland?

Lees de NRC Programmawijzer, een overzicht van de verkiezings­programma’s. Met een handig filter lees je alleen over de partijen en onderwerpen die je het meest interesseren.

Herhaling lijkt iets waar te maken

In het verkiezingsgeschreeuw van de afgelopen maanden is een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (in 2008 uitgevoerd) ondergesneeuwd. De onderzoekers keken naar bezoekersaantallen bij moskeeën, naar waar imams hun preken veelal vandaan haalden, en ze vroegen de geestelijk leiders wat zij belangrijk vonden. De uitkomsten waren duidelijk: respect, een goede band met de buren, rust en stabiliteit, en zorgzaamheid. Dus niet: de sharia invoeren, een geloof voor iedereen, en geweld op straat – alles wat regelmatig wordt geroepen en dat dus geassocieerd wordt met het woord ‘moslim’. Maar als bepaalde politici de hele tijd zeggen dat Nederland islamiseert, ga je die kans overschatten – in weerwil van de cijfers. Herhaling lijkt iets waar te maken, maar het is niet zo.

Het is belangrijk in te zien dat Denksysteem 1 goed werkt bij het lezen en oprakelen van reclameleuzen (De enige échte? Nee toch? Er is nog wel meer chocolademelk op de wereld te vinden) maar niet bij politieke vraagstukken. En politiek denken is Systeem 2-denken, al zullen sommige politici deze dagen vooral een beroep op Systeem 1 doen. Maar onthoud: het is Systeem 2 dat je ervan weerhoudt je vriend uit te schelden of de scheidsrechter een klap te geven, beslissingen dus, om onverstandige impulsen van Systeem 1 te temperen.

Schakel de automatische piloot uit

Systeem 1 is onze automatische piloot: wie elke keer goed moet kijken waar hij zijn voet neerzet, komt bijna niet vooruit. Dus dat doet Systeem 1. Maar Systeem 2 bekommert zich ook om de route – als we het inschakelen. Met je Systeem 2 kun je dus verder kijken en denken dan wat politici allemaal schreeuwen. Een Systeem 2-denker bekijkt en overdenkt de voorgestelde aanpak van politieke partijen – en leest hun partijprogramma’s.

Het is de komende week belangrijk de tijd te nemen je politieke voorkeur eens rustig door te denken. Wie met Systeem 1 denkt, zal soms denken: ja! Maar wie met Denksysteem 2 reflecteert op wat Systeem 1 beaamt, zal veelal inzien dat dit standpunt onzinnig is. De komende tijd is het van belang zorgvuldig te kijken: welke partijen en programma’s bieden oplossingen die ook de lakmoesproef van een denkronde in Systeem 2 overleven? Die ons samen verder brengen? Want dat is de belangrijkste vraag van deze verkiezingen: hoe iedereen vooruitkomt.

Een antwoord hierop vereist inspanning. Gebruikmaken van Systeem 2. Dat kan niet tijdens het televisiekijken, autorijden of in de kroeg. Het gaat zelfs slechter na een lange dag werken of op een lege maag. Het zal neerkomen op het uitspitten van partijprogramma’s en het onderzoeken van de eigen denkfouten. Dit gaat, kortom, veel van uw tijd vragen.

Stemrecht is een ongelofelijk iets, en de mogelijkheid het in te vullen, mag ook iets vragen. Zolang dat maar meer is dan: ben ik bang voor wat ik niet goed ken? Een antwoord op de uitdagingen waar dit land voor staat ligt niet in de schuldvraaghoek. Het antwoord ligt bij langzaam denken.

    • Philip Huff