Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Gestopt

Marcel

Ik was door het lezen van een interview met longarts Wanda de Kanter, een dappere luis in de pels van de nietsontziende tabaksindustrie, meer dan twee maanden gestopt met roken. Een persoonlijk record waarvoor ik tot de bodem was gegaan. Ik was een land in burgeroorlog, een aquarium met te veel vissen, een boze Groninger in een talkshow. De omgeving die de zo gewenste gedragsverandering had gestimuleerd wankelde mee, want met de gezondere levensstijl kwam een nieuwe versie van Marcel van Roosmalen.

Een man die al woedend kon worden van de tune van een televisieprogramma, die in huilen kon uitbarsten tijdens een film, die alles opat en daarna nog meer wilde en boven alles een man met wie je makkelijk ruzie kon krijgen over niets. Daarna volgde een periode van apathie. Ik nam de dingen nog wel waar, maar reageerde niet meer. Ook niet als ze tegen me gingen schreeuwen omdat ik nergens enthousiast op reageerde.

Wat ik nog wel kon was heel lang fantaseren over de fantastische duizeligheid die me zou overvallen als ik een trekje van een sigaret zou nemen, alsof ik weer vijftien was en met mijn vrienden achter het muurtje bij Sporthal De Dumpel in Velp stond.

Vorige week begaf ik me weer onder de mensen, naar een bijeenkomst die je in mijn toestand als riskant mocht kwalificeren. Dat ik niet rookte viel vooral de rokers op. Ze vroegen of ik toch mee naar buiten ging, zo erg misten ze mijn gemopper onder de heaters. Ik bleef bij wat ik vroeger de saaie mensen noemde, en observeerde ze vanachter het glas.

Ik zag ze zuigen, rook wegblazen.

Ik zag ook de wallen onder hun ogen en hun bleke huid.

Die nieuwe manier van kijken hielp enorm, ik zag ze voor wat ze waren: slachtoffers. Ja, ik was er wel zo’n beetje, dacht ik toen ik drie bier later nog steeds rookvrij het trappetje naar het toilet af huppelde. Ik botste bijna tegen een halve bekende, die sloeg ik in gedachten helemaal in elkaar.

Ik plaste, waste de handen met zeep en ging maar weer eens.

Bij het weggaan begaf ik me kort onder de rokers.

Ik snuffelde, ze roken heerlijk.

Ze vonden me een volkomen leip, dat voelde ik heus wel.

God wat was ik daarna trots op mezelf, jammer dat ik dat gevoel met bijna niemand meer kon delen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen