Een magische avond in Camp Nou: 6-1

Champions League

Alleen Barcelona kon dit, het 4-0 verlies tegen Paris Saint-Germain wegpoetsen. Het lukte op een magische avond in Camp Nou.

Lionel Messi en Neymar van Barcelona vieren de zege op Paris Saint-Germain Foto Lluis Gene/AFP

Barcelona is er in een wedstrijd met eeuwigheidswaarde woensdagavond in geslaagd de kwartfinale te bereiken door Paris Saint-Germain met 6-1 te verslaan. Daarmee werd de 4-0 nederlaag van drie weken geleden weggepoetst. PSG druipt af in schande, ontgoocheld.

Een ongekend spektakel in Barcelona, voetbalhoofdstad van de wereld, voltrok zich. De thuisploeg lag bij rust keurig op schema, te danken aan twee koddige momenten voor het PSG-doel. Luis Suárez scoorde vroeg in het duel nadat de bal pardoes op zijn gretige hoofd landde. Beheerst, dat wel, met de kruin in het doel gewipt. Drie minuten gespeeld was er toen, PSG-coach Unai Emery krabde nerveus in zijn glimmende zwarte haardos terwijl scheidend Barça-trainer Luis Enrique met zijn vuisten door de lucht sloeg in hoopvolle verwachting.

Maar het broodnodige momentum werd verkwanseld met elke foutieve pass en nodeloze buiteling. Nee, Barcelona stak niet in grootse vorm, de gouden voetjes konden elkaar moeilijk vinden in de mêlee van PSG-withemden. Precisie ontbrak, Messi’s wil ontbrak. Na ruim een half uur amper gevaarlijk te zijn geweest dwong Andrés Iniesta met een desperate poging op de achterlijn vijf minuten voor rust ineens de 2-0 af. Een eigen goal was het van Layvin Kurzawa, frommelwerk dat zich moeilijk verhoudt met de grootsheid van Barça – maar niemand gaf daar wat om.

Zou het dan toch? Bij de 4-0 van drie weken terug – Barcelona weggeblazen in het Parc des Princes op een onbarmhartige Valentijnsdag in Parijs – was het machtsvertoon van Paris Saint-Germain ontzagwekkend geweest. De mokerslagen werden toen uitgedeeld door Angel Di Maria (2x), Julian Draxler en Edinson Cavani. PSG speelde buitenaards goed, fysiek uitmuntend voetbal. Onbedwingbaar in de razendsnelle omschakelmomenten, terwijl Messi aan de ketting lag bij de pas 21-jarige Adrien Rabiot.

Het was alles tezamen een ongekend, ongehoord, ontluisterend schouwspel. En de uitslag bood een onoverbrugbaar achterstand voor Barcelona. Nog nooit immers had een ploeg in de Champions League een 4-0 goed weten te maken in de return. Nog nooit. Kon niet. Of wel?

Droomaanval

Tien jaar achtereen plaatste de ploeg rond Messi zich in ieder geval voor de kwartfinale Champions League. De afgang in Parijs bleek in ieder geval het einde van Luís Enrique, die in zijn eerste seizoen als trainer bij Barcelona de Champions League won met de droomaanval Messi, Neymar, Suárez. Dat was 2015. Maar daarna bracht hij de culé’s in kritisch Camp Nou niet vaak meer in hogere sferen – dan zijn je dagen doorgaans geteld. Hij hield de eer aan zichzelf en kondigde vorige maand zijn vertrek aan.

De eer van zijn ploeg stond woensdagavond op het spel. Direct na rust kwam het alweer snel tot een doelpunt voor de blaugrana’s. Hoop deed leven: Neymar werd onreglementair de doorgang belet, Messi verzilverde de strafschop: 3-0. Cavani raakte in het vervolg nog de paal, het zou de gierende stress in de lijven van de Parijse voetbalequipe hebben afgezwakt. Toen kwam het: de halfvolley van Cavani na iets meer dan een uur spelen. Dwars door het midden: 3-1.

Barcelona moest nu nog eens drie goals maken. Dat lukt geen ploeg, geen mens. Toch? Toch! Neymar maakte uit een vrije trap en 4-1 en uit een - dubieus verkregen - strafschop 5-1. Messi in extremis nog achter de bal voor een vrije trap, de doelman mee naar voren, de aanval afgeslagen, terug ingebracht. Weegaloze pass Neymar, Sergi Roberto: 6-1. Fenomenaal, uniek, ongekend: Barcelona door, PSG verschrompeld. Dat draag je voor altijd mee.

    • Bart Hinke