Opinie

    • Japke-d. Bouma

Dood aan de vouwfiets

Er zijn heel veel kantoorclichés. Worden we daar nou beter van, vraagt zich wekelijks af.

Illustratie Studio NRC

Zelf mag ik van de rechter niet meer in de buurt komen van vouwfietsers in de treinspits, maar ik krijg in mijn kantoorjunglepraktijk nog elke dag klachten dat ze met hun ijzeren monsters op een overvol balkon gaan staan en daarbij alle schenen in de wijde omtrek tot bloedens toe opentrekken. Wat dat betreft is de vouwfiets één van de grootste mysteries uit het moderne kantoorleven. Want er is al door miljoenen scribenten sinds de jaren tachtig geprobeerd om het ding de treinspits uit te krijgen, maar dit is nog nooit gelukt.

Dat komt door de NS die ooit in een vlaag van totale verstandsverbijstering bepaalde dat een vouwfiets GRATIS mee mag in de trein. Hoe dat gegaan is zullen we nooit weten – ik denk na acht whisky’s en een rapport met belastende info over de bewuste NS-directeur. Hoe dan ook was het gevolg dat we op de wereld nog eerder van de dinosaurus afgekomen zijn, dan van de vouwfiets in de treinspits.

Het grootste probleem van de vouwfiets is dat de eigenaar dénkt dat het geen fiets is, maar een lifestyle. In zijn gedachten is hij (of zij) een soort James Bond die zijn coole gadget soepel in en uitklapt als een stiletto, in de praktijk ziet het eruit of hij op een overvol perron een knullige tent opzet.

En ook altijd vlak na het uitstappen, met die blik van ‘alles is hier inklapbaar, behalve mijn ego’. Te zuinig om een OV-fiets te huren, te zuinig om een fietsje te kopen en in de stalling te zetten. En ook gewoon op het perron fietsen natuurlijk. Want het is geen fiets hè, dus dan mag je ermee op het perron fietsen. Dus dan heb je de vouwfiets in de trein kunnen ontwijken, maar krijg je hem alsnog van achteren op je hakken in de stationstunnel. Erst kommt das Vouwfiets, und dann kommt die Moral.

Maar de écht fundamentele denkfout van de vouwfiets is dat hij niet kleiner wordt als je hem inklapt. Als je dat ingeklapt noemt, ja, in een vliegtuighangar waarin een kudde dronken olifanten nog geen schade aan zou kunnen richten, daarin lijkt hij misschien ingeklapt. Prima plek overigens om een vouwfiets ingeklapt neer te zetten. Maar niet op een overvol treinbalkon in de spits. Het is een beetje als met de Eiffeltoren. Als je die inklapt, past hij ook nog steeds niet in de trein. Maar vouwfietsers lijken dat niet te snappen.

Toen ik nog van de rechter met vouwfietsers in de spits mocht reizen, bedacht ik allerlei maatregelen tegen ze. Een zeer krachtige magneet bij de incheckpoortjes bijvoorbeeld, of dat het volle balkon mag bepalen of ze mee mogen, of niet. Of een apart vouwfietsstation, vlak na de grote intercitystations. Het leek me dat de vouwfietsers daar best even heen willen fietsen. En dan kijken of ze er nog bij passen.

Ik heb ook een tijdje inklapbare tuintafels en stoelen mee de treinspits in genomen. En een partytent. En dan uitklappen en kijken wie de meeste ruimte inneemt op het balkon. Of dat als vouwfietsers hun fiets niet inklapten, ik ze zelf inklapte en in het bagagerek legde. Dat was ook het moment dat die rechter in mijn leven kwam.

Nu word ik ervoor behandeld. Mijn therapeut zegt dat de oplossing niet ligt in de haat. Hij zegt dat ik vouwfietsers moet accepteren, dat is overigens iets anders dan respecteren. We leven in een inclusieve samenleving zegt hij en ook de vouwfietsers verdienen een plekje. Is helemaal waar natuurlijk.

Ik ben bijna zover.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked

    • Japke-d. Bouma