De gids wil meer, maar het museum weigert

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht: een werklustige gids en een verkoper die twee keer de zak krijgt.

Ze wilde zó graag meer werken, dat ze er alles voor op het spel zette. De vrouw werkte als gids bij het Amsterdam Museum en had een contract voor 216 uur per jaar, wat neerkwam op 18 uur per maand. Te weinig, vond ze, temeer daar het museum regelmatig ook freelancers inzette voor rondleidingen.

Ze had in 2014 al om meer uren gevraagd, maar dat was afgewezen; eerst door het museum, later door de rechter. Het had de verhoudingen op scherp gezet, maar dat weerhield haar er niet van in 2016 – na de invoering van de Wet flexibel werken – het opnieuw te proberen. Ze vroeg ruim een verdubbeling van haar uren, 480 uur per jaar.

Volgens de wet kan een werknemer verzoeken om wijziging van het aantal uren, de plaats waar gewerkt wordt of de werktijden. De werkgever kan dit verzoek alleen afwijzen als zwaarwegende bedrijfsbelangen zich hiertegen verzetten. En dat was het geval, volgens het museum. De subsidie werd ieder jaar minder, er was veel concurrentie van andere musea en de vraag naar rondleidingen nam af. Het was nu al lastig de uren van de vrouw te vullen en ze was niet altijd inzetbaar.

De vrouw wierp tegen dat ze wel beschikbaar was, maar niet werd opgeroepen. Bovendien stelde zij dat ze bij een verhoogde inzet niet duurder was dan een freelancer.

In kort geding oordeelt de Amsterdamse kantonrechter dat het plannen van de rondleidingen zonder freelancers onmogelijk is, omdat de vrouw nu eenmaal ook recht heeft op vrije dagen. Meer uren leidt tot meer vaste lasten voor het museum en dat is in deze situatie niet wenselijk. De zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn voldoende aannemelijk en het verzoek wordt afgewezen.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2017:771
    • Nelleke Koops