Onderwijs

Politici die zich zorgen maken over ‘burgerschap’, bedoelen het vmbo

Op het vmbo leren ze bij burgerschap gezagsdragers respecteren, op havo/vwo is burgerschap kritisch denken. Trek dat gelijk, schrijft Dieuwertje de Graaff.

Foto ANP / Bart Maat

Elke keer dat een politicus zelfgenoegzaam het woord ‘burgerschap’ in de mond neemt, holt het begrip een stukje verder uit. Al jaren worden paniekerige commissies benoemd en kamerbrieven geschreven over de schrijnende staat van het Nederlandse burgerschap. Discussies hierover hebben altijd iets ongrijpbaars, omdat ze per definitie worden gevoerd door mensen met uitmuntende burgerschapscompetenties. Net zoals niemand zich zou beschrijven als humorloos of onrechtvaardig, hebben mensen over het algemeen genomen ook weinig zelfreflectie op het gebied van burgerschap.

Burgerschap, dat moeten de anderen doen.

De anderen zijn ongetwijfeld dezelfde mensen die de heer Buma voor ogen heeft als hij fantaseert over zijn maatschappelijke dienstplicht. In eerste instantie noemt Buma moslimjongeren die zich tot de radicale islam aangetrokken voelen, maar haast zich om te benadrukken dat dit geen stok is om alleen moslims mee te slaan. Het gaat om “tienduizenden jongeren die de aansluiting met de samenleving missen”. Zo bezien is de maatschappelijke dienstplicht een straf voor het jezelf niet voldoende onderdeel van de maatschappij voelen.

Dus wie zijn deze mensen, die volgens Buma aan hun haren terug de maatschappij ingetrokken moeten worden? Is het de politicus die ongegeneerd een greep uit de partijkas doet? Het corpslid dat zijn vrouwelijke verenigingsgenoten categoriseert op neukbaarheid? Of de psycholoog die vanuit haar doorzonwoning Sylvana Simons virtueel sommeert op te rotten naar de jungle waar ze vandaan komt? Hoogstwaarschijnlijk niet, want in tegenstelling tot wat bovenstaande voorbeelden suggereren, zijn hoger opgeleide Nederlanders niet de doelgroep van het burgerschapsoffensief in Nederland. Denk maar aan de roep om méér hoopopgeleide politieagenten, alléén academici voor de klas, en om hoogopgeleide vluchtelingen, als er dan toch vluchtelingen moeten komen. Zo ontstaat het beeld dat intelligentie goed burgerschap garandeert.

Wat ook opvalt is dat de discussie over burgerschap standaard gaat over jongeren, en alleen binnen de context van onderwijs. Is burgerschap dan geen spier die voortdurend moet worden getraind? Als we burgerschap willen verbeteren, moeten we ons niet alleen richten op mensen onder de 18 temeer omdat het huidige onderwijssysteem hoger- en lageropgeleide Nederlanders klaarstoomt voor hele andere rollen dan burgers in de publieke arena.

Gezagsdragers respecteren

Dit wordt al snel duidelijk uit de doelstellingen voor burgerschap die de SLO (Stichting Leerplanontwikkeling) heeft geformuleerd voor het onderwijs. Deze doelstellingen richten zich op democratie, participatie en identiteit. Er zijn frappante verschillen in wat er wordt verlangd van vmbo-leerlingen en havo/vwo-leerlingen. Het respecteren van gezagsdragers staat bijvoorbeeld alleen bij de doelstellingen voor het vmbo centraal, terwijl de notie van burgerlijke ongehoorzaamheid en het gedachtegoed van inspirerende voorvechters van vrijheid en rechtvaardigheid is voorbehouden aan havo/vwo leerlingen.

Ook wordt op het vmbo met geen woord gerept over kritische denkvaardigheden. Dat laatste wordt op het mbo ten dele ingehaald, hoewel daar opvalt dat deze broodnodige vaardigheid voor deze groep meer gericht is op het ontkrachten van eigen foutieve denkbeelden, en het vergroten van hun weerbaarheid. Mbo-studenten worden voornamelijk gestimuleerd om door complottheorieën heen te prikken en te leren dat hun opvattingen niet door iedereen worden gedeeld.

Uiteraard ben ik geen tegenstander van kritische zelfreflectie. Maar als we jongeren van lagere schoolniveaus alleen leren die kritische blik naar binnen te richten, en niet tot bijvoorbeeld politici of media, dragen we bij aan een gesegregeerd Nederland. In deze lijn is het ook pijnlijk dat er in de burgerschapsdoelstellingen een duidelijk verschil wordt gemaakt in het maatschappelijke speelveld van hoger- en lageropgeleide Nederlanders. Waar jongeren van het vmbo en mbo worden aangemoedigd om te participeren en invloed uit te oefenen binnen hun school, hun omgeving en bij hun (latere) werkplek, krijgen havo/vwo-leerlingen een veel groter speelveld gepresenteerd. Van de leerlingenraad tot de Verenigde Naties, de wereld ligt aan hun voeten.

Het is hard nodig dat alle inwoners van Nederland zich kritisch betrokken voelen bij de maatschappij. Commissies, ministeries en denktanks kunnen er nog jaren over vergaderen, maar er verandert niks wezenlijks zolang burgerschap als doekje voor het bloeden wordt gepresenteerd. Daarom pleit ik voor een burgerschapsopgave die voor elke Nederlander, ongeacht opleidingsniveau, hetzelfde is. Burgerlijke ongehoorzaamheid is niet voorbehouden aan de academici van de toekomst, en kritische zelfreflectie is niet alleen belangrijk voor de vakmensen van morgen. Gebruik de maatschappelijke dienstplicht niet als een tuchtmaatregel, maar als een kans voor alle Nederlanders om zich in te zetten voor het gemeenschappelijke goed en uit hun sociale bubbel te stappen. Beperk dit vooral niet tot jongeren. Misschien is een jaartje maatschappelijke dienstplicht na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd helemaal geen gek idee.

Dieuwertje de Graaff (1985) is geschiedenisleraar en werkt momenteel bij Diversion als ontwikkelaar en trainer.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.