Column

Alleen vrede maakt al het andere mogelijk

‘Thans is er geen twijfel mogelijk! Het appèl is beantwoord (…), (en) we zijn dankbaar voor de weerklank die wij met name bij Nederlands jongere generatie hebben gevonden.” Dit schreef de voorzitter van het Nederlands Comité Vluchtelingenjaar 1959-60 in het boek De vluchtende mens, dat de Wageningse studentenvereniging Unitas bij haar vijfde lustrum liet verschijnen. Op zich is het al bijzonder dat studenten hun lustrum vieren met een gedegen studie over een onderwerp dat je niet associeert met feesten en partijen. De oproep tot donaties voor een „wereldwijde, radicale aanpak van het schrijnende en beschamende Vluchtelingenvraagstuk” door de Verenigde Naties werd alom positief beantwoord. Het einde van de Tweede Wereldoorlog, die resulteerde in meer dan 40 miljoen vluchtelingen, was nog niet uit het zicht. Solidariteit was vanzelfsprekend.

Waar maatschappelijke betrokkenheid tot in de jaren tachtig de vorm aannam van de zorg voor misdeelden, is deze veranderd in een bijna exclusieve betrokkenheid bij het milieu en het ‘natuurlijke’ (wat niet samenvalt met natuur). Natuurlijk, verzet tegen kerncentrales en vuilstortplaatsen bestond al lang, en bij natuurrampen ontstaat een eenmalige aandacht voor de slachtoffers, maar maatschappelijke betrokkenheid is allereerst persoonlijk. Het bepaalt je identiteit: hipper dan groene smoothies en een milieuvriendelijk katoenen shirt kun je het bijna niet krijgen. Met vluchtelingenproblematiek en armoedebestrijding kun je niet makkelijk pronken.

De omvorming van maatschappelijke betrokkenheid tot lifestyle volgt uit de bijziendheid die ontstaat nu twee of drie generaties na de oorlog niets anders hebben gekend dan groeiende welvaart en voorspoed. Alle terechte zorgen over de minima ten spijt, de omstandigheden in Nederland zijn voor iedereen onnoemelijk veel beter dan ooit tevoren. Met een handjevol, vooral Scandinavische landen behoren we tot de meest bevoorrechte naties ter wereld. Dat niet iedere burger dit overziet, is begrijpelijk. Maar het behoort tot de taak van politici om de Nederlandse situatie in perspectief te zetten en zich te richten op wat dit welzijn bedreigt.

In dat opzicht is de verkiezingsstrijd teleurstellend, een verdrietig stemmende aaneenschakeling van microschandaaltjes en viering van het narcisme van de minieme verschillen. Natuurlijk moet het gaan over Nederland, maar Nederland bestaat niet zonder het buitenland. De grootste bedreiging voor de toekomst van Nederland is niet het vrijwillige levenseinde noch de files of de hypotheekrenteaftrek maar de ondermijning van de veiligheid elders. Ja maar, roept iedereen, de Nederlander kijkt alleen maar naar het hier en nu en zijn eigen portemonnee. Onzin! Nederlanders weten, net als in 1960, dat ze niet in een vacuüm leven. Politici moeten ophouden kiezers te behandelen als verwende en verongelijkte kinderen. De kunst van de politiek is korte en lange termijn met elkaar te verbinden.

Het enige van doorslaggevend belang voor onze toekomst is vrede. Alleen de afwezigheid van oorlog maakt al het andere mogelijk. Daarmee zijn we direct afhankelijk van anderen. De EU, de NAVO en internationale handelsverdragen hebben ons vrede en veiligheid gebracht. Die simpele waarheid mag niet verdwijnen in een regen van klachten over Europese bemoeizucht. De instabielste regio’s van de wereld bevinden zich ten zuiden en ten oosten van Europa. Daar leven miljoenen vluchtelingen en een veelvoud van mensen die de uitzichtloosheid van hun land willen verlaten. Daar moet het ook over gaan in de verkiezingen. Wie zegt dat ontwikkelingshulp en armoedebestrijding te duur zijn, internationale samenwerking aan zijn laars lapt en internationale verdragen negeert, weet niet wat honger, ontwrichte samenlevingen en migratie Nederland zullen kosten.

Louise O. Fresco is voorzitter van de Raad van Bestuur Wageningen U&R en schrijfster.