Ze zijn de slimsten, maar zijn ze ook het beste voor Frankrijk?

École Nationale d’Administration Het imago van de ENA, vanouds kweekvijver voor de bestuurlijke elite, vertoont barsten.

Foto Patrick Hertzog/AFP

Toen Claire Tessier (33) haar vrienden vertelde dat ze zich had ingeschreven voor het toelatingsconcours van de École Nationale d’Administration (ENA), kreeg ze tot vervelens toe dezelfde vraag. „Ze wilden weten of ik soms minister wilde worden”, lacht ze in de kantine van de school die sinds 1990 gevestigd is in een oude gevangenis in het centrum van Straatsburg. „Maar die ambitie heb ik helemaal niet!”

De vraag is niet heel eigenaardig. De onder generaal De Gaulle direct na de Tweede Wereldoorlog opgerichte zeer Franse grande école levert weliswaar in de eerste plaats topambtenaren af, maar vrijwel iedere lichting van ongeveer tachtig Franse (en zo’n dertig internationale) studenten brengt ook een aantal toekomstige politici voort.

Drie van de zeven presidenten van de in 1958 begonnen Vijfde Republiek zijn oud-leerlingen: Valéry Giscard d’Estaing, Jacques Chirac en François Hollande. In de huidige Franse regering zitten zes zogenoemde énarques. De grootste kanshebber voor de presidentsverkiezingen van dit voorjaar, Emmanuel Macron, is evengoed alumnus. Tel daar vele tientallen leden van ministeriële kabinetten, ambassadeurs, prefecten en bedrijfsbestuurders bij op en je kunt zonder overdrijven spreken van een eliteschool.

Volgens critici is de opleiding twee jaar lang een ‘race om het klassement’

Lees ook: En Marche!: de verrassende opmars van de liberaal Macron

Kritiek op elite zwelt aan

Mede daarom ligt de ENA al vele jaren onder vuur. De opleiding, die met haar strenge selectieproces corporatisme en nepotisme in het ambtenarenapparaat zou moeten voorkomen, zou te gesloten zijn, te weinig gemengd en haast identieke mensen afleveren die vaak tot hetzelfde soort beslissingen komen die niet noodzakelijk de beste voor Frankrijk zijn. Terwijl de kritiek op „het systeem” en een elkaar de hand boven het hoofd houdende „elite” zo kort voor de verkiezingen weer aanzwelt, vragen zelfs sommige oud-leerlingen van de ENA zich af of het niet mede aan de school zou kunnen liggen dat Frankrijk zo’n moeite heeft te veranderen, te hervormen.

In de entreehal van de school hangen op twee donkere muren de intrigerende groepsfoto’s van alle jaargangen van studenten, de zogenoemde promotions. De foto die recent het meest is afgedrukt in Franse kranten was die van de Promotion Voltaire (1978-1980). Niet alleen François Hollande, ook zijn minister van Milieu (en ex-partner) Ségolène Royal staat erop, minister van Financiën Michel Sapin, secretaris-generaal Jean-Pierre Jouyet van het Élysée, oud-premier Dominique de Villepin en, bijvoorbeeld, de nieuwe bestuursvoorzitter van Air France-KLM, Jean-Marc Janaillac.

De naam van een promotion, legt Tessier uit, is een van de eerste belangrijke besluiten die de studenten democratisch delibererend gezamenlijk moeten nemen. Dat gebeurde vorige maand tijdens een volledig door de opleiding betaald weekendje in de Vogezen. „Het is een beetje folklore”, erkent Tessier. Na de eerste stemronde om elf uur ’s avonds waren er nog tweehonderd namen, uiteindelijk won om 8 uur ’s ochtends na vele nieuwe stemmingen de naam Louise Weiss (journaliste, feministe, oud-Europarlementariër) het van Antigone. De rest van haar leven zal Tessier Promotion Louise Weiss achter haar naam kunnen voeren.

Na twee jaar opleiding volgt geen diploma, maar de oud-studenten hebben een baan voor het leven

Tessier wil dus niet de politiek in – zoals volgens de actieve PR-afdeling van de school 95 procent van de studenten. Ze werkte al vier jaar als lagere ambtenaar en deed mee aan het zogenoemde interne concours om via de ENA in aanmerking te kunnen komen voor hogere ambtenarenbanen, op ministeries bijvoorbeeld. De toelatingsprocedure, ook voor de leerlingen die vers van de universiteit komen (vaak politicologie-opleiding SciencesPo), is met mondelinge en schriftelijke examens ongekend zwaar. Jaarlijks melden zich zo’n 1.500 mensen aan voor de ongeveer 80 plekken. „Ik dacht dat ik het niet zou kunnen, maar het is gelukt”, zegt Tessier tevreden. „Al mijn collega’s waren trots op me.”

Wie eenmaal binnen is, krijgt als student een bescheiden salaris en volgt behalve inleidende colleges een internationale stage (meestal op een ambassade), een nationale stage (vaak bij een prefectuur van een departement) en een bedrijfsstage. Na twee jaar opleiding volgt geen diploma, maar de oud-studenten hebben als haut fonctionnaire een baan voor het leven. Waar je in eerste instantie terechtkomt hangt af van de notering in het (publieke) eindklassement. De allerbeste leerlingen kunnen direct beginnen bij een van de grands corps administratifs, zoals de Raad van State of de Rekenkamer. Mindere studenten moeten genoegen nemen met banen op ministeries.

Het is geruststellend dat zoiets in Frankrijk een affaire wordt

Heren, ontrief ons niet

Daarmee is volgens critici de opleiding twee jaar lang een „race om het klassement”. In een in 2012 verschenen dagboek klapt een oud-ENA-student, Olivier Saby, uit de school over de permanente onderlinge concurrentie die daaruit voortkomt. Zelfs bij het skiweekend waar de naam van zijn jaargang werd vastgesteld, werden lijstjes gepubliceerd van de beste sportieve prestaties – al bleken die uiteindelijk niet mee te tellen voor het eindcijfer. Zijn boek Promotion Ubu Roi (zijn vergeefse voorstel voor de jaarnaam) staat vol pijnlijke anekdotes over hoe de leerlingen – volgens hem allemaal „conformistisch en ambitieus” – zich verheven voelen boven het volk. (Belt de politie aan bij een iets te luidruchtig studentenfeestje, zegt een van hen tegen de agenten: „Heren, ik verzoek u ons niet te ontrieven. We zijn leerlingen van de ENA. (…) U kunt niet zo tegen me spreken. Ik heb potentieel de rang van prefect.”)

„Het klassement is zo een doel op zichzelf geworden”, zegt ook Adeline Baldacchino, die tussen 2007 en 2009 de Promotion Willy Brandt volgde en dankzij haar goede eindnotering (nummer 10) nu bij de Rekenkamer werkt. Het probleem daarvan is dat de toekomstige topambtenaren niet erg leren samenwerken en zelden met originele ideeën komen om niet uit de toon te vallen, schrijft ze in een pamflet dat in 2015 bij het zeventigjarig bestaan van de ENA verscheen onder de orwelliaanse titel La ferme des énarques.

Het impliciete credo van de ENA is: geen rimpelingen veroorzaken. Je kunt heel snel vloeiend met meel in de mond spreken”, lacht Baldacchino (35) in een Parijs café. „Maar je leert in feite om geen risico’s nemen en komt door het principe van ambtelijke neutraliteit en loyaliteit aan de politiek bij beleid altijd ergens in het midden uit.” Dat is „gevaarlijk”, zegt ze, en leidt tot steeds meer verwijdering tussen „de elite en de werkelijke samenleving”. Presidentskandidaat Emmanuel Macron, die zegt links noch rechts te zijn is hiervoor symptomatisch, vindt ze.

„Een derde weg is een verloochening van de politiek. En dat voedt het populisme.”

Maar haar belangrijkste kritiek is dat je op de ENA welbeschouwd niet veel leert.

„Het imago van énarques is dat ze los staan van de realiteit en niet al te competent zijn. Je leert tot in detail hoe alle raderen van het overheidsapparaat werken, je leert over ongeacht welk onderwerp een gestructureerd en overtuigend verhaal houden en je leert, als je geluk hebt, tijdens je stage een crisis beheersen. Maar als je ENA op je voorhoofd hebt staan, dan denk je vervolgens dat je alles kunt.”

Beter afgeschaft

De kritiek van Baldacchino lijkt op die van oud-minister van Landbouw (en oud-leerling) Bruno Le Maire. Die noemde de ENA-kaste vorig jaar een „technocratische monarchie”. Wie de economische problemen en het gebrek aan leiderschap in Frankrijk wil begrijpen, moet naar de ENA kijken, zei hij. De school kon wat hem betreft beter afgeschaft. Andere politici hadden eerder al hetzelfde plan.

„Dat soort voorstellen”, verzucht Nathalie Loiseau, directeur van de ENA, „komt van politici met gebrek aan ideeën.” Loiseau ontvangt in haar immense directeurskamer in Straatsburg en herhaalt tijdens het gesprek meermalen dat ze alle „misverstanden” en „mythologie” over de ENA uit de wereld wil helpen. Volgens haar zijn de critici die van de eigen opleiding komen gefrustreerd.

„Als je negentig topmensen selecteert, dan heb je te maken met mensen die vijfentwintig, dertig jaar lang altijd de besten zijn geweest. Van de ene op de andere dag zijn ze bij de ENA voor het eerst van hun leven opeens niet meer de beste. Dat nemen ze niet altijd even goed op.”

Maar sinds ze in 2012, na een diplomatieke carrière, door de Franse president werd aangesteld als directeur heeft ze geprobeerd hervormingen door te voeren die tegemoet komen aan de kritiek. In het toelatingsconcours is nu ook aandacht voor samenwerken, vertelt ze, er zijn beurzen voor studenten uit armere milieus die de vooropleiding (de classe préparatoire of prépa) niet kunnen betalen en sinds dit jaar moeten studenten verplicht helpen bij maatschappelijke organisaties om het echte leven te leren kennen.

Het omstreden klassement zal echter blijven bestaan want dat is „meritocratisch”, zegt ze. „Iemand wiens ouders snoep op de markt verkochten kan als eerste eindigen. Dan is dat totaal verdiend.” Van fnuikende competitie wil ze niet horen. „Je bent in competitie met jezelf, niet met anderen”, zegt ze. En studenten die zich met hun privileges verheven voelen boven de massa - zoals alumnus Agnes Saal die in 2015 als directeur van het Institut national de l’audiovisuel (INA) onder vuur lag omdat ze in tien maanden voor meer dan 40.000 euro aan taxiritjes had gedeclareerd - zijn een uitzondering, zegt ze. Die affaire was „een catastrofe”. „Het is geruststellend dat zoiets in Frankrijk een affaire wordt.”

Uiteindelijk, en juist door de groei van het populisme, blijft de ENA onmisbaar, meent ze. „Ik heb op vijf continenten gewoond en Frankrijk heeft echt de beste overheidsdienst in de wereld. Ons ambtelijk apparaat is neutraal, integer en functioneert goed.” Dat is, zegt ze, een waarborg voor de continuïteit, ook als bijvoorbeeld het Front National de macht zou krijgen.

„Zolang de actie van de staat binnen de grenzen van de wet is, zal het Franse overheidsapparaat het uitvoeren.”

    • Peter Vermaas