Opinie

Men wil zo graag, vandaar het succes van de kunstvervalser

Aan de muren van menig museum zullen ze hangen. Schilderijen die ‘niet echt’ zijn. Wie weet gelden ze als de trots van een stad, worden ze ademloos aangegaapt door het publiek. Ze zijn vals maar zolang niemand dat in de gaten heeft, doet het er niet toe. Dat is de paradox van de kunstvervalsing.

De kunstmarkt groeit explosief en er gaan enorme bedragen in om. Het aantal vervalsingsaffaires kent een navenant opgaande lijn, met het jaar 2016 als voorlopig hoogtepunt, met een groot aantal handelaars en kunstexperts die nat gingen nadat ze hadden meegewerkt aan onbezonnen authenticiteitsverklaringen.

Te vrezen valt dat er nogal wat vervalsingen onopgemerkt zijn, al was het maar doordat kunsthandel, experts, musea, en ook de koper in hetzelfde schuitje zitten. Ze hebben er allen belang bij dat een werk dat als ‘echt’ beoordeeld is ook ‘echt’ blijft.

Desondanks worden er over de hele linie valse werken ontmaskerd. Grote veilinghuizen en handelaren moeten met regelmaat vervalste werken terugnemen. Aan de kunst- en antiekbeurs Tefaf Maastricht, die donderdag voor de 30ste keer wordt gehouden, nemen vier bekende kunsthandelaren deel, ondanks het feit dat zij recent betrokken raakten bij mogelijke zwendelaffaires.

Vervalsing lijkt welhaast nooit uit te sluiten. De technieken lopen vooruit op de opsporingsmethoden en de controle geschiedt vaak noodgewongen vluchtig. En soms zijn de argumenten nogal vaag. Als een expert wijst op het „slome haar” van die verdachte ‘Venus’ van Cranach, wat zegt dat dan? Vervalsing? Of had Cranach een offday toen hij dat haar schilderde?

Tel bij de steeds gewiekstere vervalsingstechnieken de onzekere opsporingsmethoden op. Plus de gretigheid van verkopers en kopers. En de prestigebelustheid van experts. En ook het belang van een klapper voor de status van handelaren. Vlak verder de onderlinge concurrentie van de musea niet uit. Tussen al die belangen zie je de ellende opdoemen. Kunst is dankzij haar mateloze magie veel meer geworden dan een interessant beleggingsobject en dat maakt de hele kunstwereld kwetsbaar.

De enig mogelijke uitweg lijkt te liggen in de eis van een betrouwbare standaard voor de herkomstgeschiedenis en toeschrijving van te verkopen werken. Daarnaast horen veilinghuizen en handelaren zich niet te onttrekken aan de scherpste garanties. Zij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun waar. Een koopcontract dat niet kan instaan voor de echtheid is een reden tot wantrouwen. En dan nog zal de zwendelaar zijn slag kunnen slaan. Gretigheid en graag willen zijn slechte raadgevers. Daartegen is geen kruid gewassen.