Recensie

Suizende wind en tinkelend smeltijswater

Het decor van HUI (‘wijsheid’) verraadt meteen wat een belangrijke inspiratiebron was voor de pianocomposities van Tan Dun, die de basis vormen voor deze Brits-Nederlands-Taiwanese co-productie.

Twaalf zwevende berkenstammen herinneren aan zijn jeugd, dichtbij de natuur, in een klein Chinees dorpje. Ook de muziek zelf staat bol van de beeldende natuurreferenties, met suizende wind, kabbelende stroompjes, dreunende donder, tinkelend smeltijswater en hamerende stortregen.

De twee uitstekende pianistes duiken daarbij geregeld onder de klep van de vleugel om met de snaren de Chinese pipa te imiteren, een ander vertrouwd geluid uit de vroege jeugd van de componist. Nu en dan roepen regisseurs Josh Armstrong en Cathy Boyd ook klanken en beelden op uit de nieuwe woonplaats van de componist, New York.

Hoe voor de hand liggend soms ook, de vertaling naar dans, door de Spaans-Nederlandse Iván Peréz (Korzo, voorheen NDT) en de Taiwanese Ming-Lun Yang, heeft genoeg sfeer om het publiek mee te trekken in de wisselingen der seizoenen.

Als door de wind gedreven zwermen de elf dansers van het Taipei Dance Forum over het toneel, vallend, opstaand, struikelend, rollend, zwenkend, overeind krabbelend, inzakkend, en voortglijdend.

Hun grijs-witte schooluniformen vormen nóg een verwijzing naar Tan Duns kinderjaren, waarbij de rode accenten – plus een vrouw die uit haar rode bindsels wordt bevrijd – voor zichzelf spreken. Maar zoals dat vaak gaat: juist het simplisme verzwakt de zeggingskracht van HUI.

    • Francine van de Wiel