Partijen willen vooral schuiven met wetenschapsgeld

De wetenschap in de partijprogramma’s

Heel veel zeggen de partijen niet over wetenschap: D66 wil extra investeren, iedereen wil de bureaucratie verminderen.

Er bestaan inmiddels een stuk of twintig stemwijzers. Stemwijzers voor jongeren, ouders, zelfstandigen, werklozen en Libelle-lezeressen. Stemwijzers over dieren, seks, softdrugs en belangen van ontwikkelingslanden. Maar wetenschap ontbreekt in dat lijstje. En ook op dat gebied lopen de standpunten van de partijen uiteen, met name als het om de financiering ervan gaat.

D66 is de enige van de grote partijen die het in haar programma überhaupt over geld voor wetenschap heeft: een miljard extra voor onderzoek en innovatie. Bij navraag blijkt dat te gaan om een half miljard euro extra voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Momenteel trekt ons land daar (via OCW) jaarlijks 3,6 miljard euro voor uit. De andere helft van het extra miljard wil D66 besteden aan innovaties via bedrijven. Omdat de partij daarbij met name wil investeren in technologieën als fotonica, quantum computing, 3D-printen en het opwekken van duurzame energie, is het idee dat uiteindelijk ongeveer tweederde van het miljard aan wetenschappelijk onderzoek ten goede komt.

Wat de andere grote partijen voor wetenschap overhebben, blijkt uit de doorrekeningen van het CPB. Ze willen allemaal minder extra in wetenschap investeren dan D66 en ze willen het geld dat al naar wetenschap gaat soms ánders inzetten. Zo wil GroenLinks 0,1 miljard euro weghalen bij onderzoeksfinancier NWO, waar onderzoekers competitieve onderzoeksvoorstellen moeten schrijven om er een deel van te kunnen krijgen. Die 0,1 miljard is ongeveer een kwart van het NWO-budget voor de vrije competitie. GroenLinks wil dat geld direct aan de universiteiten geven, zodat onderzoekers makkelijker een vast contract kunnen krijgen.

Ook D66, de PvdA en de SP vinden het belangrijk dat meer (jonge) wetenschappers een vast contract krijgen. De SP wil 0,2 miljard bij het topsectorenbeleid weghalen, waarin onderzoekers met bedrijven moeten samenwerken, en dat geld aan de universiteiten geven.

Het CDA en de VVD spreken zich uit tegen de bureaucratie in de wetenschap. Het CDA ziet de „onnodige bureaucratische ballast van subsidieaanvragen, verantwoordingen, rapportages en visitaties” als overbodige druk op universiteiten om het rendement van hun werk aan te tonen.

De VVD pleit ervoor om onderzoek voor langere tijd te financieren dan nu gebeurt, zodat wetenschappers minder tijd kwijt zijn aan het schrijven van subsidieaanvragen. De VVD wil niet dat de overheid extra in wetenschap investeert, maar hoopt het bedrijfsleven te verleiden om dat te doen.

GroenLinks is er juist tegen dat fundamenteel onderzoek afhankelijk wordt van het bedrijfsleven, al wil de partij wel extra investeren in innovatie via bedrijven. En de SP wil dat er een onderzoeksfonds komt „waarin bedrijven opdrachten kunnen aanbieden, zonder dat er een directe band is tussen het bedrijf en de onderzoeker”. Het bedrijfsleven moet zo’n fonds betalen, vindt de SP.

De VVD spreekt zich nog expliciet uit voor het kweken en selecteren van embryo’s voor medisch onderzoek, bijvoorbeeld om voortplantingstechnieken te verbeteren en genetische afwijkingen te voorkomen. Ook wil de VVD dat meer medisch onderzoek gedaan wordt bij vrouwen en bij ouderen met meerdere chronische ziekten – maar de partij trekt hier, zoals gezegd, geen extra geld voor uit.

    • Ellen de Bruin