Opinie

    • Ellen Deckwitz

Onsterfelijk

Ellen

Mijn elfjarige neefje roept tegen mij en mijn zus dat de eerste onsterfelijke mens al onder ons is. „Het staat op een website!” jubelt hij. Toen hij enkele maanden geleden ontdekte dat ook hij dood kon, werd er niet meer geslapen. Het is ook een vreselijke gedachte op die leeftijd. Als je nog in de groei bent, verander je iedere dag in een geavanceerdere versie van jezelf. Het lijkt hem vreselijk als dat opeens stopt. Hij weet nog niet dat dat volwassenheid heet.

Mijn neefje sleurt ons mee naar de computer en laat ons het artikel lezen. De Britse gerontoloog Aubrey de Grey (geweldige naam voor iemand met zijn beroep) noemt ouderdom een ziekte en zegt dat de mens steeds beter zal worden in het uitstellen van de symptomen, wat uiteindelijk zal leiden tot onsterfelijkheid.

Die avond lig ik in bed. Niet slapend denk ik aan de dood, of beter gezegd: aan de dood van de dood. Er was een tijd dat ik mezelf wilde ombrengen. Er zat toen een ziekte in mijn hoofd. Ondanks het feit dat ik blij ben dat ik leef, vind ik het desalniettemin een geruststellende gedachte dat er een tijd zal komen waarin ik er niet meer ben. Het lezen van bepaalde romans zorgt ervoor dat je de troost van de vergankelijkheid gaat inzien. Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir gaat over een onsterfelijke man van een jaar of zevenhonderd. Zijn bestaan is één grote herhalingsoefening, al zijn geliefden vallen bij bosjes neer, waardoor hij zijn eigen onkwetsbaarheid gaat verafschuwen. In The Vampire Chronicles van Anne Rice wordt betoogd dat niet iedereen de onsterfelijkheid aankan. Sommige vampiers zijn zozeer een product van hun tijd dat ze niet tegen verandering kunnen en de zon inrennen om daar de dood te vinden. Het zal hierbij vooral om Republikeinse vampiers gaan.

Telkens wanneer ik weer echt bang voor ziekte en dood word, sla ik deze boeken open. Vannacht ontdekte ik echter dat ik ze allebei had uitgeleend (aan iemand die waarschijnlijk ook uit zijn dak zou gaan als hij zou horen dat onsterfelijkheid binnen handbereik ligt), dus om mijn hoofd te stillen sloeg ik De wrede god van A. Alvarez open, een reeks essays over suïcide en literatuur. Hij eindigt zijn boek met de stelling dat een natuurlijke dood heel wat oncomfortabeler en onwelkomer zal zijn dan wanneer je de hand aan jezelf slaat.

Daardoor ontstond er een domino-effect van gevolgtrekkingen in mijn hoofd en ik schoot recht overeind. O God, dacht ik, het streven van de mens naar onsterfelijkheid gaat er helemaal niet om om de dood te vermijden: het gaat om zelfbeschikking.

Toen begon het wakker liggen pas echt.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.
    • Ellen Deckwitz