Straks hangt hier een schilderij dat meer kost dan het jaarbudget

Onverwachte aankoop

Kleine stadsmusea hebben nauwelijks geld. Dan is het extra bijzonder als ze een aankoop kunnen doen. In Culemborg hangt straks een schilderij dat meer kostte dan het totale jaarbudget van het museum.

Het aangekochte schilderij: De aanbidding van de herders van Paulus Moreelse, 1630.

In de ‘protectorenkamer’ van het Elisabeth Weeshuis Museum in Culemborg staan gebruikte koffiekopjes op de tafel, in asbakken liggen sigarenpeuken. Die zijn niet echt, al komen de beschermheren (en een beschermvrouw) hier nog steeds zo nu en dan samen. Het is ook een beetje een tentoonstelling: je kan de kamer een halve meter inlopen en naar binnen kijken, wanneer je het museum bezoekt.

Zoals het echtpaar deed dat laatst speciaal langskwam voor De aanbidding van de herders (1630) van Paulus Moreelse, een schilderij dat nu al weer bijna een jaar tussen de portretten van voormalige protectoren hangt. Het echtpaar vond: de belichting is niet goed. En doneerde geld om daar wat aan te doen, 1.500 euro.

Geen aankoopbudget

Het was een van de grootste particuliere giften voor de verwerving van het doek. En die giften waren stuk voor stuk nodig. Om een indruk te geven van de financiële situatie van het museum, die vergelijkbaar is met die van veel kleine stadsmusea: er is geld voor net iets meer dan twee fte personeel, voor educatie en communicatie, voor huur, voor gas, water en licht. En dan blijft er nog wat over voor kleine, tijdelijke tentoonstellingen. „Alles bij elkaar opgeteld kom je op bijna 140.000 euro”, zegt Nicole Spaans, directeur (24 uur per week).

Een aankoopbudget is er dus eigenlijk niet, dat is ook nooit anders geweest. In het museum is de geschiedenis van een weeshuis te zien zoals dat in de loop van de tijd bewaard is gebleven: veel meubels, veel portretten. „Als wij iets willen kopen, dan vragen we geld aan de vrienden van het museum.” En wordt er bijvoorbeeld een zilveren tabaksdoos aangeschaft, zoals de beschermheren die indertijd gebruikten.

Dus was Nicole Spaans ruim een jaar geleden „oprecht verbaasd” toen het Centraal Museum in Utrecht belde: ‘Kom eens langs, we hebben misschien iets voor jullie.’ Er lag een foto klaar van De aanbidding van de herders: aan het museum te koop aangeboden door een kunsthandelaar, maar wilde zíj het niet liever hebben? „Paulus Moreelse kwam uit Utrecht. Dus je zou kunnen denken: daar hoort zijn werk thuis. Maar dit heeft hij geschilderd voor Floris II van Pallandt. En die was graaf van Culemborg en beschermheer van het Elisabeth Weeshuis.”

‘Kom eens langs, we hebben misschien een schilderij voor jullie’

Een schilderij van de graaf is te zien in het museum, naast dat van zijn vrouw. De twee doeken hangen aan weerszijden van de deur die toegang geeft tot de protectorenkamer. De aanbidding van de herders hing indertijd in hun Haagse woonhuis, aan de schoorsteenmantel in het kabinet van de gravin. „Dus je zou ook kunnen denken: dat schilderij hoort thuis bij ons.”

Tefaf

Deze week precies een jaar geleden zag Nicole Spaans De aanbidding van de herders voor het eerst in het echt. Het werk hing op kunstbeurs Tefaf in Maastricht. Het was prachtig, vond ze. Alleen, het kostte meer dan het totale jaarbudget van het museum: 150.000 euro.

Ze ging erover praten met het bestuur.

„Het zou prachtig zijn, zei ik, een unieke kans. Maar tegelijk: moeten we het wel willen. Want dan moeten we er straks ook voor zorgen. Het verzekeren, restaureren, uitlichten.”

Het bestuur zei ja. En de kunsthandelaar zei: ‘Ik geef het jullie een jaar in bruikleen, kijk maar of het lukt om het geld bij elkaar te krijgen.’

Toen is het museum gaan doen wat het nooit eerder had gedaan: grote fondsen aanschrijven voor een museale aankoop. „We hadden geen geld, maar wel een verhaal: we zouden het werk kunnen ophangen tegenover de portretten van de graaf en zijn vrouw, een beetje zoals ze er vroeger zelf tegenaan hebben gekeken.” Tot die tijd hing het in de protectorenkamer: daar was ruimte, bovendien zou het publiek dan op een paar meter afstand blijven van het kostbare doek.

‘Allegorische connectie’

En het lukte. „Het nog steeds bestaande weeshuis is bij uitstek een geschikte plek voor dit schilderij”, schreef het ene fonds. Het andere zag „in de afbeelding van de vrouw die haar mantel om het kind slaat, een allegorische connectie met het weeshuis”. Vereniging Rembrandt, Mondriaan Fonds, VSBfonds: ze gaven in totaal 135.000 euro.

Uiteindelijk hebben nog kleine fondsen, maar vooral ook bedrijven en particulieren bijgedragen, sommigen met een tientje, anderen met grotere bedragen. De gemeenteraad kwam met 1.000 euro, na een motie van de VVD („De verwerving van een historisch aan Culemborg gerelateerde Hollandse meester is voor de stad een eenmalige en unieke kans om ons museum, één van de belangrijkste aanjagers van de levendigheid in de binnenstad, te versterken.”)

Deze donderdag maakt het museum bekend dat er 155.000 euro binnen is gekomen, 5.000 euro te veel. „We zijn er zo blij mee. En dat extra geld gaan we gebruiken voor een mooie presentatie.”

De aanbidding van de herders hangt vanaf 10 maart op zijn plek. Het Elisabeth Weeshuis Museum, Herenstraat 29 in Culemborg, is van di t/m zo open van 11 tot 17 uur.