In de wereld van Wolfgang Tillmans wil je graag wonen

Met zijn foto’s creëert Wolfgang Tillmans een volledige, eigen wereld. Zijn alternatief voor de wrange werkelijkheid biedt de kijker hoop.

Juan Pablo & Karl, Chingaza 2012 Foto Wolfgang Tillmans

Ineens, ergens in zaal negen van de grote Wolfgang Tillmans-tentoonstelling in Tate Modern, is-ie daar weer, de slogan:

‘NO MAN IS AN

ISLAND. NO

COUNTRY BY

ITSELF.’

Hij ligt er onopvallend bij, tussen vele tientallen andere foto’s en teksten van Tillmans – een tikje beschroomd, lijkt het wel. Maar de tekst is misschien wel de crux van de tentoonstelling. Tillmans gebruikte deze regels, afgeleid van een werk uit 1624 van de Engelse dichter John Donne, op een serie posters die hij vorig jaar ontwierp ter ondersteuning van het Remain-kamp in het Brexit-referendum – of beter: om de Remainers eens wat op te zwepen.

Tillmans, geboren Duitser maar een groot deel van zijn tijd woonachtig in Londen, vond dat het blijf-kamp tijdens de campagne veel te slap optrad. „It feels lame and is lacking in passion”, merkte hij op.

En dus gooide Tillmans, met nog maar twee maanden te gaan, zijn eigen vuur in de strijd: hij ontwierp veertig posters, voor iedereen gratis te downloaden, maakte T-shirts, en betoonde zich in diverse interviews een bevlogen en weloverwogen EU-pleitbezorger: voor de vrije uitwisseling van mensen en ideeën, tegen beperking. Vrije blik, open grenzen.

Maar het hielp niet. Groot-Brittannië zette precies de ‘stap terug’ die Tillmans vreesde.

Goed kijken

Tukan, 2010. Foto Wolfgang Tillmans

Tegen deze achtergrond bekeken is het bijna onmogelijk om 2017, het grote Wolfgang Tillmans-overzicht in Tate Modern, niet te zien in het licht van de recente gebeurtenissen. Hoewel? De simpele, maar suggestieve titel laat weinig aan de verbeelding over: dit is de tijd waarin we leven, hier moeten we het mee doen. Maar de tentoonstelling zelf is opvallend persoonlijk. Je zou het zelfs een tamelijk klassieke Wolfgang Tillmans-expositie kunnen noemen: de veertien zalen zijn gevuld met veel foto’s, afgedrukt op verschillende formaten en met verschillende onderwerpen die op een associatieve, collage-achtige manier zijn gegroepeerd.

Tillmans hangt soms kleine foto’s in clusters bij elkaar; grote foto’s mogen in hun eentje als traditionele ‘kunstwerken’ op ooghoogte. Of de werken liggen in een vitrine, op een tafel of bungelen in een hoekje of boven een deur – Tillmans doet er alles aan, zo lijkt het, om zijn toeschouwers scherp te houden, ze niet in een geruststellende kijkcadans te laten wegwiegen. Kijken, goed kijken, scherp kijken, beter kijken, daar gaat het bij Tillmans om – eerst naar je eigen omgeving en daarna volgt, bijna automatisch, de hele wereld.

En het werkt – het werkt geweldig.

Dat komt vooral doordat Tillmans zich op 2017 meer dan ooit bewust lijkt van zijn belangrijkste kracht: zijn foto’s zien eruit alsof iedereen ze zou kunnen maken.

Shit buildings going up left, right and centre, 2014. Foto Wolfgang Tillmans

Beroemdheden

Dat begint al met de onderwerpen. Tillmans fotografeert vooral zijn eigen leven en mensen en dingen die dicht bij hem staan. Niet voor niets begint de tentoonstelling dus met een zaal vol foto’s die voornamelijk in zijn eigen studio zijn gemaakt: zijn bureau, zijn printer, zijn uitzicht.

Daarna trekken we, aan Tillmans’ hand, langzaam de wijde wereld in. Die is weliswaar groot (Tillmans reist veel), maar blijft toch altijd overzichtelijk: op 2017 krijg je het gevoel dat je met Tillmans door de wereld loopt en hij je enthousiast, bijna achteloos, wijst op alle dingen die hij tegenkomt. Kijk: de vertrekhal van een vliegveld. Een sterrennacht. Een half uitgepakte auto op een beurs. Een oor met een bungelend brillenpootje. Een groep kleurrijk geklede mannen en vrouwen op een markt in Mumbai. Een half opgerold vel papier. Een slapende man. Nog een slapende man. Een stoofpeer met vijf plastic zakjes ernaast. Modeontwerpster Vivienne Westwood. Zanger en cultheld Morrissey. En ga zo maar door, en door – zelfs de beroemdheden zien er bij Tillmans uit alsof ze elk moment aan jouw tafel kunnen aanschuiven.

De verleiding is daardoor groot om te denken dat dit ook gewoon het leven is, maar dat is juist het bijzondere: bij Tillmans is elke foto, elk beeld doordrenkt met een diep besef van de visuele rijkdom van de wereld. De definitie van een goede fotograaf is eigenlijk simpel: dat is iemand die in elke foto zoveel mogelijk opmerkelijke elementen uit de wereld met elkaar weet te combineren tot een beeld dat een nieuwe waarheid lijkt te vertegenwoordigen – en precies dat kan Tillmans als geen ander.

Links: Collum, 2011. Rechts: astro crusto, 2012
Foto´s Wolfgang Tillmans

Natuurlijk, net als bij veel andere fotografen wordt ook bij Tillmans een foto vaak gerechtvaardigd door iets simpels als mooi licht – en dat is soms ook genoeg. Maar Tillmans heeft óók een geweldig gevoel voor compositie, voor vorm, voor kleur, voor maatschappelijke associaties en vooral: voor de manier waarop je al die elementen kunt combineren tot verrassende nieuwe beelden en betekenissen. Daardoor geeft 2017 je voortdurend het gevoel dat je in een nieuwe werkelijkheid rondloopt – terwijl die er ook heel bekend uitziet.

Dat wordt alleen maar sterker doordat Tillmans de grenzen van de traditionele documentaire fotografie regelmatig met voeten treedt: hij maakt ook schijnbaar abstracte foto’s van een ruisend tv-scherm. Of écht abstracte foto’s die simpelweg uit monochrome kleurvlakken bestaan, of zeegezichten die zo sterk aan Rothko doen denken dat je je er bijna voor geneert ze mooi te vinden – maar er valt niet aan te ontkomen.

En dan speelt hij óók nog eens met formaat en met de papiersoorten waarop hij zijn foto’s afdrukt.

Andere visie

Wolfgang Tillmans bij zijn tentoonstelling in Tate Modern. Foto Daniel Leal-Olivas/AFP

Het was een rare sensatie: na twee rondjes door 2017 besefte ik dat dit misschien wel de eerste keer was dat ik het gevoel had dat één tentoonstelling een volledige wereld vertegenwoordigde, in al zijn complexiteit, schoonheid, verwarring. Een wereld waarin ik wel zou willen wonen. Dat is de grootste kracht van 2017: na de Brexit deed Tillmans een stap terug om zijn eigen leven, Engeland, de wereld van een afstand te bekijken. Daarbij moet hij hebben beseft dat je als kunstenaar wel degelijk een alternatief kunt bieden voor de wrange werkelijkheid: je kunt een eigen, andere wereld bouwen, waarin jouw wetten en regels gelden, jouw smaken heersen, een wereld die zo complex en aanlokkelijk is dat die misschien niet meteen invloed heeft op de politiek, maar die wel een andere visie kan bieden.

Hoop.

Dat je als kunstenaar, kortom, geen eiland bent.

Dat is het mooie aan deze expositie: hoe langer je er rondloopt, hoe krachtiger het gevoel van verbondenheid wordt, met Tillmans, met de ander, met de wereld en alle schoonheid en rijkdom die daarin bestaat. Dat gevoel is vast een illusie, maar Tillmans presenteert zijn visie zo krachtig en enthousiasmerend dat je er graag in wilt geloven. Het bieden van zo’n alternatief, dat is de magie van de allerbeste kunst.

    • Hans den Hartog Jager