Opinie

Turken moeten ook hier kunnen spreken

Het gevoel zegt dat het vreemd is dat Turkse ministers naar Duitsland en Nederland willen afreizen om mensen met een Turks paspoort – „onze staatsburgers”, zeggen ze zelf – op te roepen bij het aanstaande referendum over een ingrijpende grondwetswijziging ‘ja’ te stemmen. Een ja waarmee ze tevens hun steun uitspreken voor de Turkse president Erdogan die met de dag meer autocratische trekken gaat vertonen en met een vernieuwde grondwet nog meer macht zal krijgen.

Moeten we dat willen? De Turkse binnenlandse politiek die zeker na de mislukte coup van vorig jaar juli steeds verder gepolariseerd raakt, hoort niet thuis in de straten van West-Europese steden. Het importeren van het scherpe Turkse interne debat is bovendien niet echt bevorderlijk voor de gewenste integratie. In die zin zijn de door diverse politici geuite bezwaren tegen de voorgenomen bezoeken uit Turkije alleszins begrijpelijk.

Maar gevoel is een ingewikkelde beweegreden in dit soort kwesties. Zeker als dat gevoel nog verder gevoed wordt door electoraal-politieke overwegingen zoals het geval lijkt. Diverse Nederlandse politieke leiders waren er eind vorige week heel snel bij om in sterke bewoordingen hun afkeuring uit te spreken en te pleiten voor een verbod.

Zij hanteerden hierbij geen formele maar inhoudelijke argumenten. Premier Rutte noemde het „onacceptabel” dat de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu had gesproken over „onze staatsburgers”, PvdA-leider en vicepremier Lodewijk Asscher had het in dit verband over een „gotspe”, D66-leider Alexander Pechtold noemde het „absurd” dat een land „dat afglijdt naar dictatoriale neigingen hier campagne komt voeren” en PVV-leider Geert Wilders zette zoals gebruikelijk de overtreffende trap in met zijn pleidooi direct het voltallige Turkse kabinet tot persona non grata te verklaren.

In Duitsland waren soortgelijke geluiden te horen. Wat weer tot een te verwachten tegenreactie vanuit Turkije leidde waarbij president Erdogan ver over de schreef ging door een Duits verbod te kwalificeren als „nazipraktijken” en hintte op het organiseren van een opstand als hij niet in Duitsland zou worden toegelaten. Het is de bekende retoriek van de straatvechter Erdogan die de verhoudingen alleen maar onnodig verder op scherp stellen.

Lees ook: Campagne voeren in het buitenland, hoe ongewoon is dat?

Het wordt hoog tijd de zaak op zijn merites te bekijken. Daarbij is de kernvraag of mensen die in het bezit zijn van twee paspoorten en stemrecht in twee landen hebben ook buiten de landsgrenzen benaderd mogen worden. Er is geen enkele wet die dit verbiedt. Integendeel. In de Nederlandse grondwet ligt de vrijheid van meningsuiting en het recht op vergadering verankerd. Het geluid van de aanhangers mag ons misschien niet welgevallig zijn, en dat is zeker het geval bij de Turkse grondwetswijziging, maar dit is nog geen reden om het in Nederland te verbieden. Tenzij het om de openbare orde gaat, maar die is vooralsnog niet in het geding.

Campagne voeren laat zich niet beperken door grenzen. Wat is bijvoorbeeld het principiële verschil tussen een kandidaat-Tweede Kamerlid voor D66 die momenteel talloze Nederlandse verenigingen in het buitenland afreist om voorkeurstemmen te vergaren en Turkse politici die zich tot hun diaspora wenden?

Natuurlijk valt er van alles te zeggen over de meer dan zorgwekkende wijze waarop de democratie in Turkije zich aan het ontwikkelen is. Het land dat nog altijd kandidaat-lid van de EU is. Daar dient met argumenten tegenin te worden gegaan en niet met gekunstelde verboden van democratische rechten.