Opinie

    • Pia de Jong

Een ongelezen brief

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: hoe filatelie een hartverscheurende liefdesgeschiedenis onthulde.
illustratie eliane gerrits

‘Wetenschap is natuurkunde of postzegels verzamelen”, zei ooit de natuurkundige Ernest Rutherford, de ontdekker van de atoomkern. De Italiaanse wiskundige Enrico Bombieri voelt zich door die uitspraak beledigd – en wel als postzegelverzamelaar.

Ondanks dat hij tegen de tachtig loopt, werkt hij hier in Princeton nog dagelijks aan zijn berekeningen. Vandaag begint hij met zijn zangerige accent te vertellen over zijn passie voor de filatelie. Als jongetje ging hij niet zomaar aan de slag. Nee, met mathematische precisie onderzocht hij welke postzegels hij het best kon verzamelen. Het moest een speciaal, klein land zijn, met maar weinig zegels en post, zodat een complete verzameling mogelijk was. Al snel viel zijn oog op Tasmanië. Hij raakte in de ban van dit eiland onder Australië en bouwde een waardevolle verzameling op, die hij na dertig jaar met grote winst verkocht.

De collectie bleek nog veel rijker dan hij wist. Er zat een ongeopende envelop tussen, verzonden vanuit Ierland in 1843. Daarin zat een brief geschreven door een landarbeider aan zijn vrouw, Mary Walsh, die gevangen zat in de gevreesde Tasmaanse vrouwenkolonie op Van Diemensland.

„Mijn lieve Mary”, zo begint de hartverscheurende liefdesbrief van de man die er alles aan had gedaan om haar deportatie te voorkomen, maar moest toezien hoe Mary met hun eenjarige dochter werd afgevoerd. Hij bleef met de twee oudste kinderen achter. „Er gaat geen dag of nacht voorbij dat ik niet aan je denk, en dat zal ik blijven doen, totdat God je weer in mijn armen terugvoert ... Blijf altijd denken aan je man met zijn gebroken hart, zolang je leeft … Je liefhebbende en tedere echtgenoot, James Walsh.”

De brief was zo ontroerend en er sprak zoveel onrecht uit. Hij confronteerde Australië en Ierland met hun brute koloniale verleden en in beide landen kwam een publieke discussie op gang. Wie was Mary? Hoe was het met haar, haar man en kinderen afgelopen?

Mary Walsh bleek een dertigjarige vrouw die waarschijnlijk onterecht beschuldigd was van medeplichtigheid aan het stelen van een stukje kasjmier. Haar dochter, van wie ze meteen na aankomst gescheiden werd, stierf al snel. De brief zat nog in de envelop, waaruit we kunnen afleiden dat James’ woorden haar nooit hebben bereikt. Het is vrijwel onmogelijk dat de geliefden elkaar ooit nog hebben gezien. Ze waren te arm om de overtocht te kunnen betalen.

De brief werd voor 42.000 dollar gekocht door de Australische post en ligt nu in het Tasmanian Museum & Art Gallery. Daar kan het publiek meer leren over het ‘Mary Walsh Mystery’ en de 25.566 andere vrouwen die tussen 1788 en 1853 naar de vrouwengevangenissen in Tasmanië werden verscheept.

Bijna twee eeuwen later zijn de tragische levens van de verbannen Mary en James met zijn gebroken hart symbolen geworden van een wreed verleden. De liefdesbrief heeft Mary nooit bereikt, maar nu raakt hij tallozen. „Mijn lieve Mary”, schrijft James, „al zou ik honderd jaar leven, je zou nog net zo vers in mijn hart zijn, als op de dag dat je van me wegging.”

En dat is ze, in ons hart. Dankzij een postzegel.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong