De concurrentie presteert beter

Automarkt

PSA en Opel presteren allebei minder dan de rest van de Europese automarkt, die eindelijk weer groeit. Winst maken blijft lastig.

Foto Filip Singer/EPA

Voor Peugeot is de overname van Opel een opmerkelijke ommezwaai vergeleken met de maialise waarin het bedrijf zat in 2012. Toen moest het bedrijf nog gered worden door de Franse overheid na een recordverlies. Nu is het de succesvolle jager in een Europese auto-industrie die eindelijk weer hard groeit. Qua marktaandeel in de belangrijkste afzetmarkt, Europa, streeft moederbedrijf PSA met Opel erbij zelfs de eeuwige Franse rivaal Renault voorbij. De combinatie krijgt, als de overname doorgaat, het op één na hoogste marktaandeel van Europa. Met zo’n 16,4 procent van de markt hoeft het dan alleen nog Volkswagen voor zich te dulden (24 procent).

Maar qua groei zijn de fuserende bedrijven bepaald geen toppers. Sterker nog: in de laatste cijfers over Europese autoverkopen van branchevereniging ACEA bungelen ze allebei onderaan. Dat terwijl de totale Europese automarkt met 10,2 procent groeide: cijfers die in de buurt komen van de vorige hausse, in 2007. De merken van PSA (behalve Peugeot ook Citroën) maakten een groei door van 6,8 procent. Opel steeg (gemeten naar het aantal nieuwe voertuigregistraties) 5,1 procent. Vergeleken met voorgaande jaren een prima groei, maar nu de rest veel beter presteert dan zij, neemt het marktaandeel van de twee dus af.

Lees ook: Waarom de Duitsers gelaten reageren op de overname van ‘hun’ Opel

„De auto-industrie zit in een fase van consolidatie”, volgens analist Frank Biller van het Duitse onderzoeksbureau LBBW tegen persbureau Bloomberg. Volgens hem is het wachten op meer grote overnames, omdat de Europese markt bijzonder competitief is. „Deze consolidatie is ook nodig voor de bedrijfstak”, aldus Anil Valsan, analist van het Britse EY. Wel wijst hij erop dat de grote Europese fabrikanten zoals PSA en Opel de laatste jaren grote stappen hebben gezet. „Die zijn zeker concurrerender geworden wat betreft design en innovatie.”

Nationale voorkeuren

Maar het blijft met alle verschillende nationale markten met hun nationale voorkeuren lastig om als grote fabrikant in Europa te opereren. En, anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, hebben Europese consumenten voorkeur voor kleinere auto’s waar lagere winstmarges op worden behaald door de autofabrikanten.

Ook door hoge kosten en overcapaciteit in fabrieken hebben de meeste automakers moeite om winst te maken in Europa. PSA maakte vorig jaar een verlies van 268 miljoen dollar, Opel maakt al zeventien jaar op rij verlies. Concurrenten zoals Fiat en het Amerikaanse Ford behalen minder dan de helft van de winstmarges in Europa vergeleken met die in de Verenigde Staten.

Daar komen de snelle veranderingen in de auto-industrie nog eens bovenop, waaronder nieuwe technologieën, nieuwe regulering en politieke onzekerheid. Volgens EY-analist Valsan kijken de fabrikanten bijvoorbeeld ook met argusogen naar de Brexit en de Franse en Duitse verkiezingen. Het antwoord van Peugeots moederbedrijf op al die grote uitdagingen is duidelijk: schaalvergroting.

    • Wouter van Noort