De campagne van 2017: boze burgers versus bange politici

Met ongeveer een week te gaan tot de Tweede Kamerverkiezingen vlamt het nog weinig tussen de lijsttrekkers. De confrontaties in de media tussen politici en boze kiezers zijn interessanter.

Screenshot NPO Gemist

Kiezers zijn boos. Dat bleek maandagavond maar weer eens in een uitzending van Pauw en Jinek. VVD-lijsttrekker Mark Rutte zag zich geconfronteerd met een groep Groningers die radeloos zijn door de gevolgen van de gasbevingen in hun provincie: schade, sloop, onzekerheid.

Harde verwijten kreeg de premier over zich heen. Hij zou Groningen hebben „uitgezogen” en de problemen in de provincie „weglachen”. „Ik zou mijn portemonnee niet aan die man toevertrouwen”, riep iemand. Hoe meer Rutte probeerde empathisch over te komen, hoe bozer de Groningers werden. Ze hielden papiertjes omhoog met de tekst ‘not my premier’. Rutte voelde zich zichtbaar ongemakkelijk.

Lees de tv-recensie van Hans Beerekamp: Rutte tegen boze Groningers: 0-1

Het zijn de spannendste momenten van de campagne tot nu toe: de confrontaties tussen politici en burgers. Naast Rutte en de Groningers was er Alexander Pechtold (D66), die in Nieuwsuur een 57-jarige man tegenover zich vond met een doodswens. Dan was er nog Jesse Klaver (GroenLinks) versus de boeren en Lodewijk Asscher (PvdA) versus de mkb’er en de teleurgestelde Turkse Nederlander – ook allebei bij Nieuwsuur.

Media geven boze burger podium

Onder invloed van de populistische revolte (Brexit, Trump, Le Pen) proberen media, meer dan in vorige campagnes, politici rechtstreeks te laten reageren op het ongenoegen in de samenleving. Dan zie je pas wat een politicus echt waard is, zo luidt de gedachte.

Tussen de lijsttrekkers onderling vlamt het ondertussen een stuk minder dan in 2012. Na drie grote debatten – één op de radio, twee op tv – is er geen overheersend campagnethema en geen allesbepalend duel, zoals Rutte versus Samsom in 2012. De campagne is inhoudelijk, maar hij schiet ook alle kanten uit, van de arbeidsmarkt tot de Europese Unie, en van het Wilhelmus tot het eigen risico in de zorg.

Eén oorzaak: de belangrijkste vertolker van de boosheid in de samenleving, Geert Wilders (PVV), doet amper mee aan de campagne. Hij verscheen nog bij geen enkel lijsttrekkersdebat en kan – omwille van zijn eigen veiligheid – slechts beperkt de straat op. Woensdag annuleerde een dierenasiel in Zaandam nog een bezoek van hem omdat antifascisten een demonstratie hadden aangekondigd.

Tweestrijd blijft dit jaar uit

Naar Wilders’ strategie blijft het gissen – de PVV-leider communiceert vrijwel uitsluitend via Twitter en de buitenlandse pers. Maar feit is dat de peilingen voor de PVV een dalende trend laten zien. En dat deze verkiezingen, althans nu, dus niet draaien om de vraag: wordt Nederland het volgende dominosteentje dat valt in de nationaal-populistische revolte? Ook als de PVV op 15 maart een overweldigende zege boekt, lijkt de kans klein dat Wilders in het Torentje belandt. Nagenoeg alle partijen sluiten hem uit voor regeringsdeelname.

Voor één lijsttrekker heeft Wilders’ afwezigheid grote gevolgen: Mark Rutte. Afgelopen zomer besloot de VVD in te zetten op een tweestrijd met de PVV. De boodschap van de VVD moest zijn: alleen Rutte, de ervaren premier, zou een triomf van de PVV kunnen voorkomen. Zo zouden kiezers van andere partijen, zelfs linkse, verleid kunnen worden hun stem op Rutte uit te brengen.

Nu die tweestrijd uitblijft, heeft de VVD in de peilingen nog amper afstand genomen van de andere middenpartijen. Sterker nog, Sybrand Buma (CDA) heeft met harde teksten over een „morele crisis” en „het gevaar van de radicale islam” de achtervolging ingezet op Rutte als ‘redelijk’ rechts alternatief voor de PVV. Pechtold (D66), die ook nog steeds meedoet om het premierschap, trekt dan weer aan VVD-kiezers die Rutte te veel ‘PVV-light’ vinden.

Weet je nog niet wat je gaat stemmen? Bekijk hier de programmawijzer

Geen premiersbonus voor Rutte

Het gevolg: in de meeste peilingen staat Rutte een week voor de verkiezingen nog steeds op een verlies van vijftien tot twintig zetels. De ‘premierbonus’, de extra zetels die de kiezer aan een zittende minister-president kan geven, lijkt nog ver weg. Bij de VVD houden ze er inmiddels rekening mee dat de partij straks de grootste is met minder dan dertig zetels – áls ze al de grootste wordt.

Vijf jaar geleden was in deze fase van de campagne de tweestrijd tussen VVD en PvdA al losgebarsten. Tenzij er in de komende week iets bijzonders gebeurt, begint het er steeds meer op te lijken dat er in de Tweede Kamer straks vijf of zes middelgrote partijen zijn. Geen triomf van het rechts-populisme, maar totale nivellering van het partijenlandschap.

Tenzij de belangrijkste vertolker van de boosheid op 15 maart alsnog voor een daverende verrassing zorgt.

    • Thijs Niemantsverdriet