Britse premier May vreest sluiting van fabrieken van Vauxhall

Overname door PSA

Na de Brexit is het denkbaar dat de productie van auto’s te duur wordt in het Verenigd Koninkrijk. Maar volgens PSA, dat niet alleen Opel maar ook het Britse automerk Vauxhall overnam, is de Brexit juist een kans.

Fabriek van Vauxhall Motors in Ellesmere Port, Verenigd Koninkrijk. Fot Martin Rickett/PA/AP

De toekomst van Vauxhall is chefsache in het Verenigd Koninkrijk. Theresa May mengde zich een dag voor de verkoop in de overname van het Duitse Opel en het kleinere Britse Vauxhall door PSA uit Frankrijk. De Britse premier belde zondag nog met Mary Barra, de bestuursvoorzitter van General Motors, dat Opel verkocht.

May verlangde zekerheid dat de twee Vauxhall-fabrieken, in Luton nabij Londen en Ellesmere Port in Cheshire, in bedrijf blijven na de deal. „De premier heeft mevrouw Barra verteld hoe belangrijk Vauxhall is voor het Verenigd Koninkrijk. Ze benadrukte haar wens dat banen bij de twee fabrieken voor de lange termijn worden zekergesteld”, liet een woordvoerder van de premier weten. Barra zou instemmend hebben gereageerd.

Dat Vauxhall in buitenlandse handen valt, schokt niet. In 1925, slechts twintig jaar nadat Vauxhall Iron Works zich begon toe te leggen op de productie van auto’s, werd het bedrijf gekocht door het Amerikaanse General Motors. Britten moeten dus al bijna een eeuw toekijken hoe de belangrijkste besluiten voor Vauxhall in buitenlandse bestuurskamer worden genomen. De hoogste baas zetelt straks alleen niet meer in Detroit, maar in Parijs.

Ongemakkelijk is het wel. Zeker in deze tijd. May is premier geworden met de abstract geformuleerde belofte ‘controle terug te winnen’. Maar de overname van Opel en Vauxhall laat zien dat ook na de Brexit het VK afhankelijk blijft van buitenlandse invloeden. In dit geval van de ingevingen van topman Carlos Tavares, die bij het opkalefateren van PSA heeft laten zien harde ingrepen niet te schuwen.

Britse autofabrieken onder druk

In het Verenigd Koninkrijk weten ze ook dat het niet goed gaat met het bedrijf. De Europese tak van General Motors, waar Opel het belangrijkste merk is, lijdt al zeventien jaar verlies. In 1999 werd het boekjaar voor het laatst positief afgesloten. Gevreesd wordt dat Tavares zal saneren bij de Britse fabrieken, waar in totaal 4.500 mensen werken – na Duitsland (19.000) en Spanje (5.000) de grootste divisies van Opel.

Lees ook: Waarom de Duitsers gelaten reageren op de overname van ‘hun’ Opel

Het gaat al niet zo goed met Britse autofabrieken. Vakbonden vrezen dat bij Ford in Bridgend meer dan 1.100 banen zullen verdwijnen. De regering van May moest Nissan smeken en ruimschoots financiële compensatie bieden om in de fabriek in Sunderland te blijven produceren. Ook voor de Vauxhall-fabrieken is de toekomst ongewis.

De fabriek in Ellesmere Port heeft een contract om tot 2021 de populaire Astra te maken, zowel voor de Britse als de Europese markt. De fabriek in Luton heeft een akkoord om tot 2025 de Vivero, een bestelbusje, te produceren.

Brexit: gevaar of kans

Experts waarschuwen dat de Brexit het nog moeilijker maakt voor de Vauxhall-fabrieken, zeker als het Verenigd Koninkrijk uit de interne markt stapt en er tarieven en handelsbarrieres verrijzen. De meeste onderdelen voor de Vauxhall-auto’s worden ingevoerd uit de EU. De meeste auto’s worden ook verkocht in de EU. Na de Brexit is het denkbaar dat de productie van auto’s te duur wordt in het VK.

PSA-topman Tavares draait de zaken echter om. Een harde Brexit is volgens hem juist een kans. Als er heffingen en barrières komen, is het wellicht aantrekkelijker om een Britse fabriek te behouden om de Britse markt te bedienen. Ook is het misschien mogelijk om in de Britse fabrieken auto’s te maken voor de export buiten de EU, zoals naar de Verenigde Staten, aldus Tavares.

Dit soort optimistische praat zal het personeel van de Vauxhall-fabrieken wel met een korrel zout nemen. Zij zijn neergang gewend. In de jaren zeventig werkten er nog meer dan 10.000 mensen in de fabriek bij Ellesmere Port. Nu zijn dat er circa 2.000. In Ellesmere Port weet men hoeveel controle ze hebben over de effecten van technologische vernieuwingen, automatisering en verschuivende wereldmarkten: bar weinig.

    • Melle Garschagen