Albumoverzicht: Laura Marling’s stijl stagneert, Thundercat houdt het vuur aan

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder andere het Nieuw Amsterdams Klarinet Kwartet en Temples.

  • ●●●●●

    Laura Marling: Semper Femina

    Semper Femina Pop: Hoewel Laura Marling op haar vorige album Short Movie (2015) nog leek over te stappen van eigentijdse folk naar het domein van de elektrische rock, is die ontwikkeling op haar nieuwe, Semper Femina, weer teruggedraaid. De elektrische gitaar duikt op in het weerbarstige slotnummer, maar verder klinkt dit zesde album van de Londense Marling veelal akoestisch: van de ‘geplukte’ contrabas tot de ritselige percussie en prachtig langgerekte strijkers in opening ‘Soothing’, tot het gitaargetokkel in ‘Wild Once’.

    Rijke instrumentaties worden afgewisseld met soberder liedjes, zoals ‘Wild Fire’ en ‘Next Time’, en hoewel het allemaal verfijnd, mooi gedoseerd en sfeervol is, klinkt haar bedachtzame parlando, zoals in ‘Wild Once’ inmiddels bekend. Een voor Marling opzienbarend nummer zoals ‘Gurdjieff’s Daughter’, van Short Movi, ontbreekt hier. Laura Marling heeft nog altijd veel te zeggen, maar haar persoonlijke stijl is een beetje gestagneerd. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Fazil Say & Nicolas Altstaedt: 4 Cities

    4 Cities Klassiek: De muziek van Turkse componist Fazil Say is een voortdurende ontmoeting tussen Oost en West. In zijn nieuwe werk 4 Cities duwt hij de klassieke cello van Nicolas Altstaedt in de rol van allerlei Turkse folklore-instrumenten. Alsof Say wil zeggen: we denken wel dat de persoonlijkheid van een cello – of een mens – vastligt, maar niets is minder waar, er zit nog genoeg rek in een fenomeen als identiteit.

    Cellist Nicolas Altstaedt proeft de ritmes en melodieën, maar ook en vooral de kleuren die in de muziek van Say naar voren komen. Zoals de titel al suggereert is Four Cities een reis, een tocht langs vier Turkse steden, met elk een uitgesproken eigen karakter. Say en Altstaedt zetten het nieuwe werk af tegen de traditie in de vorm van Debussy, Janacek en Sjotstakovitsj. En ook daarin bewijzen beide musici dat Oost en West geen gescheiden werelden hoeven te blijven. Joost Galema

  • ●●●●●

    Batmobile: Brand New Blisters

    Brand New Blisters Heavy: Al meer dan dertig jaar is het Rotterdams/Bredase trio Batmobile een fenomeen op het gebied van psychobilly, de jaren tachtigvariant van rockabilly omkleed met horrorgruwel in teksten en presentatie. Ruiger dan de Stray Cats en met een menselijke schedel als totem op de contrabas werden ze beroemd van Zwitserland tot Japan.

    Als huisband van het Rotterdamse haarsnijderscollectief Schorem heeft Batmobile met dit eerste album in twintig jaar een reputatie hoog te houden op het gebied van stoere zang, twangende gitaren en over hun eigen snelheid struikelende ritmes. Tussen de vechtlustige stampers ‘Demolition’ en ‘Killmachine’ schuilt de essentie van dit driekoppige monster in de dampende rock van ‘Motherfuckin’ Hippie’, dat de vloer aanveegt met langharig ongeschoren tuig. Tolerantie is niet hun sterkste punt; keihard doorrocken tot aan het gaatje wel. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Temples: Volcano

    Volcano Pop: Wie nog twijfelde aan de neopsychedelische geloofsbrieven van de Engelse band Temples hoeft er hun song ‘Oh The Saviour’ maar op na te draaien. „Standing up like a wild impala…” zingt frontman en Marc Bolan-lookalike James Bagshaw in een duidelijke knipoog naar zijn Australische geestverwanten Tame Impala. Temples bedient zich van een soortgelijk palet aan breed uitwaaierende zweefmelodieën met naar de hemel reikende falsetzang.

    Hun muzikaal escapisme knipoogt naar The Beatles, The Kinks en Pink Floyd, met name in het nummer ‘Roman God-Like Man’ dat van al die voorbeelden wel een heel of half citaat bevat. Het hypermelodieuze Temples laat op dit tweede album een elektronisch opgewekte orkestrale gloed neerdalen over mooie popliedjes als ‘(I Wanna Be Your) Mirror’ en ‘Certainty’, die een naïef flowerpowergevoel naar het heden transporteren.

    Live: 14/4 Doornroosje Nijmegen, 15/4 Tolhuistuin Amsterdam. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Thundercat: Drunk

    Drunk Jazz: De nieuwe George Duke, noemde rapper Anderson .Paak de veelgevraagde bassist Thundercat (Stephen Bruner uit Los Angeles). Niet alleen om zijn stem die veel weg heeft van Duke, maar ook de niet aflatende drive muziek ‘zonder muren’ te creëren. Thundercat, tot 2012 bassist in metalband Suicidal Tendencies, bouwt voortreffelijke crossovers tussen elektronische muziek en jazz, rock en funk. Prominent was zijn aandeel bij Flying Lotus, Kendrick Lamar, Erykah Badu en Kamasi Washington.

    In de korte 23 nummers op zijn derde album Drunk laat Thundercat grote vrijheid horen in opbouw en experiment. In een tijdloos stramien regent het invloeden: jaren zeventig-nostalgie, het geheel smeuïg houdende hiphopflows, geslaagde Steely Dan-retro, jazzfusion ingebed in toegankelijke ritmes. Niet alleen is Thundercat een bassist die het vuur aan houdt, de hoge zang met zijn door insomnia en drugs ingestoken nevelige teksten blijft de aandacht trekken. Amanda Kuyper

  • ●●●●●

    Nieuw Amsterdams Klarinet Kwartet: Ode aan Amsterdam

    Ode aan Amsterdam Klassiek: Het Nieuw Amsterdams Klarinet Kwartet (NAKK) loopt al een tijdje mee en deed zo’n beetje alle festivals en tv-programma’s aan. De live-reputatie staat als een huis, en nu is er ook een debuutalbum, vindingrijk geconcipieerd als een tramrit door de hoofdstad. Instaphalte is het Concertgebouw, waar Mahler ooit zelf zijn Eerste symfonie dirigeerde. De beroemde Treurmars (‘Vader Jacob’ in mineur) klinkt mooi ingetogen op klarinet, basklarinet en bassethoorns.

    Maar ook Ramses Shaffy en Wim Sonneveld komen langs, kleinkunstig en soepeltjes gezongen door Sterre Konijn, evenals Mendelssohn, een beroemde Puccini-aria op melodica, en een variant op Bulgaarse volksmuziek – een voorliefde van NAKK’er Bart de Kater. Het is eclectisch, vrolijk, geestig en goed gespeeld, al ontbreekt een echte uitschieter. Het album sluit af in stijl met een klezmer-remix van Mahler 1, inclusief een persoonlijke boodschap aan de luisteraar. Joep Stapel