65-plus heeft het beter én slechter

Babyboomers

65-plussers zijn er in inkomen en vermogen op vooruitgegaan. Maar ouderen kregen ook rake klappen waar het om hun koopkracht ging. Beide verhalen kloppen.

Ouderen maken een fietstochtje over de dijk langs de Waal, Rijn. Foto Flip Franssen/HH

Er zijn twee verhalen over gepensioneerden te vertellen. De eerste is: het gaat goed. 65-plushuishoudens zijn er gemiddeld in inkomen en vermogen in de afgelopen twintig jaar meer op vooruit gegaan dan het gemiddelde huishouden. Veel minder 65-plussers hebben een laag inkomen dan twintig jaar geleden: 3 versus 21 procent.

Het tweede verhaal is: gepensioneerden hebben de afgelopen jaren rake klappen gekregen als het om hun koopkracht gaat. Ze zijn er na 2009 meer dan gemiddeld op achteruit gegaan. En van het herstel in koopkracht hebben ze de afgelopen jaren nauwelijks geprofiteerd.

Beide zijn waar, en worden keurig door het Centraal Bureau voor de Statistiek gedocumenteerd.

Het negatieve verhaal speelt een rol in de campagne, onder andere omdat 50Plus erop blijft hameren. Vrijwel alle partijen willen de koopkracht van gepensioneerden verbeteren. Want zonder nieuw beleid gaan gepensioneerden er in de komende kabinetsperiode in koopkracht opnieuw op achteruit, voorspellen de economen van het Centraal Planbureau (CPB). Alle partijen die hun plannen lieten doorrekenen door het CPB zorgen voor een plus in koopkracht, bij SP en PvdA een forse. Behalve de SGP (een min) en Denk (nullijn).

Het gaat goed met gepensioneerden

Historisch gezien is dit een generatie gepensioneerden waar het zowel in inkomen als vermogen goed mee gaat.

Neem vermogen. Het doorsnee vermogen van 65-plushuishoudens was in 1995 22.000 euro, iets minder dan dat van de doorsneebevolking. In 2015 bedroeg het 86.500 euro, vijf keer zoveel als een doorsneehuishouden (17.300 euro). Die stijging komt vooral doordat de nieuwste gepensioneerden, de babyboomers geboren tussen 1945 en 1950 veel vermogender zijn dan oudere gepensioneerden.

Neem inkomen. De huidige generatie 65-plussers heeft een inkomen dat gemiddeld bijna 30 procent hoger ligt dan de generatie gepensioneerden in 1995. Zo hard groeide het inkomen van andere huishoudens niet in die jaren: dat nam met ruim een kwart toe. Die inkomensgroei voor gepensioneerden is te danken aan de toename van het aantal vrouwen dat een aanvullend pensioen naast de AOW ontvangt, en doordat de jongste generatie gepensioneerden hoger opgeleid is en meer aanvullend pensioen heeft opgebouwd dan oudere generaties gepensioneerden.


Het gaat slecht met pensioneerden

Vrijwel alle gepensioneerden zijn er sinds de financiële crisis in 2008 in koopkracht op achteruit gegaan. Dat komt niet doordat het staatspensioen AOW daalde maar de aanvullende pensioenen. Pensioenfondsen konden pensioenen niet indexeren, soms moesten ze zelfs op de pensioenen korten. Oorzaak voor die ingrepen is de gedaalde dekkingsgraad van pensioenfondsen, een maatstaf voor de financiële gezondheid van de fondsen. Die lagere dekkingsgraad komt weer door de lage rente van de afgelopen jaren. Vooral gepensioneerden met hoge aanvullende pensioenen merkten dat: zij gingen er in koopkracht het meest op achteruit. Omdat in de jaren voor de crisis de koopkracht van gepensioneerden wel toenam is de koopkracht van de gemiddelde gepensioneerde sinds 2000 gelijk gebleven. Gepensioneerden met een klein aanvullend pensioen tot 5.000 euro gingen er tussen 2000 en 2015 wel op vooruit. Gepensioneerden met een aanvullend pensioen van 20.000 euro of meer gingen er fors op achteruit. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen: „De crisis heeft bij gepensioneerden ontzettend nivellerend gewerkt.”

50Plus zet de koopkracht van gepensioneerden vaak af tegen die van werkenden: dan is er een groot verschil. Maar een verschil in koopkrachtgroei tussen gepensioneerden en werkenden is niet gek, zegt het CBS. De meeste gepensioneerden maken „geen grote inkomenssprongen meer als gevolg van het vinden van een baan, het krijgen van een bonus of loonsverhoging of het maken van promotie. Daardoor is hun koopkrachtontwikkeling lager dan die van de totale bevolking”, merkten de statistici dinsdag op.

En dus?

„Het klinkt paradoxaal”, zegt CBS-hoofdeconoom Van Mulligen. „Je kunt tegelijk zeggen dat gepensioneerden het veel beter hebben dan tien jaar geleden én dat een 75-jarige er slechter voorstaat dan toen hij 65 was.” De reden voor deze paradox: nieuwe gepensioneerden hebben een veel hoger aanvullend pensioen dan oude gepensioneerden. Dus gaat het gemiddelde inkomen omhoog. Maar die relatief welvarende gepensioneerden zijn wel gekort de afgelopen jaren. Dus gaat de koopkracht omlaag. Maar dat nu 3 procent van de gepensioneerden een laag inkomen heeft, zeven keer minder dan in 1995 is „ondubbelzinnig een enorme verbetering”, volgens Van Mulligen.