Campagne voeren in het buitenland, hoe ongewoon is dat?

Conflict met Turkije Kan Nederland het bezoek van een Turkse minister tegenhouden, en wat heeft Turkije te winnen bij een conflict met Europese landen? Zes vragen over de ophef rond de Turkse referendumcampagne.

Publiek bij een toespraak van Nihat Zeybekci in Leverkusen, Duitsland, op 5 maart. De Turkse minister van Economische Zaken was daar om campagne te voeren voor het referendum over politieke hervorming. Foto Reuters

Hoe (on)gebruikelijk is het voor Turkse politici om campagne te voeren in EU?

Sinds 2013 mogen Turkse burgers in het buitenland stemmen voor verkiezingen in Turkije. Met als gevolg dat Turkse politici ook in Europa campagne zijn gaan voeren. In mei 2015 kwam minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu naar Rotterdam om Turkse Nederlanders aan te sporen op de conservatief-religieuze AK-partij te stemmen. Daar sprak hij onder meer met Tümsiad, een organisatie van Turkse ondernemers. Behalve de website GeenStijl („Staat-binnen-een-Staatsbezoek”) besteedde geen enkel Nederlands medium er aandacht aan.

Dat was in november 2015 wel anders. De campagne voor de Turkse parlementsverkiezingen leidde destijds tot controverse in Nederland. Toenmalig premier Ahmet Davutoglu stuurde een brief aan Turkse Nederlanders, waarin hij hen opriep op de AK-partij te stemmen. Dit leidde bij sommige ontvangers tot irritatie. Ze vroegen zich af hoe Davutoglu aan hun adres kwam. Bovendien deed Davutoglu in de brief allerlei beloften aan AKP- stemmers, zoals 20 procent korting op vluchten van Turkish Airlines en kinderbijslag voor Turkse vrouwen in het buitenland. Ook Turken in Duitsland en Frankrijk kregen deze brief in de bus.

Terwijl het kabinet nu onderzoekt of de campagnebijeenkomst van Cavusoglu kan worden verboden, mag het Turkse nee-kamp wel gewoon campagne voeren. Deze week is een voormalige Turkse vice-premier in Nederland om te pleiten tegen de invoering van een presidentieel systeem in Turkije. Volgende week komen enkele Turkse parlementariërs van de oppositie campagne voeren. Daar was premier Mark Rutte niet van op de hoogte. „Dat is nieuw voor mij”, zei hij.

Cavusoglu suggereerde maandag tegen CNN Türk dat de Nederlandse regering zijn bezoek wil afblazen omdat het de PVV van Geert Wilders in de kaart zou spelen.

„Nederland is een slaaf geworden van de racistische partij van Wilders. Jullie zeggen: ‘Beste minister kom alstublieft na de verkiezingen, anders zal Wilders meer stemmen krijgen.’ Is dat mijn probleem? Als jullie me dit op een aardige manier hadden uitgelegd, dan had ik jullie geholpen. Maar jullie zeggen eerst tegen de media ‘nee hij kan niet komen’, en geven vervolgens deze uitleg. Dat werkt natuurlijk niet.”

Op welke gronden kan Nederland dit tegenhouden?

Er zijn niet veel juridische mogelijkheden om de Turkse minister te verhinderen in Rotterdam Turkse Nederlanders toe te spreken. De grondwet maakt het vrijwel onmogelijk om mensen op voorhand het spreken te verbieden om inhoudelijke redenen. Wat wel kan, is dat de bijeenkomst volgens de burgemeester een te groot risico oplevert voor de openbare orde. Hij kan de bijeenkomst dan verbieden op grond van zijn noodbevoegdheden. Hij kijkt daarbij dan bijvoorbeeld naar de waarschijnlijkheid van tegendemonstraties, de beschikbare politiecapaciteit, informatie van inlichtingendiensten over geweld. Burgemeester Aboutaleb wil op dit moment geen mededelingen doen over deze geplande bijeenkomst, maar in het afgelopen jaar liep de spanning tussen verschillende groepen Turkse Nederlanders in de stad hoog op, met talloze aangiften en verschillende arrestaties voor bedreigingen en belediging. Een bemiddelingspoging van Aboutaleb liep afgelopen zomer op niets uit. De afgelopen maanden waren rustiger, maar de spanningen zijn volgens ingewijden niet afgenomen.

Aboutaleb heeft eerder het verwijt gekregen dat hij te snel is met het verbieden van massale bijeenkomsten. Vorig jaar verbood hij een anti-zwarte piet demonstratie, en liet 200 mensen arresteren die toch de straat opgingen. Eerder liep een demonstratie bij De Kuip uit op honderden arrestaties. Maar daar tegenover staat dat NIDA drie jaar geleden in Rotterdam de grootste pro-Gaza demonstratie ooit in Nederland organiseerde, met meer dan 10.000 deelnemers, wat de burgemeester op felle kritiek van coalitie-partij LeefbaarRotterdam kwam te staan. Vorig jaar demonstreerde Pegida ongestoord in het centrum, waar ook veel mensen ongelukkig mee waren. En Aboutaleb heeft ook niet ingegrepen in de massale, onverwachte Turkse demonstratie in Rotterdam na de mislukte coup in Turkije.

Hoe reageert Duitsland?

Na de harde uithalen van Erdogan aan het adres van Duitsland spreekt de Duitse regering daar wel haar scherpe afkeuring over uit, maar ze probeert tegelijk te voorkomen dat de crisis verder escaleert. „Erdogan wil ons provoceren”, zei minister van Justitie Heiko Maas (SPD) zondagavond. Het verwijt van de Turkse president dat Duitsland zich schuldig maakt aan nazipraktijken noemde hij „onbegrijpelijk, schandelijk en onjuist”. Maar: „We moeten ons niet laten provoceren.”

De regering staat echter onder druk om harder te reageren. Media en politici van links tot rechts vragen om een duidelijk signaal dat Erdogan en zijn ministers in de huidige omstandigheden niet welkom zijn om in Duitsland campagne te voeren.

Op zondag, nog voor de nazi-vergelijking, vroeg Bild am Sonntag al: Waar is onze rode lijn voor Erdogan? Hij had toen wel al gezegd dat Duitsland door campagnebijeenkomsten van Turkse ministers af te blazen terroristen helpt. De arrestatie van de Turks-Duitse correspondent van Die Welt, Deniz Yücel, heeft in Duitsland ook veel kwaad bloed gezet. Zondag zei Erdogan dreigend:

„Als ik wil, kom ik naar Duitsland. En als men me niet spreken laat zal ik zorgen dat de wereld daartegen opstaat”.

De woordvoerder van Merkel, Steffen Seibert, noemde de nazivergelijking maandag „absurd en misplaatst”. Hij wees erop dat vergelijkingen met nazi-Duitsland altijd de ernst bagatelliseren van de misdaden tegen de menselijkheid van de nazi’s. Kanzleramt-minister Altmaier noemde Erdogans uitspraken „absoluut onacceptabel”. Maar leden van de Turkse regering, zei Seibert, kunnen in Duitsland optreden zolang ze zich aan de wet houden.

Voeren politici uit andere landen ook campagne in het buitenland?

Donald Tusk, de huidige ‘president van Europa’ bezocht in 2007 als Poolse oppositieleider Londen om stemmen te winnen onder de ongeveer een miljoen Poolse arbeidsmigranten die daar op dat moment woonden. Hij flyerde in Britse supermarkten waar Polen werkten, de Pools-Britse stem was cruciaal voor zijn verkiezing. Wie ook in Londen stemmen wil winnen is de Franse presidentskandidaat Emmanuel Macron. Hij stond twee weken terug een zaal van 3.000 voornamelijk Fransen die in Londen werken.

Polen staat geen dubbele nationaliteit toe, Frankrijk wel. Dus sommige Fransen wier steun Macron in Londen zocht, mogen mogelijk ook meestemmen bij verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk. Ook de Turkse kiezers in Duitsland en Nederland hebben veelal twee paspoorten waardoor ze in twee landelijke verkiezingen mogen stemmen.

Lees ook: De ruzie met Nederland komt Erdogan goed uit

Ook Italiaanse politici richten zich regelmatig tot de 4,8 miljoen kiesgerechtigde Italianen in het buitenland. Zo schreef toenmalige premier Renzi hen in november vorig jaar een brief om hun steun te vragen bij het referendum over politieke hervorming een maand later. De tegenstanders van hem waren daar woedend over – waarop ze het laconieke antwoord kregen dat ook zij openbare adresgegevens hadden kunnen opvragen. Renzi voorafgaande aan dat referendum als premier een reis gemaakt door de VS, maar campagne voeren was daarbij niet het officiële doel. Met name in grote Italiaanse gemeenschappen in Argentinië en de Verenigde Staten hebben Italiaanse politici incidenteel persoonlijk campagne gevoerd bij parlementsverkiezingen. Omdat Italië de dubbele nationaliteit mogelijk maakt, konden deze Italianen ook in hun nieuwe woonland meestemmen.

Wat heeft Turkije te winnen/verliezen bij deze discussie?

De ruzie met Nederland en Duitsland over het verbieden van campagnebijeenkomsten voor het Turkse referendum komt zeer gelegen voor de AK-partij van president Erdogan. Want de campagne verliep tot nu toe moeizaam. De AK-partij heeft moeite om Turkse kiezers te overtuigen van het nut van de grondwetswijziging, die Erdogan veel meer macht moet geven. Maar nu heeft de partij precies wat het wil: een conflict met Europese landen waarmee ze het nationalisme van de Turken kan opzwepen.

Daarom deed Erdogan er zondagavond nog een schepje bovenop. Hij vergeleek het Duitse besluit om campagnebijeenkomsten van zijn AK-partij af te blazen met „fascistische praktijken”.

Dat de relatie tussen Duitsland en Turkije averij oploopt, neemt Erdogan op de koop toe. Op dit moment heeft hij maar één doel en dat is de invoering van het presidentiële systeem. Maar het referendum lijkt een nek-aan-nekrace te worden, dus heeft Erdogan de stem van de Turkse Duitsers hard nodig. Want ongeveer de helft van de drie miljoen Turkse Duitsers is Turks staatsburger. Zij vormen het vierde grootste kiesdistrict van Turkije.

In Nederland wonen niet zo veel mensen van Turkse komaf als in Duitsland. Maar ook hier vormen ze een groot deel van de natuurlijke achterban van de AK-partij: conservatieve arbeiders en ondernemers uit de provincie, net als de familie van Erdogan. Bij de vorige parlementsverkiezingen stemde 64 procent van de Nederlanders van Turkse komaf op de AK-partij – het hoogste percentage van Europa. Voor hen staat het succes van Erdogan voor een sterkt en zelfbewust Turkije dat opstaat tegen Europese landen.

Het conflict biedt de Turkse regering bovendien een kans de „hypocrisie” van Nederland en Duitsland te onderstrepen: jullie lezen ons de les over vrijheid van meningsuiting en democratie, maar ondertussen proberen jullie politieke bijeenkomsten te verbieden. „Waar is de democratie of de vrijheid van meningsuiting waarvan jullie zeggen ons iets over te willen leren?”, zei Cavusoglu. „Hoe zit het met de vrijheid van vergadering?”

Welke rol spelen de Nederlandse en Duitse verkiezingen in deze discussie?

Het debat over de multiculturele samenleving en de moeizame integratie speelt zowel in Duitsland als Nederland volop. En zodoende is het ook een thema in de verkiezingen. Daarbij gaat het om de vraag in welke mate nieuwkomers zich dienen aan te passen. De invloed van Ankara op Turken in het buitenland wordt door de meeste partijen in Nederland negatief beoordeeld. Ook is er de roep dat Turken die hier naar toe zijn gekomen sterker voor Nederland moeten kiezen. De befaamde ‘Pleur-op’ uitspraak van premier Rutte die ook in de verkiezingscampagne regelmatig terugkeert heeft hier direct mee te maken. Opvallend is dat ook sterk legalistisch ingestelde partijen als D66 en GroenLinks voor een verbod zijn.

    • Toon Beemsterboer
    • Juurd Eijsvoogel