Trump beschuldigt Obama van afluisteren, FBI ontkent

Verkiezingscampagne VS

President Trump stelt dat zijn voorganger Obama hem liet afluisteren. Hij wil een onderzoek. De FBI ontkent de explosieve aantijging.

President Trump in de Oval Office. Foto Reuters

De directeur van de FBI, James Comey, heeft ontkend dat oud-president Barack Obama vorig jaar opdracht heeft gegeven om telefoongesprekken van Donald Trump in de Trump Tower in New York af te luisteren. Comey heeft het ministerie van Justitie gevraagd om die opzienbarende beschuldiging publiekelijk te ontkennen, omdat het een overtreding van de wet zou zijn.

Dat hebben The New York Times en de televisiezender NBC zondag gemeld op basis van anonieme bronnen. Het ministerie van Justitie heeft nog niet gereageerd op de aantijging van Trump, die hij zaterdag zonder bewijs uitte in een reeks tweets.

Trump heeft het Congres verzocht te onderzoeken of de regering van zijn voorganger hem in de aanloop naar de presidentsverkiezingen heeft afgeluisterd. De beweringen van Trump, die dit weekeinde de aandacht afleidden van beschuldigingen dat medewerkers van zijn campagne contact hadden met functionarissen in Rusland, zijn mogelijk gebaseerd op onbevestigde berichten over het afluisteren van de Trump Tower die circuleren op de website Breitbart News en bij andere conservatieve media.

Volgens Trump zouden zijn telefoons zijn afgeluisterd in opdracht van Obama. „Hoe diep is Obama gezonken dat hij mijn telefoons tijdens het zeer heilige verkiezingsproces liet tappen”, twitterde Trump. „Dit is Nixon en Watergate. Slechte (of zieke) man!” De president schreef verder: „Ik durf te wedden dat een goede advocaat een sterke zaak zou kunnen maken van het feit dat president Obama in oktober mijn telefoons heeft afgetapt, vlak voor de verkiezingen.”

Een woordvoerder van Obama ontkende dat Trump zou zijn afgeluisterd op gezag van Obama of een van diens medewerkers in het Witte Huis. Kevin Lewis onderstreepte dat het onder Obama in het Witte Huis een essentiële regel was zich in geen geval te mengen in justitiële onderzoeken.

Ook James Clapper, onder Obama de hoogste baas van de Amerikaanse inlichtingendiensten, sprak tegen dat Trump zou zijn afgeluisterd tijdens de campagne. „Absoluut, ik kan het ontkennen”, zei hij. Dat zou slechts mogelijk zijn geweest met een speciale gerechtelijke machtiging. Zonder zijn medeweten zou die machtiging zeker niet zijn verstrekt, zei Clapper.

Volgens Trump moet het onderzoek naar de rol van Rusland tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen nu worden uitgebreid met onderzoek naar afluisterpraktijken in de Trump Tower. De Republikeinen leken geneigd dat verzoek te honoreren.

Trumps woordvoerder Sean Spicer zei zondag dat de regering zich verder niet zal uitlaten over de kwestie. Zo zou Trump voorlopig geen toelichting hoeven te geven op zijn aantijgingen.

Regering-Trump, pagina 8
    • Floris van Straaten