Rotterdam ging bewust in zee met dubieuze ondernemers

Miljoenenfraude Waterfront Onderzoek in opdracht van de gemeente Rotterdam toonde vooraf al aan dat zakendoen met ondernemers vader en zoon Kan niet verstandig was. Toch tekende de gemeente het huurcontract dat tot een miljoenenfraude leidde.

De gemeente Rotterdam wist van meet af aan dat de huurder van het voormalige Waterfront-pand, Göksel Kan, die de gemeente samen met zijn vader voor miljoenen heeft opgelicht, een notoire wanbetaler was. Dat blijkt uit een screening van Kan door EDR Credit Services in Den Haag in opdracht van de dienst die het pand in beheer had, het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR). Het rapport daarvan is in handen van NRC.

Göksel Kan betaalde vijf jaar lang geen huur omdat het pand niet te exploiteren zou zijn vanwege de vele gebreken. Zijn vader Gürsel diende voor 8 miljoen euro aan facturen in voor de reparaties daarvan, waarvan de gemeente 7 miljoen euro betaalde. Kan heeft het pand echter vanaf het begin verhuurd voor feesten. De gemeente zegt dat de facturen grotendeels vals zijn en de meeste verbouwingen niet plaats gevonden hebben.

Bekijk hieronder het rapport van EDR (klik op de foto’s voor een grotere versie):

Intern onderzoek

De onthulling van de jarenlange fraude afgelopen jaar leidde tot grote consternatie in de stad. De gemeenteraad dwong een enquête af, de tweede in de geschiedenis van Rotterdam. De grotendeels openbare verhoren van de betrokken ambtenaren en politici beginnen volgende maand.

Nadat de fraude aan het licht kwam, liet de gemeente een intern onderzoek uitvoeren naar de ambtenaren bij de afdeling maatschappelijk vastgoed, die het Waterfront-pand in beheer heeft. In het openbare verslag daarvan staat dat er geen stukken zijn waaruit blijkt dat het OBR de kredietwaardigheid en de betrouwbaarheid van de huurder, Göksel Kan heeft laten screenen, terwijl dat wel had gemoeten. Maar uit het rapport van EDR blijkt dat dit niet klopt. Het OBR heeft dat onderzoek wel laten doen, en de uitslag was: doe het niet.

Lees ook De gemeente Rotterdam betaalde 7,8 miljoen zonder op te letten. Waarom?

Rapport achtergehouden

De vraag is waarom de directie van het OBR, destijds voorgezeten door de huidige Rotterdamse wethouder van Financiën Adriaan Visser (D66), dit advies niet heeft opgevolgd en het huurcontract met Kan tekende. En waarom het rapport van EDR ontbreekt in het interne onderzoek van de gemeente. De woordvoerder van Visser laat weten dat een ambtenaar het rapport destijds heeft achtergehouden en dat Visser het toen niet gezien heeft. Het rapport is echter niet toegevoegd aan een later uitgevoerd geheim onderzoek dat raadsleden vertrouwelijk in mochten zien. Daarin staat alleen een verwijzing naar het rapport.

Het rapport van EDR dateert van 3 maart 2010, drie maanden voordat het daarna afgesloten huurcontract in zou gaan. De onderzoekers van EDR schrijven in de eerste regel van het rapport dat het „onverantwoord is een zakelijke relatie aan te gaan” met Göksel Kan vanwege „de getraceerde bemerkingen”.

EDR had ontdekt dat Kan huurachterstanden had bij de eigenaren van panden aan de Nieuwe Binnenweg en het Weena waarin Kan restaurants exploiteerde. Tevens stuitten ze op oproepen in kranten dat Kan moest verschijnen bij rechtszaken – dat was nodig omdat geen vast verblijfadres van Kan bekend was.

De onderzoekers melden ook dat Kan „zeer terughoudend” was met het verstrekken van financiële informatie over zijn bedrijf.

Onthutsend beeld

Foto Remko de Waal/ANP

Het opduiken van het cruciale rapport van EDR zet de geloofwaardigheid van het interne onderzoek van de gemeente ernstig onder druk. Het rapport ontbreekt daarin, terwijl het wel circuleert onder ambtenaren bij de dienst Stadsontwikkeling, de opvolger van het OBR.

In het onderzoek van de gemeente staat ook dat de betrouwbaarheid van het onderhoudsbedrijf van Gürsel Kan – de vader van Göksel Kan – gescreend had moeten worden. Vader Kan begon in 2012 facturen te sturen voor reparaties aan het Waterfront-pand, met toestemming van het OBR. Volgens de procedure moet de afdeling vastgoedbeheer van de gemeente dit soort bedrijven screenen. De onderzoekers schrijven dat uit de stukken van de gemeente niet blijkt dat de screening plaats gevonden heeft. De vraag is of dat waar is.

Er was aanleiding voor de gemeente om zelfs al eerder, vóór het aangaan van de onfortuinlijke huurovereenkomst, de betrouwbaarheid van vader Kan te onderzoeken. En niet alleen van de zoon. De onderhandelingen over het huurcontract werden immers grotendeels gevoerd door vader Gürsel. Dat blijkt uit zowel gesprekken met de voormalig directeur van Poppodium Waterfront, Petter van Raalte, als uit het eigen interne onderzoek van de gemeente. „Hij was er vanaf het begin af aan bij”, aldus Van Raalte.

Onderzoek naar Gürsel Kan levert een onthutsend beeld op. Al vanaf 2008 werd hij door de rechter gesommeerd schulden van duizenden euro’s te voldoen, voor diensten verleend aan zijn lasbedrijf Vijfsterren Las & Constructie BV. Dat bedrijf ging in april 2010 failliet met ruim 2 miljoen euro aan belastingschuld, anderhalve maand voor de gemeente het huurcontract met Kan aanging. „De gemeente was van het faillissement van Kan’s bedrijf op de hoogte”, zegt Jeroen Fleers, de curator die het faillissement afwikkelde. „In een brief aan mij van augustus 2010 eist de gemeente een bedrag van 452 euro op aan openstaande parkeerboetes vanwege het faillissement.”

Onderzoek van het aannemersbedrijf RWC van Gürsel Kan – waarmee hij de volgens de gemeente valse facturen voor reparaties aan het Waterfront gebouw declareerde – had de gemeente bovendien vanzelf naar het failliete Vijfsterren Las & constructie geleid. Een voormalig inschrijvingsadres van RWC is hetzelfde als van de loods in Dordrecht waar Vijfsterren Las & Constructie BV van Kan stalen onderdelen voor werkschepen maakte.

De curator oordeelt in zijn verslag dat Kan onbehoorlijk bestuur te verwijten valt inzake Vijfsterren Las & Constructie BV. Fraude was niet aantoonbaar: „Ik kreeg de administratie niet te zien.”

Foto Remko de Waal/ANP

De belastingdienst schreef al op 19 april 2010 een brief aan curator Fleers waarin ze in een eerste raming 1,5 miljoen euro vordert voor niet betaalde loonbelasting, BTW en vennootschapsbelasting. „Als de gemeente me toen gebeld had, hadden ze dat geweten voordat ze het huurcontract sloot”, bevestigt Fleers. De totale belastingschuld bleek overigens 2,5 miljoen euro te bedragen. In mei 2010 veroordeelde de rechter Kan ook tot betaling van een schuld van 50.000 euro aan staalleverancier Staalservice Bergen in Alkmaar. „Niet gebeurd”, aldus Fleers.

De gemeente beschikte ook over informatie dat de familie Kan zich niet aan de regels hield, blijkt uit een gesprek met eigenaar Vincent van Zon van het pand aan de Nieuwe Binnenweg 135. Zoon Göksel exploiteerde daarin een Turks restaurant. Hij huurde ook het appartement daarboven, zegt Van Zon. Dat appartement is in de periode 2007-2010 door de gemeente aangeschreven voor overbewoning. „Er zaten te veel mensen in, en dat was niet omdat iemand daar een feestje hield.”

Twee uitzendbureaus

De curator heeft wel informatie weten te traceren over het personeelsbestand van Vijfsterren Las & Constructie BV. „Er stonden ten tijde van het faillissement maar vier mensen op de loonlijst. Maar we hebben ook lijsten met ingehuurd personeel van twee uitzendbureaus met daarop 164 man, met voornamelijk Poolse en Turkse achternamen.” Het ene uitzendbureau, Succe6 BV in Rotterdam was eigendom van Gürsel Kan, het andere een extern bureau gespecialiseerd in het detacheren van lassers. „Merkwaardig is dat sommige namen van werknemers op beide lijsten voorkomen. Waarom dat is, zijn we niet te weten gekomen.”

In een jaar tijd had Kan voor Vijfsterren Las & Constructie BV 250.000 euro contant opgenomen, zegt Fleers. Waar dat aan uitgegeven is, weet Fleers ook niet. „We hadden immers geen inzage in de boekhouding.”

    • Lucette Mascini
    • Elsje Jorritsma