Opinie

    • Menno Tamminga

Redt Van Puijenbroek TMG een tweede keer?

Saamhorigheid was altijd de kracht van De Telegraaf. Dat is een traditie, een familietraditie. Kom daar nu maar eens om. De twee bestuurders van de beursgenoteerde Telegraaf Media Groep (TMG) zijn geschorst door de commissarissen. Het duo wilde kennelijk niet meewerken aan het overnamebod van de Vlaamse uitgever Mediahuis en van de familie Van Puijenbroek, de grootaandeelhouder van TMG.

Deze combinatie bezit al bijna 60 procent van de aandelen. De andere bieder is mediabedrijf Talpa van John de Mol. Talpa bezit 21 procent van TMG en biedt 6,50 euro per aandeel, Mediahuis 6 euro. Daags voor de schorsing van de twee bestuurders had TMG-directeur Landelijke media Harry de Wit tegen Het Financieele Dagblad gezegd dat de keuze voor Talpa een keuze voor de toekomst is. Kortom: TMG is het toneel van een paleisrevolutie.

Gaat het de familie Van Puijenbroek dan niet om het geld, als ze die 6,50 euro van De Mol afwijzen? Rudolf van Puijenbroek kocht de aandelen in het Telegraaf-concern op 19 december 1951, schrijft Mariëtte Wolf in Het geheim van de Telegraaf, een kleurrijke bedrijfsbiografie. Van Puijenbroek deed mee aan een reddingsactie voor de krant, die na de bevrijding een verschijningsverbod kreeg dat tot 1949 duurde. Vervolgens bleek de financiële basis zo zwak dat er extra financiers gezocht werden. Er waren zes pakketten van elk 16,6 procent van de aandelen te koop en Van Puijenbroek, textielondernemer te Goirle, kocht er twee. Hij betaalde 160.000 gulden. Nu is het Van Puijenbroek-pakket in TMG op basis van het bod van Mediahuis 114 miljoen euro waard. Dus dat het de familie niet primair of alleen maar om het geld gaat, heeft een geschiedenis.

Het verschijningsverbod, de familiesfeer en de aanvallen op het oorlogsverleden gaven De Telegraaf een unieke bedrijfscultuur. „Wij tegen de rest van de wereld.” Die cultuur werd keer op keer bestendigd, zoals op 14 juni 1966, toen bouwvakkers het kantoor van De Telegraaf aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam bestormden. Ze waren woest over de berichtgeving over de dood van een collega en staken een vrachtwagen in de fik.

Het vrouwelijke personeel verliet aan de achterzijde het pand, portiers barricadeerden de ingang. De directie beloonde de wakkere mannen met een gratificatie van 500 gulden.

De Telegraaf had een unieke bedrijfscultuur. „Wij tegen de rest van de wereld.

Ook al ging het Telegraaf-concern in 1971 naar de beurs, het familiekarakter is altijd gebleven. Dat gaf decennia zoveel interne energie en de kracht dat de grootste krant van Nederland ook een vernieuwer was.

De zwakte was dat het bedrijf zich opsloot achter die aandeelhouders en de beste beschermingswallen tegen de boze buitenwereld die juristen konden bedenken. Vanachter die wallen deed TMG deze eeuw een reeks slecht doordachte en kostbare overnames, zoals Hyves. De koploper was op internet de weg kwijt geraakt en een achterblijver geworden.

Ironisch is het dan wel dat een ondernemer die juist dankzij internet een fortuin maakte, John de Mol, het hoogste bod heeft gedaan. En opmerkelijk dat TMG de schorsing van de bestuurders beargumenteert met de stelling dat de onderhandelingen met Mediahuis anders stuk waren gelopen. Dan zou het bod zijn uitgebracht zonder waarborgen voor het personeel. Guus van Puijenbroek zegt in het persbericht bij het overnamebod dat hij een veilige haven zocht voor TMG. Tel die uitlatingen bij elkaar op en het lijkt alsof er evenals in 1951 een reddingsactie wordt ondernomen. TMG heeft kapitaal nodig voor een nieuwe solide basis en moet gered worden uit de handen van John de Mol.

Menno Tamminga schrijft elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie

    • Menno Tamminga