Recensie

Pianotalenten schitteren in jubileum ‘Meesterpianisten’

Klassiek

Zondag vierde de serie Meesterpianisten zijn dertigste jubileum in het Concertgebouw.

Pianist Aiden Mikdad Foto: Ronald Knapp

Kunst is het weghakken van wat je niet nodig hebt, vond beeldhouwer Auguste Rodin. Op de vraag wat toch de Russische school in de muziek definieert, gaf pianiste Bella Davidovich een soortgelijk antwoord: „Als deze al bestaat, dan heeft die te maken met discipline en het weglaten van alles wat naar uiterlijk vertoon riekt.” Davidovich (88) deed die uitspraak in 2004 vlak voor haar laatste recital in de serie Meesterpianisten, die zondag zijn dertigste seizoen vierde met een jubileumconcert gewijd aan de Russische school.

Oprichter Marco Riaskoff weet al drie decennia lang het beste wat de pianowereld te bieden heeft op het podium van het Concertgebouw te krijgen. Zondagavond toonde een zestal ‘Russen’ hun kunnen. Voor zover ze er niet geboren zijn, zoals het Nederlandse talent Aiden Mikdad, krijgen ze les van leraren uit de Russische traditie.

Geen oude coryfeeën maar de jonge generatie

Zes pianisten in één programma, dat was in honderddertig jaar Concertgebouw nog nooit voorgekomen. De avond richtte zich niet op het verleden, maar op de toekomst: geen oude coryfeeën zoals Grigory Sokolov of Vladimir Ashkenazy, maar de jonge generatie. Denis Matsuev (41) waakte als de nestor van het gezelschap over de 15-jarigen Mikdad en Alexander Malofeev. Het programma duurde van voor achten tot na elven, onder toeziend oog van prinses Beatrix, ingewijd in de Russische school door haar vriendschap met de cellist Mstislav Rostropovitsj.

In het eerste deel kregen de zes pianisten gelegenheid zichzelf voor te stellen als solist. De jonge Malofeev viel op door bravoure, een eigenschap die hij vooral demonstreerde toen hij, later op de avond, in de stukken voor twee piano’s zich als enige zonder partituur op de virtuoze Paganinivariaties van Lutoslawski wierp. Leeftijdsgenoot Mikdad groef daarentegen wat dieper en beschreef de mystieke sferen van Skrjabin. Alexei Volodin bewees dat eenvoud de kroon op de muziek is.

Alexander Romanovsky speelde met de stilte tussen de noten. Zijn beeldende stijl deed denken aan de kunstenaar William Turner die ooit een zon ‘schilderde’ door op die plek het doek wit te laten. Behzod Abduraimov toonde zich een dichter met een soms verstilde en dan weer uitbundige fantasie. Matsuev ten slotte torende boven iedereen uit als een musicus die alles beheerst, zelfs de jazz met een virtuoze improvisatie. Bij de toegift werd het dringen met zes pianisten achter twee vleugels en een ode aan Nederland, met in elkaar vervlochten melodieën die van Slaap kindje slaap, via onder meer de Amsterdamse Grachten en Ding-a-Dong eindigde met enkele noten Wilhelmus. Als er gisteravond een beeld van de Russische school beklijfde, was dat er één van overgave aan de muziek.

Impresario Marco Riaskoff. Foto: Ronald Knapp

    • Joost Galema