We hebben een lange traditie van klagen over het Wilhelmus

Volkslied Nederland heeft een lange traditie van discussie over het Wilhelmus, maar het bijeffect is telkens dat het lied er sterker uitkomt.

Penney de Jager (R) zingt het Wilhelmus nadat ze een lintje heeft ontvangen (2014). Foto Jerry Lampen/ANP

Op scholen in de VS, Suriname en Brazilië begint de dag met het zingen van het volkslied. In India is het verplicht op te staan als het volkslied in de bioscoop wordt gespeeld. Wie dat niet doet, wordt beboet. In Thailand klinkt het tweemaal daags op de radio en tv – en ook dan dien je op te staan, op straffe van vervolging wegens majesteitsschennis.

Maar in Nederland? Zaterdag stelde CDA-leider Sybrand Buma in De Telegraaf voor dat op school het volkslied weer moet worden geleerd. En dat je bij het zingen ervan opstaat. Hij zei: „Als je het Wilhelmus zingt, ga je staan. Zo ben ik opgevoed. We willen dat er respect is voor het Wilhelmus.”

Hoon was zijn deel. Sommigen vonden dat Buma het volkslied lijkt te beschouwen als een panacee voor de zorgen over een verdwijnende Nederlandse identiteit. Anderen dat hij patriottisme verplicht lijkt te willen stellen.

Dat laatste voelt ongemakkelijk. Nederland is geen land van gedwongen nationalistisch vertoon. Toen de Amerikaanse football-speler Colin Kaepernick niet opstond toen de Star-Spangled Banner klonk, uit protest tegen de behandeling van zwarte Amerikanen, kreeg hij doodsbedreigingen. Als Nederlandse sporters hun mond dichthouden als zij op het podium staan, volgt ten hoogste een debat over het Wilhelmus zelf.

„Wij willen nationale trots niet opgelegd krijgen”, zegt Lotte Jensen, historisch letterkundige aan de Radboud Universiteit. Ze kan slechts ten dele meegaan in Buma’s oproep. Het Wilhelmus leren is „een rekkelijke manier iets te weten te komen over de eigen geschiedenis”. Voor basisscholen ontwikkelden Jensen en haar collega’s lessen over het volkslied. Ze zegt: „Het is een interessante manier om te leren na te denken over identiteit en dat die veranderlijk is. En om na te denken over wat er precies staat.”

De meeste andere volksliederen zijn bloediger: ‘Aux armes, citoyens, formez vos bataillons’, luidt een regel in de Franse Marseillaise. Of onderdaniger: ‘God save our gracious queen’, zingen de Britten. Ze drukken heldhaftigheid uit, heroïek. Het Nederlandse volkslied is een verweer, een apologie.

„Dat het volkslied niet losstaat van de discussie wie wij zijn, voelt Buma goed aan”, zegt Jensen. Net als het feit dat het Wilhelmus verbondenheid creëert, zoals tijdens de Dodenherdenking. Of trots als een Nederlandse sporter het hoogste podium haalt.

Allemaal gebeurtenissen overigens wanneer men al staat of opstaat bij het zingen, zegt Martine de Bruin van het Meertens Instituut. Zij deed onderzoek naar de oorsprong van het Wilhelmus. De lacherigheid komt misschien omdat „Buma’s uitspraken het beeld oproepen van de VS, waar met de hand op het hart wordt gezongen”. „Voor zover ik weet is dat hier ongebruikelijk. Maar opstaan gebeurt wel: bijvoorbeeld bij de jaarlijks aubade van Koningsdag.” Al is dat „ook praktisch met zoveel kinderen”.

Het opmerkelijke aan de discussie nu is dat discussies over het Wilhelmus meestal gaan over afschaffen of op zijn minst een nieuwe tekst of melodie. Het zou niet passen in deze tijd.

Dat andere symbool van eenheid

„We hebben een lange traditie van klagen over het Wilhelmus”, zegt De Bruin. Over dat andere symbool van eenheid, de vlag, wordt zelden geklaagd. „Misschien omdat zingen een actieve handeling is.” Maar bij iedere discussie blijkt het bijeffect dat het Wilhelmus er ongewijzigd sterk uitkomt: want o wee, wie er aan komt.

Dat klagen is overigens niet uniek aan Nederland. In veel landen wordt geklaagd over het volkslied. De Bruin zegt: „De meeste volksliederen werden in een hele andere periode geschreven. De tekst wordt nu vaak letterlijk genomen en past dan niet meer bij de huidige tijd.”

Zo staat Canada op het punt de zin ‘True patriot love in all thy son’s command’ (Ware vaderlandsliefde draagt u op aan al uw zonen) te veranderen in het neutrale ‘in all of us command’. In Zwitserland werd in 2013 een wedstrijd uitgeschreven om de 19de-eeuwse religieuze Schweizerpsalm aan te passen. Het winnende lied moet de komende jaren zo populair worden dat het parlement niet anders kan dan het tot het nieuwe volkslied te bestempelen.

Maar een modern volkslied is niet altijd een oplossing. De Bruin herinnert aan het omstreden Koningslied dat werd gecomponeerd voor de inhuldiging van Willem-Alexander in 2013. Er waren ook liefhebbers van dat lied: „Maar ik denk niet dat iemand dat nu nog graag zou zingen.”

Sybrand Buma beweerde tijdens het Carré-debat dat het Wilhelmus het oudste volkslied ter wereld is. Klopt dat?

Sybrand Buma (CDA): ‘Wij hebben het mooiste, oudste volkslied ter wereld’

Hoe oud is het Nederlandse volkslied eigenlijk? Het exacte jaar waarin het Wilhelmus is geschreven, is nooit precies achterhaald. De consensus is dat het ergens tussen 1568 en 1572 moet zijn geweest. Het lied is daarmee inderdaad ouder dan de volksliederen van andere landen wereldwijd. Japan zou een mogelijke concurrent kunnen zijn, de tekst van Kimigayo stamt al uit de negende eeuw. Daar is echter pas eind negentiende eeuw de melodie bij geschreven. Buma lijkt dus helemaal gelijk te hebben.

Maar pas op, nog een vraag is belangrijk: want hoe lang is het Wilhelmus al een volkslied? Niet zo lang, blijkt dan. Sinds 1932 pas, toen het ons vorige volkslied Wien Neêrlands bloed verving. Daar verliest het Wilhelmus de internationale vergelijking. Neem bijvoorbeeld het Franse volkslied, Marseillaise, dat al in 1795 als volkslied werd ingesteld. Zelfs het Amerikaanse The Star-Spangled Banner is een jaar langer een volkslied dan het Wilhelmus, namelijk sinds 1931.

Kortom, het Wilhelmus is inderdaad het oudste lied ter wereld dat nu een volkslied is. Met de kanttekening dat er landen zijn die hun volkslied al langer gebruiken. Wij beoordelen de stelling als grotendeels waar.

Wij beoordelen deze stelling als Grotendeels waar
Gecheckt door
Thomas Rueb

    • Titia Ketelaar