In Toscaanse wielerhemel ligt wit grind

Strade Bianche

De Strade Bianche is in tien jaar uitgegroeid tot een klassieker onder de klassiekers.

Een harde klap aan de rechterkant van de auto. De schokbrekers krijgen een tik van jewelste, maar de banden lijken nog intact, gelukkig. De bocht naar links was geen scherpe, maar het losliggende grind is als vorstaanslag op een vroege voorjaarsdag – de zon schijnt, maar de koude laat toch sporen na.

De eerste meters op een strada bianca (witte weg) in Toscane vragen om een groot hart, zeker als je haast hebt, of als je een wielrenner bent die er zo snel mogelijk overheen wil. Een paar kilometer te hard, een bocht verkeerd aansnijden, en weg is de controle.

Deze vrijdag zorgt opwaaiend stof van een voorganger voor mistig zicht, maar op zaterdag veranderen de eeuwenoude paden die olijvenboerderijen verbinden met wijngaarden in glibberige modderweggetjes. Prachtige beelden, dat altijd. De fotografen komen van heinde en verre naar Toscane om de mooiste wielerplaatjes van het jaar te schieten.

De Strade Bianche zijn alleen al vanwege de kleuren fotogeniek – het witte grind contrasteert schilderachtig met de groen-bruine heuvels. „Je hebt geluk”, zei Fabian Cancellara vrijdag, vlak nadat er een mijlpaal voor hem was onthuld aan de voet van de Monte Santa Marie, op het punt waar de jongste klassieker van de wielerkalender de laatste jaren ontplofte – een 11,5 kilometer lange grindsector met stijgingspercentages tot 16 procent. „De heuvels zijn groener dan andere jaren”, wist de Zwitser.

Vakantiebestemming

Hij keek grijnzend naar het zwembad onderaan een boerderij die de organisatie van de Strade Bianche voor hem had afgehuurd, held in Italië, als drievoudig winnaar van de race. Er waren lokale wijnen, kazen, er was brood met olijfolie van de aanpalende velden. Oude, turfhoge vrouwtjes stalden mierzoete taart uit. Cancellara, sinds eind vorig jaar wielrenner af, stelde zich voor dat dit zijn volgende vakantiebestemming zou worden.

De Strade Bianche is in tien jaar tijd uitgegroeid tot een klassieker onder de klassiekers – vanwege de heroïsche taferelen onderweg, maar toch ook omdat spektakel gegarandeerd is. Adriaan Helmantel, ploegleider bij Team Sunweb: „In wedstrijden als Luik-Bastenaken-Luik of de Amstel Goldrace kun je met zes man een heuvel op rijden. Dat gaat ’m hier niet worden, met die grindpaden. Hier wordt altijd koers gemaakt. Dat maakt het gaaf om naar te kijken.”

Gaaf, maar niet voor iedereen weggelegd. „Je hebt heel speciale vaardigheden nodig om hier goed te zijn”, zei Cancellara. Hij herinnerde zich de grote mentale vermoeidheid. „Net als met de kasseien in Parijs-Roubaix. Dat vergt enorme concentratie.”

De renners denderen met vijftig kilometer per uur over paden die zelfs een auto echt rustiger moet nemen. Dat eist vaak slachtoffers. „Ik heb de vellen erbij zien hangen bij een Rus die een bocht verkeerd inschatte”, zei Mike Theunissen van Sunweb vrijdag, „maar toch is het de mooiste eendaagse wielerwedstrijd ter wereld. Je rijdt rond in een groot cliché. Alles is te mooi om waar te zijn. Soms vergeet je dat je aan het koersen bent en moet je proberen bij de les te blijven. Die heuvels, en dan die onverharde wegen. Pure magie”. Tom Dumoulin was het met zijn ploegmaat eens, zaterdag vlak voor de start: „De mooiste race ter wereld, zeker. Die stad, die heuvels, die paden. Heel gaaf.”

Voor Cancellara staat-ie op nummer drie. Eerst Vlaanderen (drie keer winst), dan Roubaix (drie keer winst), en dan de Strade. „Het mooie vind ik dat deze race geschikt is voor elk type renner: specialisten van de Waalse en de Vlaamse klassiekers, én ronderenners. Iedereen kan hier meedoen om de winst. Dat heb je nergens anders.”

Toen Team Sunweb in december samenkwam om het programma van de renners te bespreken, stak Laurens ten Dam meteen zijn vinger op. Of-ie alsjeblieft de Strade Bianche mocht rijden, want dat was er in zijn jarenlange carrière nog nooit van gekomen. Jammer, want dit deel van Toscane komt veelvuldig terug in het Moleskine-boekje waarin hij bijhoudt op welke plekken hij graag met vrouw en kinderen terug wil keren nadat hij er op de racefiets is geweest. Radda in Chianti bijvoorbeeld, in de provincie Siena. „Dat is een dorp van een paar honderd man waar iedereen gezamenlijk ontbijt in een café. Paolo, de baas, weet precies wie wat wil eten. Niemand hoeft er meteen te betalen. Paolo zet alleen een paar streepjes op een papiertje en aan het eind van de maand reken je bij hem af.” Ten Dam begint te glimlachen. „Ik kom ook elk jaar terug voor de olijfolie en de wijn van Castello di Ama, in Gaiole in Chianti. De Italianen verzorgen je. Dat vind ik zo fijn.”

In 2012 reed hij voor het eerst over de Strade Bianche samen met zijn vrouw tijdens een groot amateurevenement in de regio, L’Eroica. Elk jaar komen duizenden amateurwielrenners op de eerste zondag van oktober naar Toscane om de grindpaden te bedwingen op fietsen van voor 1987. Ze kunnen kiezen uit afstanden tussen 38 en 205 kilometer en onderweg is er tijd voor wijn en kaas. Uit dat evenement vloeide de wedstrijd voor profs voort, en niet andersom, zoals vaak het geval is.

Als Parijs-Roubaix

Als Ten Dam zaterdagochtend als eerste uit de teambus komt, stapt hij op de verkeerde fiets, die van Mike Theunissen. Het toegestroomde publiek lacht er hartelijk om. „Hoezo nerveus?” grapt ploegleider Helmantel. Maar hij heeft er zelf ook last van. Hij kwam voor het eerst in Toscane in 2012, tijdens zijn huwelijksreis. Vervolgens ging Sunweb, voorheen Giant-Alpecin, een aantal jaren niet naar de Strade Bianche omdat het niet in het programma paste.

„Dat besluit namen we altijd met pijn in ons hart”, zegt Helmantel. Ook voor hem is dit de mooiste wielerkoers ter wereld. „Het is als Parijs-Roubaix, maar daar heb je dit landschap niet.”

    • Dennis Meinema