Waarom de Duitsers gelaten reageren op de overname van ‘hun’ Opel

Overname

Het door en door Duitse automerk Opel komt in Franse handen. Volgens de nieuwe eigenaar PSA is het tijd voor afslanken.

Foto Krisztian Bocsi/Bloomberg

Een zeker triomfalisme kon de topman van de Franse autobouwer PSA Peugeot Citroën maandagochtend niet onderdrukken, bij de presentatie van de overname van het Duitse Opel. PSA is nu een sterk en winstgevend bedrijf, maar had nog maar vier jaar geleden ,,een bijna-doodervaring’’, zei Carlos Tavares. Als de Duitsers, die al sinds 1999 geen winst meer hebben gemaakt, daar de komende jaren als onderdeel van PSA een voorbeeld aan nemen, dan hoeven ze zich geen zorgen te maken.

Lees ook: Eindelijk, na vijf jaar boekt Peugeot-Citroën weer eens winst

Helemaal geruststellend was dat niet voor Opel, dat sinds 1929 onderdeel is geweest van General Motors (GM). Het Amerikaanse bedrijf verkoopt zijn Europese dochter, waar ook het Britse Vauxhall bij hoort, en zijn Europese financieringstak voor in totaal 2,2 miljard euro aan PSA: 1,3 miljard voor het autobedrijf en 900 miljoen voor het financiële onderdeel. Aan de koop van deze Opel-Bank neemt ook de Franse bank BNP Paribas deel.

De nieuwe Frans-Duitse combinatie wordt niet alleen (achter Volkswagen) de op één na grootste autoproducent in Europa. PSA moet met Opel en Vauxhall erbij „een Europese autokampioen worden”, zei Tavares maandagochtend, op een gemeenschappelijke persconferentie in Parijs met Marry Barra van GM en Carl-Thomas Neumann van Opel. Voor het Franse bedrijf is de overname een sprong naar voren, een ‘gamechanger’, in de woorden van Tavares.

Duitse zorgen

De aankondiging dat GM met PSA onderhandelde over de verkoop van Opel, kwam in februari hard aan in Duitsland. Men voelde zich niet alleen overvallen door het nieuws, men maakte zich ook grote zorgen. Opel mag al 88 jaar in Amerikaanse handen zijn, voor Duitsers is het een door en door Duits merk. Wat blijft daarvan over, onder Franse leiding? En wat blijft er over van de 18.000 banen in Duitsland, en 38.000 in heel Europa?

Lees ook de achtergrondverhalen van onze correspondenten in Duitsland en Frankrijk:
Franse belangen gaan straks voor, vrezen de Duitsers
Peugeot-Citroen zoekt vooral naar schaalvergroting

PSA-topman Tavares beloofde weliswaar dat de merken zullen blijven bestaan. En hij onderstreepte dat PSA en Opel de afgelopen jaren al op verschillende terreinen succesvol samenwerken, en dat er goede toekomstperspectieven zijn. Maar hij benadrukte dat het welslagen van de fusie afhankelijk is van de opstelling en de inspanningen van de werknemers en managers van Opel.

„De mensen begrijpen dat de toekomst in hun eigen handen is en gebaseerd is op hun prestaties”, zei hij in antwoord op de vraag of er fabrieken gesloten zullen worden. „We zullen de werknemers van Opel en Vauxhall helpen een betere toekomst voor zichzelf te bouwen.” En dat daarvoor een bedrijfsmatige ommekeer nodig is, onderstreepte hij ook. Kortom: Opel mag zichzelf gaan hervormen, en vermoedelijk betekent dat afslanken. Maar, zei Tavares, „iedereen heeft een kans de efficiency te verbeteren, en als het lukt de doelstellingen te bereiken zullen er geen fabriekssluitingen nodig zijn.” Voor ons, zei hij, staat het vertrouwen in de werknemers centraal. PSA beloofde de afspraken die GM met de vakbonden heeft gemaakt over geen ontslagen tot eind 2018 te respecteren.

Lees ook: De concurrentie presteert beter

Met gelatenheid ontvangen

In Parijs steeg het aandeel PSA met ruim vijf procent tot een niveau dat het in meer dan vijf jaar niet meer gehaald had. In Duitsland is de overname met gelatenheid ontvangen. Maar vergeleken met de ontsteltenis en bitterheid van eerder, valt op dat GM en PSA erin geslaagd zijn een deel van de Duitse zorgen weg te nemen, of anders wel de Duitsers te overtuigen van de onvermijdelijkheid van de fusie.

In de uitwerking van de deal, en van de hervormingen die Opel onder toeziend oog van PSA gaat uitvoeren, moet blijken wat er van Opel en Vauxhall kan overblijven. PSA rekent op 1,7 miljard aan besparingen. Die zullen naar Duitse verwachting eerder door de Opelaner opgebracht moeten worden, dan door de Fransen – die ook nog eens de Franse staat als aandeelhouder hebben.

    • Juurd Eijsvoogel