Geen grote rol nepnieuws in aanloop naar verkiezingen

Nepnieuws In de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen overwoekerde nepnieuws de sociale media als onkruid. Nederland is daar vooralsnog aan ontsnapt.

Beeld Arjen Born

Zeggen dat nepnieuws in Nederland niet bestaat, zou te ver gaan. Maar speelt het een rol in de verkiezingsstrijd, zoals in de VS? Nee, daar lijkt het niet op. NRC deed onderzoek naar honderd veel gedeelde politieke nieuwsverhalen op sociale media van de afgelopen twee maanden. Conclusie: er zat geen enkel nepnieuwsbericht bij.

Tenminste, niet het soort nepnieuws dat de Amerikaanse sociale media als onkruid overwoekerde in de aanloop naar de presidentsverkiezingen – het valse bericht dat de paus de kandidatuur van Donald Trump zou steunen, was volgens de Amerikaanse website BuzzFeed verreweg het populairste artikel op Facebook in de drie maanden voor de verkiezingen. Het wél gevonden nepnieuws in Nederland (zoals het 24.000 keer gedeelde bericht dat e-sigaretten tien keer dodelijker zijn dan gewone sigaretten) had geen politieke invalshoek.

Slechts in één geval trok een sterk overdreven bericht zo veel aandacht dat het tussen de veel gedeelde politieke nieuwsverhalen belandde (op nummer 74, 5.100 keer gedeeld): een artikel van de uiterst rechtse nieuwssite De Dagelijkse Standaard over „1.000 doorgedraaide moslims” die tijdens de jaarwisseling in Dortmund een kerk „in de fik” zouden hebben gestoken. In werkelijkheid ging het om een vuurpijl die op het dak belandde. De „kleine brand” (volgens een aanwezige verslaggever) was na twaalf minuten weer gedoofd.

Misleidend

Is zoiets nepnieuws? Misleidend is het zeker. De Dagelijkse Standaard beging de fout zich te baseren op een notoir onbetrouwbare Amerikaanse nieuwssite, Breitbart News. Vervolgens dikte DDS de berichtgeving ook nog eens flink aan. Breitbart heeft inmiddels in een verholen rectificatie toegegeven dat de kerk nauwelijks schade heeft opgelopen, maar blijft het artikel over een op hol geslagen menigte tijdens de Dortmundse oudejaarsnacht wel verdedigen.

Nepnieuws, een volledig gefabriceerd verhaal verpakt als journalistiek, zou het zijn geweest als er in werkelijkheid helemaal niets was gebeurd. Wat nep lijkt, heeft maar al te vaak basis in de realiteit. De pijl is echt, de uitslaande brand wordt erbij verzonnen.

BuzzFeed schreef na eigen onderzoek dat nepnieuws, zoals dat over de paus, in de laatste drie maanden voor de verkiezingsdag in de VS meer gedeeld was dan echt nieuws. De druk op Facebook om iets tegen de verspreiding van nepnieuws te doen, groeide daarna met de dag. Het sociale netwerk kondigde maatregelen aan. De meest concrete tot nu toe: samenwerking met media om discutabel nieuws te factchecken en, als het inderdaad onjuist blijkt, gebruikers ervoor te waarschuwen. Donderdag werd bekend dat ook Nederland zo’n afdeling krijgt: NU.nl en de Universiteit van Leiden gaan factchecken voor Facebook.

Het begrip ‘nepnieuws’ is sinds november vorig jaar op zijn zachtst gezegd verwaterd. President Trump haalt onwelgevallige berichtgeving steevast onderuit als „fake news”. In een tweet beweerde hij zelfs: „Alle negatieve peilingen zijn nepnieuws.”

Twitter avatar realDonaldTrump Donald J. Trump Any negative polls are fake news, just like the CNN, ABC, NBC polls in the election. Sorry, people want border security and extreme vetting.

Ook gevestigde Nederlandse media en politici trekken snel de nepnieuws-kaart. PVV-leider Geert Wilders werd bijvoorbeeld door politici en media beschuldigd van het verspreiden van nepnieuws nadat hij een gemanipuleerde foto had getwitterd waarop D66-leider Pechtold meeloopt met een sharia-demonstratie. „Is dit de volgende stap?” schreef hij erbij. Die retorische vraag, die duidelijk maakte dat het hypothetisch en dus niet als ‘nieuws’ was bedoeld, werd voor het gemak vergeten.

Uit zijn context gehaald

In de eerste twee maanden van dit jaar was er elke paar dagen wel een bericht dat duizenden ‘shares’ kreeg doordat nieuws uit zijn context werd gehaald, sterk politiek gekleurd werd gebracht of werd voorzien van een sterk aangezette kop. Vooral incidenten met immigranten worden uitvergroot door sites als De Dagelijkse Standaard, Liefde voor Holland en Fenixx.org (dat boven en onder elk bericht een banner van de PVV plaatst), en vervolgens veel gedeeld. Maar bij elkaar vormen berichten in die categorieën hoogstens 10 procent van de onderzochte politiek-maatschappelijke berichtgeving in Nederland. En ‘nep’ of ‘verzonnen’ zijn ze dus niet.

De op één na meest gedeelde link uit de lijst (bovenaan staat het filmpje van Zondag met Lubach waarin Lubach Wilders’ een gebrek aan concrete oplossingen verwijt) is een bericht van liefdevoorholland.com van 7 januari. „Eerste aso asielzoeker van AZC in Weert op vliegtuig gezet!”, kopte de site. Op de Facebook-pagina van Liefde voor Holland stond er een foto bij van burgemeester Jos Heijmans, lachend. Hij „houdt zijn woord”, stond erboven, door de „eerste aso asielzoeker” op het vliegtuig te zetten. „Hoeveel duimpjes voor hem?”

Heel veel duimpjes: ruim dertigduizend binnen een paar dagen.

Ook zo’n bericht is geen ‘nepnieuws’, maar wel een goed voorbeeld van wat deze maanden werkt op Facebook. De gemeente Weert had, na weken van ongeregeldheden met een groep van 26 asielzoekers uit (veilig geachte) Noord-Afrikaanse landen, inderdaad aangedrongen op een versnelling van hun procedure. Begin januari konden er enkelen worden teruggestuurd naar Duitsland, het eerste Europese land waar ze geregistreerd waren. Heijmans zei dat tegen een regionale zender en het videofragment daarvan werd overgenomen door Liefde voor Holland. De site bracht het terug tot één euforische kop zonder verdere uitleg, om ‘duimpjes’ mee binnen te halen.

Meerdere berichten kregen in januari en februari op die manier een groot bereik. Maar er is geen reden om aan te nemen dat dat in deze campagnetijd méér gebeurt dan als er geen verkiezingen op komst zijn.

Weinig geld mee te verdienen

Zo blijkt de rol van nepnieuws in Nederland veel kleiner dan de uitgebreide aandacht voor het fenomeen doet vermoeden. Hoe kan dat? Een aantal redenen ligt voor de hand. In de VS gebeurde het niet alleen om ideologische redenen, maar ook om geld te verdienen: BuzzFeed onthulde dat Macedonische jongeren zich op Trump-sympathisanten richtten met nepnieuws over Clinton. Dat trok veel aandacht in een sterk gepolariseerd land met 320 miljoen inwoners – en leverde dus geld op. Nederland is veel kleiner en kent een dergelijke tweedeling ook niet, al is die op onderwerpen als immigratie en de populariteit van Wilders soms wel vergelijkbaar.

Bovendien kan juist de massale aandacht voor nepnieuws invloed hebben gehad, omdat die nieuwsconsumenten bewuster kan hebben gemaakt van het probleem – en alerter op de eventuele onbetrouwbaarheid van wat op sociale media rondgaat.

Opvallend is dat sommige onwaarheden wel erg vaak gedeeld werden, maar dan doordat ze daadwerkelijk als zodanig waren benoemd. De Telegraaf schreef over de „nepfoto” van Pechtold tussen moslims (6.800 keer gedeeld) die voor invoering van de sharia pleiten, NRC over de „nep-aanhang” van Denk (6.100 keer). En debestesocialmedia.nl had een klikhit (9.900 keer gedeeld) met grappen over Wilders’ onjuiste uitspraak op de Duitse tv dat Fortuyn door een „radicale moslim” vermoord was.

Nep speelt dus wel een rol deze campagne, maar vooralsnog niet omdat we er massaal in trappen.