Een gekozen premier? Dat was een ramp

Kiesstelsel

Wat kan Nederland leren van de aanpassingen die de Israëliërs invoerden in hun kiesstelsel, dat lijkt op dat van Nederland?

Te veel politieke partijen, moeizame formaties en kwetsbare coalities. Toekomstmuziek voor Nederland nu de peilingen wijzen op wel vijf middelgrote partijen? Wellicht, maar in Israël zijn deze problemen al praktijk.

De kiesstelsels van Nederland en Israël lijken behoorlijk op elkaar. Beide kennen ze een evenredige vertegenwoordiging, waardoor er veel partijen in het parlement zitten. Beide landen hebben daardoor te maken met een regeringscoalitie die uit meer dan één partij bestaat. En ook in Israël krijgt de grootste partij als eerste de kans een coalitie te vormen.

Anders dan Nederland heeft Israël fundamentele aanpassingen doorgevoerd – en soms ook weer afgeschaft. Niet altijd heilzaam, maar wel leerzaam. Neem de gekozen premier. Tussen 1996 en 2001 konden Israeliërs behalve een keuze voor de partij van hun voorkeur nog een tweede stem uitbrengen, op hun favoriete premierskandidaat. Een direct mandaat zou de gekozen premier meer slagkracht geven.

Hoogleraar politicologie Gideon Rahat van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem kan hierover kort zijn: „Het was een ramp.” De kiezer gaf zijn stem voor de premier doorgaans aan een kandidaat van een grote partij. De ‘partijstem’ was vaak voor een kleinere partij die het dichtst aansloot bij de voorkeur van de kiezer. Rahat: „Het gevolg was juist méér fragmentatie en een verhoogde onregeerbaarheid. De gekozen premier was steeds niet van de grootste partij. Formaties werden lastiger.” Zijn advies aan Nederland: niet doen!

Een andere wijziging was het verhogen van de kiesdrempel, van 2 naar 3,25 procent van de stemmen. Anders dan in Nederland moet een Israëlische partij sinds 2015 ten minste vier (van de 120) Knessetzetels (Kamerzetels) verwerven. Het aantal vertegenwoordigde partijen nam licht af: van twaalf naar tien. Tijdens Rutte II ‘begon’ de Tweede Kamer in 2012 met elf partijen en eindigde door afsplitsingen met zeventien. Zo’n drempel, waar VVD en het CDA voorstander van zijn, zou fataal zijn voor SGP, Partij voor de Dieren en 50Plus. In het geval van 5 procent, zoals de VVD wil, zouden ook de huidige fracties van ChristenUnie en GroenLinks verdwijnen.

De verhoogde kiesdrempel is in Israël „enigszins effectief” geweest om de fragmentatie terug te dringen, zegt Rahat, maar sommige partijen, waaronder vier kleine Palestijnse groeperingen, vormden samen succesvol één lijst. Rahat: „Je kunt schuiven met het percentage, maar dan nog zitten er allemaal middelgrote partijen in de Knesset. Het doet niet veel voor de bestuurbaarheid.”

Het hebben van veel middelgrote partijen, zoals mogelijk binnenkort ook in Nederland, bemoeilijkt formaties. In Israël vormen liefst zes van de tien partijen samen een coalitie. Toch kan dit kabinet betrekkelijk effectief zijn werk doen. De regeringspartijen zijn de zes meest rechtse partijen in het parlement, en allemaal delen ze in meer of mindere mate een zionistisch-nationalistische blik. Belangrijk verschil: waar in Israël de uiterst rechtse partij Het Joodse Huis probleemloos meedraait, wordt in Nederland de PVV op voorhand door de meeste partijen uitgesloten.

    • Derk Walters