Recensie

‘Don Giovanni’ door Reisopera is geestig, maar mist verleiding

De nieuwe productie van Mozarts ‘Don Giovanni’ is een intelligente, scherpe voorstelling maar muzikaal mis je contrast en verleidingskracht

Ales Jenis (Don Giovanni) verleidt Zerlina (Silvia Moi) Foto: Marco Borggreve

Zelden kwam de gewetenloze versierder en moordenaar Don Giovanni akeliger aan zijn einde dan deze maand bij de Nederlandse Reisopera, in de TL-verlichte kantine van een ziekenhuis. Klapdeurtjes zwiepen open, een ER-team drukt Don Giovanni neer op een brancard, gordt hem het vast en brengt een dodelijk infuus in - tot de piep van zijn tot rust gekomen hartslag klinkt.

De scène die daarna komt, een feestfinale waarin Dons slachtoffers na zijn dood victorie zingen, voelt vaak als het toetje waar je geen zin meer in had (maar het hoorde bij het menu). Maar de regie van Jo Davies maakt er in deze productie een geestig, wezenlijk slot van. Donna Elvira, Donna Anna en Zerlina smijten samen opgelucht het lijk van hun belager in de kofferbak van zijn auto. Boem (lijk), boem (kofferbak), boem (slotakkoord): driewerf wraak!

De Reisopera presenteert Don Giovanni deze maand „vanuit een vrouwelijk perspectief”. Maar op die slotscène na is de enscenering te subtiel voor nadrukkelijk emancipatoire terzijdes. De bekoring van Don Giovanni schuilt immers juist in dubbelzinnigheid: het besef dat hij in zijn autonome, amorele vitaliteit ook iets aantrekkelijk heeft – een naar het leven getekende foute man.

Regisseur Davies verplaatste de handeling naar het Amerika van de vroege jaren zeventig – een intelligente ingreep met véél bonuspunten.

De duistere, gemaskerde openingsscène bijvoorbeeld, werkt goed als Halloween-tafereel, met de verkrachting van Donna Anna in een wiebelende Amerikaanse slee. Ook de adaptatie van boerenpaar Zerlina en Masetto tot trailer trash werkt uitstekend. Maar de grootste troef is Davies antenne voor timing en nuance. Een ambulanceteam dat opeens oververhit binnenrent als de Commendatore al minutenlang morsdood is. De ergerniswekkende ‘laten we vooruit kijken’-mentaliteit van Don Ottavio: zelden tenenkrommender verbeeld dan hier.

Subliem komische Leporello

De crux van de voorstelling is dat het charisma van de dragende personages uit het lood hangt. De Don Giovanni van Ales Jenis is een potente bink met een niet al te grote stem – maar niet meer dan dat. Zijn voor hém 1003 Spaanse vrouwenharten gesmolten? Niet aannemelijk. Te meer daar hij weggeblazen wordt door de in timing subliem komisch-lepe Leporello van de Britse bariton George Humpreys.

De vrouwenrollen zijn juist wat aan de stevige kant gecast, met Anita Watson als een krachtige, in het hoge register wat eenvormige Donna Anna naast een stevig-wulpse en wat weinig kwetsbare Zerlina (Silvia Moi). Van een totaal andere orde is de fraaie, geplaagde Donna Elvira van Anna Grevelius: vocaal genuanceerd en volstrekt theatraal geloofwaardig in aandoenlijke grilligheid.

Plaagstootjes

Het Orkest van het Oosten speelt op wat rafeltjes na uitstekend en oplettend en realiseert enkele betoverende momenten, maar het vindt in Julia Jones geen memorabel dirigent. Haar blik op Mozart mist tederheid, subtiliteit en humor. De aanpak is degelijk en ferm, maar verwart snelheid (die ligt hoog) met spanning. Terwijl dit verleidersverhaal het moet hebben van timing, stuwing, plaagstootjes en het voortdurend contrastenspel tussen duistere en lichte toetsen. Weinigen vertaalden verleiding zo treffend in noten als Mozart. Díe boodschap komt hier niet optimaal uit de verf.