Opinie

    • Marjoleine de Vos

De enige echte herinneringen

‘Stuur me niet weg, laat me bij je blijven! Ik wil bij jou zijn en met jou sterven. En de kinderen ook.” Dat had ze gezegd, ten tijde van de Cuba-crisis, vertelde Jacqueline Kennedy aan haar vriend, de historicus Arthur Schlesinger in 1964. Ze sprak acht uur lang met hem, er liep een band mee. Het was vier maanden na de moord op haar man, president John F. Kennedy.

Oh wat was het een mooi huwelijk! Hoe genoot ‘Jack’ van haar en de kinderen, hoe zorgde zij ervoor dat die kinderen ‘in good moods’ waren als hij thuis kwam. Dan was hij moe en wilde hij niet over politiek praten, „Alsjeblieft kind, ik heb het daar de hele dag al over”. Ja hij was veel weg. Ja ze was soms heel moe van al dat ontvangen en lachen. Dan stuurde hij haar wel eens eventjes weg, en daarna was het dan weer als nieuw, hun huwelijk.

Ze praat over Jacks teleurstellingen (de Varkensbaai-invasie) over zijn triomf na het afwenden van de Cubacrisis. „Als ze me willen vermoorden zouden ze het nu moeten doen”, had hij gezegd.

Achteraf zijn er altijd veel betekenisvolle gezegden en momenten. Achteraf ziet de wereld er heel anders uit. In het vertellen verdicht zich de tijd, alsof alle dagen hetzelfde waren, onderdeel van dezelfde droom: altijd was het gezellig ’s middags na zijn middagslaapje, altijd draaide hij ’s avonds voor het slapen die langspeelplaat van de musical Camelot en vooral dat ene liedje waarin Richard Burton als Koning Arthur zingt dat ook het weer goed geregeld is in Camelot: „I know it sounds a bit bizar, but in Camelot that’s how conditions are”.

Over de moord zelf praat ze niet. Wel in de speelfilm Jackie, die nu draait. Daar beschrijft ze heel precies aan een journalist wat er gebeurde, de oorverdovende knal van het schot, het bloed overal, de uitdrukking op het gezicht van haar man, dat ze eigenlijk meteen wist dat hij dood was. Het is een angstaanjagend beeld, die razendsnel voortspoedende limousine met daarin de dodelijk gewonde man die in de schoot van zijn schreeuwende vrouw ligt, leegte rondom. Het is een herinneringsbeeld, gevangen in film.

Niets van wat mensen zich herinneren is erg nauwkeurig, steeds opnieuw wordt dat uitvoerig aangetoond. We zien en onthouden lukraak, we vullen details zelf in, we verdraaien de boel en geloven toch in de waarheid van wat we zeggen.

Jacqueline Kennedy had met haar man willen sterven, dat heeft ze altijd al gezegd. Ze loopt achter de kist, dwars door de stad, een makkelijk doel voor een schutter, maar dat kan haar niet schelen. We zien het haar doen in de film, we zien hoe ze niet anders meer kan.

Haar herinneringen zijn dus de mooiste die een vrouw zich kan wensen. De hele wereld schrijft al een halve eeuw dat het een rothuwelijk was, dat JFK haar belazerde bij het leven, dat ze niet scheidden omdat hij zich dat niet kon permitteren. De wereld weet dat die herinneringen van haar niet kunnen kloppen.

Maar ze heeft ze toch. De herinnering aan tranen in zijn ogen, haar hand tegen zijn kin, samen op bed liggen in een stille witte kamer met om hen heen, ver weg, de gedempte geluiden van het Witte Huis, het dunne gordijn waait een beetje open, er valt een straal zonlicht naar binnen, neuzen raken elkaar.

Dat is de waarheid.

„In short, there’s simply not/ A more congenial spot/ For happily-ever-aftering than here/ In Camelot.”

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

    • Marjoleine de Vos