Zelfde strijd, met ’n ander poppetje

Japan

Ireen Wüst won in Hamar haar zesde wereldtitel. Haar verrassende uitdager was Miho Takagi, het succesvolste product van het Japanse schaatsen.

Ireen Wüst in actie tegen de Japanse Miho Takagi op de 1.500 meter, zondag bij het WK allround in het Vikingschip. Takagi behaalde brons in Hamar. Foto Vincent Jannink/ANP

Toen Johan de Wit naar Japan kwam, was het er een zooi. Bleek de schaatsbond vijftien masseurs in dienst te hebben, alleen omdat ze bang waren iemand te ontslaan. Kregen schaatsers na een waardeloze race complimenten omdat ze toevallig de laatste twee rondjes goed hadden gereden. Voor hem was daarentegen meteen alles goed geregeld. Auto, huis, een man die op het vliegveld elke keer voor hem klaar staat met zijn ticket. Hij moest even opdraven voor zijn visum, dat was het wel zo’n beetje. Alleen het beste voor de puinruimer uit Nederland.

Het is zaterdag, eind van de middag, in het Vikingschip als De Wit (37) onderweg naar de uitgang nog even blijft praten, een trainingselastiek over zijn linkerschouder. Hij vindt het leuk weer even Nederlands met iemand te praten, dus dan maar wat later naar het hotel. Twee jaar geleden ging hij in op de noodkreet van de Japanse bond en vandaag staat hij hier als coach van de vrouw die onverwacht de grootste uitdager van Ireen Wüst zou blijken op het WK allround. Eerder deze middag was Miho Takagi naar een onvoorstelbaar snelle tijd op de 500 meter gesprint en hield ze de schade op de drie kilometer beperkt. Wüst zei dat ze het wel leuk vond, nog meer uitdaging, en een keer niet van Martina Sablikova. De strijd bleef hetzelfde, alleen was er nu een ander „poppetje”.

Takagi is een echte leider

Dat poppetje is het succesvolste resultaat dat De Wit in Japan heeft behaald. Takagi was er al in Vancouver in 2010 al bij, maar ze is pas 22. De Wit noemt haar heel rustig en georganiseerd. „Maar ze is ook echt de leider. Tijdens de Asian Games zegde ze eens af voor de ploegenachtervolging. Raakte de rest van het team in paniek: waar was Miho? Kreeg ik ook een dag telefoontjes van de Japanse pers.”

De liefde voor het allrounden zat er bij de bond nog niet echt in, zegt De Wit. „Vorig jaar vroegen ze me of ik nou wel naar Berlijn wilde gaan voor het WK. Vervolgens eindigden de drie vrouwen allemaal op het podium op de 500. En nu ben ik hier in Hamar met zes man staf.”

Een dag later vertelt hij voor de 1.500 meter hoe hij had moeten wennen aan de Japanse bond. Ze hadden best een gok genomen hem aan te nemen, vindt hij. Hij had ruime ervaring in Nederland, waar hij bij APPM sprinters coachte en later voor Team New Balance werkte. Hij was coach van Irene Schouten toen ze de wereldtitel mass start won en werkte met Linda de Vries. En ja, hij had bij Team New Balance drie Japanners gecoacht.

„Toen kwam de bond meteen met enorme verwachtingen. Vond ik nogal wat, als je sport op zijn gat ligt.” Voor de WK afstanden van vorige maand in Zuid-Korea wilden ze tien topachtplekken en twee medailles. Dat lukte. De aanpak van De Wit werkt, een aanpak die zich vooral kenmerkt door kortere, maar intensievere trainingen in plaats van langere, minder zware. En meer fietsen, dat deden ze daar ook niet.

Takagi won dit jaar al brons op de 1.500 meter op de WK afstanden en won eind vorig jaar wereldbekergoud op de 1.000 en 1.500 meter in Astana. Maar zij is niet de enige die onder De Wit enorme progressie heeft geboekt. De andere vrouwen in Hamar verbeteren zich ook. Bij de mannen precies zo. „Die staan in de schaduw van de vrouwen, maar ook daar gaat het goed.” Zo won Shota Nakamura (23) verrassend zilver op de 1.500 meter tijdens de wereldbeker in Astana. In Hamar werd hij achtste.

Shane Williamson (21), Japanner met een Australische vader, rijdt onopvallend rond in Hamar, maar ook hij is aanzienlijk sneller dan vorig jaar. „Johan zegt altijd dat het beter kan. Hij heeft heel hoge verwachtingen en dat werkt. Iemand als Kramer is veel te ver weg voor me, maar hij zegt rustig: je bent van hetzelfde niveau. Hij geeft me zelfvertrouwen.”

Dat het sportief goed gaat, betekent niet dat er bij de bond niks hoeft te veranderen. De Wit: „Ze zijn bijvoorbeeld niet flexibel. Als ik midden in een seizoen zou zeggen: ‘jongens, dit plan werkt niet’, zeggen zij: jammer dan. Voor volgend jaar heb ik bijvoorbeeld alles al vooruit gepland. Tot aan de vluchtschema’s. Ze staan niet graag voor verrassingen. Vlak voor de WK afstanden hoorden we dat de baan eerder open zou gaan. Ik dacht: mooi. De bond zegt dan: nee, jij zei… Ik had het erdoorheen kunnen drukken, maar dat had ze 40.000 euro en drie overspannen stafleden gekost.”

Takagi rijdt een sterke 1.500 meter, maar de vijf kilometer is te lang. Wüst wint haar zesde wereldtitel. Ook Sablikova gaat haar nog voorbij, maar het brons – ten koste van Antoinette de Jong – is iets om „heel blij” mee te zijn. Stel maar niet te veel vragen, zegt ze na de eerste Japanse allroundmedaille sinds 2000, want „my brain is empty”. Ze schiet in de lach. „Ireen was te goed, maar als ik nou die drie kilometer nog wat beter had gereden, misschien had ik dan nog zilver gewonnen.” Voor nu is het goed. Haar sprong onder De Wit dankt ze vooral aan wat meer focus. „Hij heeft me geleerd altijd rustig te blijven en me altijd op mezelf te blijven richten.”

De Wit laat het niet echt zien, maar hij vindt het „te gek” wat Takagi in Hamar heeft gepresteerd. „Toen ik twee jaar geleden in Japan kwam, kreeg ik alleen haar foto en een papiertje met informatie. Nu staat ze hier op het podium.”

    • Frank Huiskamp