Vaccins tegen ebola en malaria in de maak

Medicijnen

Belangrijke fabrikanten slagen er beter in betaalbare vaccins te maken voor arme landen.

Ziekenhuis in Liberia. Foto Ahmed Jallanzo/EPA

Na jaren van stagnatie zijn nu veel betaalbare vaccins voor arme landen in ontwikkeling. Zo zijn farmaceutische fabrikanten ver met vaccins tegen ebola en malaria, terwijl het eerste middel tegen dengue al is goedgekeurd.

Dit blijkt uit de Access to Vaccines Index, die maandag voor het eerst is gepubliceerd. Voor deze graadmeter heeft de Access To Medicines Foundation (ATMF) gekeken naar de prestaties van de acht belangrijkste fabrikanten bij onderzoek en ontwikkeling (r&d), prijzen en registratie, en productie en levering.

Lees ook: Hoop voor veel ernstig zieken

Vaccins zijn zeer succesvol bij de bescherming van mensen tegen infectieziekten. De vaccinaties die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanbeveelt redden jaarlijks zo’n drie miljoen kinderen het leven. Daarentegen wordt wereldwijd een op de vijf kinderen niet gevaccineerd, onder meer doordat ze in een arm land wonen. Daardoor sterven jaarlijks twee miljoen kinderen, onder meer door besmetting met het rotavirus (diarree) of het rs-virus (longontsteking).

De vaccinatieprogramma’s die de WHO, landen als Nederland en vooral filantroop-miljardair Bill Gates het afgelopen decennium startten, beginnen hun vruchten af te werpen. De onderzochte bedrijven hebben samen 89 projecten in de pijplijn. De Brits-Amerikaanse farmareus GSK doet verreweg het meest om vaccins te maken voor arme landen. De firma investeert veel in r&d, betaalbaarheid en productiecapaciteit in arme regio’s. Op onderdelen doen ook Sanofi, Johnson & Johnson, Pfizer en Merck het goed

    • Karel Berkhout