‘AOW-leeftijd verlagen naar 65 heeft negatieve economische effecten’

Economenpanel De AOW-leeftijd weer verlagen naar 65 jaar heeft negatieve macro-economische gevolgen. Dat vinden de meeste economen in het economenpanel van de site Me Judice.

Foto Roos Koole/ANP

In het panel zitten 58 gepromoveerde economen, 44 economen reageerden op vragen over de AOW. Veertig economen zien negatieve gevolgen. De rest is het eens, noch oneens met de stelling. Geen van de economen is het oneens met de stelling dat de AOW-leeftijd verlagen naar 65 negatieve macro-economische gevolgen heeft. Diverse economen geven als reden voor negatieve gevolgen dat de belasting- of premiedruk stijgt bij een lagere AOW-leeftijd.

Mensen leven langer, het aantal jaren pensioen neemt toe bij een lagere pensioenleeftijd. Dat moet de overheid ergens van betalen: via hogere premies of belastingen, of door te snijden in andere uitgaven. Hogere belastingen verlagen de arbeidsparticipatie en dat drukt de economische groei, schrijven diverse economen in hun toelichting. Een lagere AOW-leeftijd vermindert het arbeidsaanbod, schrijven anderen. Mensen werken immers minder jaren gedurende hun leven.

Flexibel

Wel vindt tweederde van de economen dat de AOW-leeftijd flexibel moet worden, zodat stoppen met werken op 65-jarige leeftijd mogelijk is tegen een lagere uitkering. Voordeel daarvan, vindt een aantal economen, is een keuzevrijheid die niet ten koste gaat van het collectief. Ook is het een uitkomst voor mensen met zwaar werk.

Een aantal economen die het daarmee oneens is, wijst erop dat stoppen op 65 tegen een lagere AOW-uitkering betekent dat mensen onder het bestaansminimum zakken. Diverse economen suggereren dat er betere manieren zijn om mensen te helpen die het moeilijk vinden de hogere pensioenleeftijd te bereiken. Bijvoorbeeld door de verwachte levensduur vanaf 65 te berekenen aan de hand van opleidingsniveau. Mensen met een korte levensduur mogen eerder met pensioen. Door het aantal gewerkte jaren te laten bepalen of mensen vroeger met pensioen mogen.

    • Marike Stellinga