Mijn 17de-eeuwse stilleven niet echt? Huh?! Is dit Bananasplit?

Kunstvervalsingen Kunstredacteur Arjen Ribbens koopt voor 14.000 euro op een veiling bij Christie’s een bloemstilleven van de Vlaamse schilder J.P. van Thielen. Maar dan krijgt hij een ontnuchterende mededeling.

„No regrets?”, vraagt de veilingmeester van Christie’s. In de veilingzaal in King Street in Londen blijft het stil. Tot de veilinghamer valt: „Sold to the online bidder in Amsterdam.”

In mijn werkkamer op de NRC-redactie in Amsterdam heb ik vrijdagmiddag 9 december ingelogd bij Christie’s Live, het online platform van het veilinghuis. Eerder heb ik me voor de Old Masters Day Sale aangemeld en opgegeven tot welk bedrag ik maximaal wil bieden.

In de dagveiling biedt Christie’s ‘kleine’ meesters aan. De grote jongens, de schilders waar straten naar zijn vernoemd, zijn een dag eerder verhandeld in de Evening Sale. Met prijzen vanaf 100.000 pond is dat geen speelterrein voor verzamelaars met een cao-loon.

Ik heb mijn oog laten vallen op lot 115: een zeventiende-eeuws bloemstilleven, toegeschreven aan Jan Philip van Thielen (1618-1667), een Vlaamse schilder van wie enige tientallen bloemstillevens bewaard zijn gebleven. Dit schilderij is nooit eerder geveild en staat nergens in de vakliteratuur vermeld. Maar het is een karakteristieke Van Thielen: een vaas vol lente- en zomerbloemen, met hier en daar een vlindertje. En met een aanlokkelijke richtprijs: omgerekend 10.600 tot 13.000 euro.

Veel vervalsingen

Al een paar jaar speur ik naar een zeventiende-eeuws stilleven dat binnen ons budget past. Mijn lief en ik, we zijn gepassioneerde verzamelaars. We combineren minimalistische hedendaagse kunst met kleurig Memphis-design, gebruiksvoorwerpen van koppensnellers uit Noord-Sumatra met Egyptische en Romeinse antiquiteiten. Al een tijdje dromen we van een oud vanitasstilleven, dan wel een ‘ontbijtje’ met een fraaie roemer.

Ik hoor u denken: nou en? Waarom vertelt een journalist die over de kunstmarkt schrijft over zijn eigen kunstaankopen? Wel, omdat het toeval me tot personage in mijn eigen onderwerp heeft gemaakt.

In de aanloop naar Tefaf, de belangrijkste kunst- en antiekbeurs ter wereld, werk ik aan een reeks artikelen over de vele vervalsingen die het afgelopen jaar zijn ontmaskerd. Hoe kan het toch dat zoveel gerenommeerde musea, kunsthistorici en handelaren van naam, moeite hebben echt van vals te onderscheiden? Op zoek naar antwoorden op die vraag ondervind ik aan den lijve hoe snel een vergissing is gemaakt.

Op 26 januari arriveert mijn Van Thielen in een prachtige, met schuimrubber beklede kist bij Christie’s Amsterdam. Een week later komt mijn restaurateur met een ontnuchterende mededeling. Het paneel is eeuwenoud, net als de lijst. Het bloemstilleven daarentegen kwalificeert hij als vroeg 21ste-eeuws, een moderne vervalsing op een oude plank.

Bekijk hoe de vervalsing van Arjen Ribbens ontdekt werd

Huh?! Is dit Bananasplit? Komt Frans Bauer zo direct met zijn verborgen camera de NRC-redactie op lopen?

Met één muisklik gekocht

Het had zo anders kunnen lopen. De dag voor de Christie’s-veiling in Londen hing ik aan de lijn met een medewerker van een Zweeds veilinghuis. Tussen allerlei schilderijen van zingende bossen had ik een stilleven ontdekt met druiven, oesters en een geschilde citroen. Gesigneerd Jacques de Claeuw, een Dordtse schilder uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. De verwachte opbrengst: zo’n 15.000 euro.

In twintig seconden racete de veilingmeester echter naar 470.000 kronen, inclusief opgeld een bedrag van tegen de 60.000 euro. Salomon Lilian, kunsthandelaar te Amsterdam en Genève, biedt de Dordtse druiven binnenkort te koop aan.

En zo is het me de afgelopen jaren diverse keren vergaan. Door internet is de veilingmarkt zo transparant als water. Steeds als ik een slag denk te slaan, word ik verslagen door een oplettende handelaar of verzamelaar met een dikkere portemonnee.

Tót vrijdag 9 december, dus. Terwijl collega’s op de redactie nietsvermoedend hun deadline proberen te halen, koop ik met één muisklik de Van Thielen. Nog geen twee uur later ploft de factuur in mijn mailbox: inclusief veilingkosten ruim 14.000 euro.

Met een screensaver van het bloemstilleven op de iPad verheugen we ons bijna twee maanden lang op de komst van het schilderij. Waar zullen we het eens hangen?

Kunsthandelaar Salomon Lilian was op de kijkdagen in King Street. Als ik hem vertel van mijn aankoop, zegt hij dat hij het bloemstilleven vluchtig heeft bekeken. Niet goed genoeg voor zijn kunsthandels in Genève en Amsterdam. Maar wel een echte Van Thielen, verzekert hij. Gefeliciteerd!

Ook Manja Rottink, specialist oude meesters bij Christie’s Amsterdam, bezocht de kijkdagen in Londen. Zij bezorgde me vóór de veiling een conditierapport en bekeek het schilderij op mijn verzoek eens goed. In een goede staat, zei ze. Wat haar betreft had het ook een hogere richtprijs kunnen krijgen.

Verdacht craquelurepatroon

Restaurateur Michel van de Laar is de eerste die vraagtekens plaatst bij het schilderij. Als hij het bij ons thuis ophaalt, zegt hij: „Vreemd: een gloednieuw parket op de achterzijde, maar het schilderij is niet schoongemaakt.”

Van de Laar, die 25 jaar bij het Rijksmuseum werkte, verbaast zich eveneens over het craquelurepatroon: de ouderdomshaarscheurtjes zitten niet in de verflaag, maar in het vernis.

De volgende dag stuurt hij een UV-opname van het schilderij. Die heeft hem „enigszins gerustgesteld”. In de verfhuid zitten namelijk allerlei donkere vlekken. Dat wijst op retouches met daaronder dus beschadigingen. Het schilderij zou dus wel degelijk oud kunnen zijn, schrijft de restaurateur. Hij vraagt toestemming om testjes te doen. Met een licht oplosmiddel wil hij langs de randen wat vernis afnemen.

Een dag later volgt een slechtnieuwsgesprek. Anders dan verwacht poetst Van de Laar de dikke, vergeelde vernislaag met speels gemak weg. Nog verrassender, zegt de restaurateur, is dat ook de verf van het bloemstilleven aan zijn wattenstokjes met oplosmiddel blijft hangen.

Van de Laar stuurt een foto: onder de vaas heeft hij een engeltje te voorschijn getoverd. Zijn conclusie: over een fragment van een oud en kapot schilderij met bloemen is met synthetische verf recent een nieuw schilderij gemaakt, een zogeheten super imposed forgery. De recent aangebrachte houten steunconstructie achterop het schilderij, het parket, kwalificeert hij als nep. En ook de ouderdomscraquelures zijn vals: vermoedelijk gemaakt met speciale vernis voor amateurs die een oude meester willen maken.

Eerst een ‘Daniel Seghers’

De conclusies van de restaurateur staan haaks op de gegevens in de veilingcatalogus. Daarin staat dat de vader van de inbrenger het schilderij in 1959 heeft gekocht bij de Sabin Gallery in Londen, als een werk van Daniel Seghers.

Seghers was de leermeester van Van Thielen. Zijn verfijnde bloemstillevens op koper zijn soms voor tonnen geveild.

Christie’s bedankt in de catalogus Dr. Fred Meijer, conservator op de afdeling Oude Nederlandse Schilderkunst bij het RKD, het Instituut voor kunstgeschiedenis in Den Haag. Meijers naam duikt vaak op in veilingcatalogi. Het bloemstilleven heeft de specialist op basis van foto’s „voorlopig toegeschreven” aan Van Thielen, meldt de catalogus.

Het spoor terug volgen is lastig. Het bloemstilleven is onvindbaar in databanken of in de literatuur over Van Thielen. Christie’s verstrekt geen gegevens van de inbrenger, en kunsthandelaar Frank Sabin van Sabin Gallery is overleden.

Maar Fred Meijer is snel gevonden. De kunsthistoricus, tevens lid van de keuringscommissie Hollandse oude meesters bij Tefaf, laat desgevraagd weten dat hij het schilderij op basis „van een paar snapshots” heeft beoordeeld. Even later mailt hij twee foto’s: een detailopname en eentje waarop het schilderij leunt op een bank met een uitgesproken Britse stof en een geborduurd kussen.

Meijer zag meteen, zegt hij, dat het ongesigneerde bloemstilleven niet van de hand van Daniel Seghers is – het naambordje op de lijst is quatsch.

Meijers oordeel over het bloemstilleven, in een op 30 november verstuurde e-mail aan Henry Pettifer, het hoofd van de afdeling oude meesters bij Christie’s Londen: „Misschien geïnspireerd op Seghers. Het is te grof en schilderachtig om door hem te zijn gemaakt. Het zou een werk van Van Thielen kunnen zijn. Zijn beste werken zijn net zo precies als die van Seghers, maar soms waren ze zo schilderachtig als dit werk. Vooralsnog zou ik zeggen: ‘Toegeschreven aan J.P. van Thielen.’”

Nu Meijer op verzoek nog eens goed naar het schilderij kijkt, nuanceert hij zijn oordeel. „Raar vettig geschilderd, de verf is niet transparant. Het maakt de indruk een zwaar overgerestaureerd schilderij te zijn. Zelf zou ik dit nooit gekocht hebben.”

Het verzagen en zwaar overschilderen van een oud schilderij is een malafide praktijk.

Na lezing van het rapport van restaurateur Van de Laar stuurt Meijer nog een e-mail: „Ik zou dit niet als vervalsing willen aanmerken. Wel is het een schilderij dat iets pretendeert te zijn wat het beslist niet is.”

Om toelichting gevraagd antwoordt Meijer dat een vervalsing een nieuw schilderij is dat van de grond af wordt geschilderd met de bedoeling het te laten doorgaan voor het werk van een ander. „Dit is duidelijk een zwaar overschilderd fragment van een schilderij dat wel uit de tijd is en dat mogelijk in aanleg een werk is van Jan Philip van Thielen.”

Het verschil van mening met de restaurateur blijkt een semantische kwestie. Want een fragment van een oud cartouche-bloemstilleven gebruiken voor een nieuw stilleven van bloemen in een vaas kan ook wat Meijer betreft niet door de beugel: „Het verzagen en zwaar overschilderen om dit resultaat te bereiken is wel degelijk een malafide praktijk.”

Terug naar Christie’s

Een illusie armer en een ervaring rijker breng ik het schilderij op 9 februari terug naar Christie’s Amsterdam. Met Manja Rottink bekijk ik het schilderij nog eens nauwgezet. De ene bloem is duidelijk beter geschilderd dan de ander, constateren we. En de tafel is zelfs opvallend slordig geschilderd. Maar verder trekken we een conclusie die Meijer en Van de Laar ook al trokken: best lastig, een knappe vervalsing.

In Londen zal het schilderij worden onderzocht, schrijft Sarah Charles, juridisch medewerker van het veilinghuis in een mail. „Tot mijn spijt heb ik gehoord dat u twijfels heeft over de authenticiteit van dit bij ons gekochte schilderij.” Ze bevestigt dat ik een beroep doe op de echtheidsgarantie van Christie’s. Dat kan tot vijf jaar na een veiling.

Twee weken later meldt Charles zich opnieuw. Christie’s sluit zich aan bij de conclusies van Van de Laar en Meijer en zal de koop ongedaan maken.

Henry Pettifer, hoofd van de afdeling oude meesters, legt in een telefoongesprek uit dat toeschrijven op basis van foto’s standaard gebruik is, zeker voor kunstwerken in deze prijscategorie. Hij en zijn elf collega’s hebben vóór de veiling naar het schilderij gekeken en niet getwijfeld over de authenticiteit.

Waarom ze er nu anders over denken? De proeven van restaurateur Michel van de Laar maken duidelijk dat het een zwaar overgeschilderd oud schilderij is. „Very regrettable and unfortunate”, zegt Pettifer.

Wellicht, zegt Pettifer, heeft een handelaar geprobeerd een weinig commercieel schilderij te verbouwen tot iets dat beter verkoopbaar is. Of dat het geval is, blijkt misschien als alle overschilderingen zijn verwijderd. Dat gaat het veilinghuis nu laten doen.

Gelukkig hebben we de foto’s nog. Onze ‘Van Thielen’ is nog altijd de screensaver op onze iPad – een stille waarschuwing voor al te grote hebzucht. Al zat ik me afgelopen weekeinde op de site van een Zwitsers veilinghuis wel te verlekkeren aan een zeventiende-eeuws fruitstilleven van Cornelis Jansz. de Heem.

In de catalogus bedankt het veilinghuis Dr. Fred Meijer. De medewerker van de RKD in Den Haag heeft de authenticiteit van het fruitstilleven bevestigd. Op basis van een foto, dat dan weer wel.

    • Arjen Ribbens