Het Carrédebat was zonder geluid wat braafjes

Beelden Om inhoud gaat het allang niet meer in tv-debatten.

De deelnemers voor aanvang van het Carré-debat Foto Remko de Waal/ANP

Er is iets serieus mis, dat is duidelijk. Maar wat? Even denk je als kijker thuis zélf de schuld van dit ‘iets’ te zijn. Zoals de eerste keer dat Emile Roemer (SP) zich tot de kijker richt. Boos, aangedaan. Een ander moment is het Alexander Pechtold (D66) die lijkt te zeggen: „Wat denk je nou zélf?”

Waarna de lijsttrekkers zich gelukkig weer snel tot elkaar richten en zich telkens dezelfde scene voltrekt: alsof een ouder zijn puberzoon probeert duidelijk te maken dat ’ie voortaan écht eerder thuis moeten komen. Je ziet de puberzoon ja-knikken en denken: zoek het uit.

Naar een televisiedebat kijken zonder het geluid aan is vrij zinloos. Naar een debat kíjken is eigenlijk al zinloos. Sterker, alleen horen is genoeg. Het gaat uiteindelijk om de standpunten en al het andere – uiterlijk, gedrag - is afleiding. Of erger, misleiding. Wie wil er nou een leider die zo charmant is dat hij overal mee weg komt?

Lees ook De spanning in de campagne is eindelijk voelbaar

Goed, dat idee over het belang van inhoud is natuurlijk allang verbleekt. Al sinds de Amerikaanse presidentskandidaat Richard Nixon het in 1960 op televisie opnam tegen John F. Kennedy. Zonder make-up en zwetend, verbleekt omdat hij kort ervoor zijn knie had gestoten tegen een autodeur en een infectie opliep. Sindsdien is een hele industrie van imagomanagers opgetuigd om politici te finetunen.

En nu in de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen bleek dat feiten al helemaal niet meer tellen, zijn er al meerdere journalisten geweest die bij het schrijven van debatrecensies tijdens de tv-debatten de volumeknop dan maar helemaal dichtdraaiden en nog slechts de beelden voor zich lieten spreken.

Teruglezen: Het liveblog over het lijsttrekkersdebat in Carré

Gestippelde das

Voorafgaand aan het Carrédebat lagen de partijen in de peilingen nog dicht bij elkaar. Vooral geen ‘fout’ maken, leek van belang. Misschien dat ze daarom ook allemaal nogal op elkaar lijken. Rutte, Klaver, Roemer, Pechtold, ze dragen vrijwel hetzelfde pak, dezelfde donkerblauwe das. Hun bewegingen zijn vrijwel identiek: hoofd rechtop, tegenstander aankijken, handen rustig op het katheder en altijd weer die duim en wijsvinger gevormd tot een ring.

Alleen Henk Krol (50PLUS) springt eruit. Hij draagt als enige een gestippelde das en hangt ietwat nonchalant over zijn desk. Alsof ie aan de bar staat. Eén keer slaat hij zelfs bulderend van de lach zijn armen achterover. Mark Rutte (VVD) staat er toevallig naast en oogt nu kleiner dan hij is.

Als Jesse Klaver (GroenLinks) tegen je begint te praten lijkt het alsof die je iets wil verkopen. Hij ontbloot als enige zijn tanden en oogt niet zo boos. Ietwat gespannen misschien en een tikkeltje terughoudend.

Gaandeweg het debat zie je iedereen wat meer draaien, meer bewegen. Vooral als ze níét aan het woord zijn. Soms kijken ze een beetje sip, wachtend op hun beurt. Rutte oogt intussen cool, relaxed, Marianne Thieme oogt het meest vriendelijke en de beste frons is voor Asscher. Maar verder hebben ze allemaal dezelfde houding. Serieus, ernstig. Soms een zuinige glimlach en af en toe handen die ze periodiek ontvouwen.

Maar het allemaal wat braafjes. Wie durft? Dat is de vraag. Wie durft zomaar op het katheder te gaan staan? Of een radslag te maken, zo over de rode loper heen. Voor de kijker thuis, die het geluid uit heeft staan, zou het een absolute must zijn.

    • Freek Schravesande