Recensie

Carrousel is ware theaterpoëzie

Het theaterstuk gaat over een fenomeen tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig in Amerika. Dansers namen deel aan uitputtende marathons en wedstrijden die maanden konden duren.

Foto Andreas J. Etter

Dans is uitputting, dans is de fysieke grenzen van je lichaam overschrijden. Tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig in Amerika deed zich een indringend fenomeen voor: dansers namen deel aan uitputtende marathons en wedstrijden die maanden konden duren. Wie met zijn knieën de grond raakte, was de verliezer. De deelnemers hoopten op roem, geld, een rolletje in Hollywood.

Regisseur en danser Guy Weizman van Club Guy & Roni is de nieuwe artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel. Met Carrousel, geïnspireerd door boek en film They Shoot Horses, Don’t They?, laat hij zien welke koers hij inslaat. Het decor is een halfronde, steile wand met een draaischrijf als vloer. De dansparen bewegen zich op en rond de vloer, begeleid door melancholieke, intiem-meeslepende muziek door leden van Asko | Schönberg. Terecht hebben Weizman en choreograaf Roni Haver niet gekozen voor de daadwerkelijke vertolking van de marathons, maar voor wat de innerlijke drijfveren van de dansers zijn. Op tekst van de Vlaamse schrijver Bernard Dewulf zijn we getuige van een bijzonder soort theatrale poëzie: de spelers tonen hun innerlijke drijfveren, dromen en reflecties. Ze vragen zich af waarom er publiek bestaat, toen én nu, dat zich vergaapt aan het lijden van anderen. De dansmarathons van destijds zijn de reality-shows van nu.

De teaser van Carrousel.

Maar dat is toch niet de kern van Carrousel. Het mooiste is de oneindige tederheid en kwetsbaarheid die de dansers en toneelspelers tonen. Een jonge danseres is zwanger, haar vriend steunt haar niet. Ze raakt de grond, en valt af. In deze dodelijke carrousel van alsmaar door dansen gaan verwachtingen kapot. De muziekcompositie van Mátyás Wettl geeft aan de choreografie prachtig patronen van uitbundig en heftig naar verstild en gestileerd. De uitvoerenden hebben een pulserende beweging als grondvorm. Deze hoekige mouvementen zijn als hun hartslag, die klopt en klopt, en geleidelijk zachter wordt. Voeg daarbij de tekst, die steeds ijler wordt alsof de spelers naar adem snakken, en er ontstaat een theatervorm waarin tekst, dans en muziek prachtig samengaan.

    • Kester Freriks