Zwerfvis

Op de radio hoorde ik supermarkt Plus reclame maken voor skrei. Nu koop ik zelden of nooit vis bij de super, maar ik vond het wel een goed teken dat een grootgrutter zijn klanten ervan bewust maakt dat er zoiets bestaat als seizoensvis. Want dat is skrei: winterkabeljauw.

Elk jaar, zo rond begin januari, trekken honderdduizenden volwassen kabeljauwen vanuit de ijskoude Barentszzee richting de warmere, voedselrijke wateren rond de Lofoten om daar te paaien. Noorse vissers zien er reikhalzend naar uit, want skrei geldt in Noorwegen als delicatesse. Het vlees is steviger en witter dan dat van kabeljauw die in andere jaargetijden wordt gevangen.

De skreivisserij in Noorwegen is aan strenge regels gebonden. Er is een vergunning voor nodig en elke visser krijgt een quotum toegewezen. In sommige gebieden mag alleen met lijnen worden gewerkt, in andere ook met staand want.

Al met al is skrei een van die steeds zeldzamere vissoorten die je met een goed geweten op het menu kunt zetten. Mits voorzien van MSC-keurmerk, want er schijnt ook skrei in omloop te zijn die op minder duurzame wijze wordt gevangen – zie goedevis.nl. Of zelfs helemaal geen skrei is, maar onder die naam wordt verkocht omdat hij dan duurder betaald wordt.

Wij gaan een lekker maaltje maken met goede, echte skrei. Omdat het visvlees zo mooi stevig is, is het heel geschikt om in de pan te bakken. Paddestoeltjes erbij, een scheut Marsala en een royale klont boter en happy days. Het recept is bedoeld voor 2 personen, maar kan uiteraard worden verdubbeld. U kunt elke soort paddestoel gebruiken, of een mengsel.

En nog een tip voor erbij: snijd 2 preien in de lengte doormidden, spoel het zand eruit en wapper ze droog. Leg ze met de snijkant naar boven in een ovenschaal, besprenkel met olijfolie en geef ze een snuf zout en peper. Rooster 20 – 30 minuten in de oven tot de prei gaar en liefst zelfs een tikje geblakerd is. Sprenkel er een paar druppels sherryazijn over, en eventueel nog wat olijfolie. Bestrooi met gehakte hazelnoten die u eventjes heeft geroosterd in een droge koekenpan.

    • Janneke Vreugdenhil